Amerika en de lange weg naar karakter boven huidskleur - Tamarah Benima
Met onvervreemdbare rechten voor allen
De Sovjet-Unie mag dan ter ziele zijn, de anti-Amerikaanse indoctrinatie zit inmiddels in de botten van alles wat progressief was, is en zal zijn. Van de Amerika-haters (wereldwijd, maar zeker ook in Nederland) is daarom weinig meer te verwachten dan hoongelach voor mijn stelling dat de Verenigde Staten van Amerika de enige wereldmacht zijn die niet totalitair is.
Ga maar na: China heeft een surveillance-samenleving voor de grote steden, waar de nazi’s jaloers op zouden zijn geweest. Een wereldmacht compleet met moorden op dissidenten (Falung Gong en anderen), om hun organen te stelen. Rusland als totalitaire macht behoeft geen uitleg.
Drie: Islam. Die heeft weliswaar geen centrale regering en is bovendien verdeeld in sunni en sjia. Maar het netwerk dat de Moslimbroederschap onder de hele Westerse wereld heeft gelegd om de eigen doelstellingen te verwerkelijken, is net zo effectief als de wereld van de fungi. Andere machtsinstrumenten waarvan de Islam gebruik maakt, zijn de Verenigde Naties en het hele bouwwerk van internationale mensenrechtenorganisaties en -verdragen.
Maar er is toch ook nog Europa als wereldmacht. Niet totalitair? ‘Brussel’ probeert met de Europese Unie een moderne versie van het ideaal van Herr H. – een Duizendjarig Rijk – te formeren. Met in niet weinig lidstaten toenemende censuur, vervolging van andersdenkenden (duizenden aangeklaagd in bijvoorbeeld Engeland en al gevangen gezet voor uitspraken op internet), het afdwingen van digitale identiteits-‘papieren’, de komende digitale munteenheid (die in potentie ook surveillance mogelijk maakt), de totale negatie van wat kiezers willen (zoals ze hebben aangegeven met hun stemgedrag), en een hoeveelheid ‘red tape’ waarmee zelfs de allerlaatste vlieg kan worden gevangen. Dus niet totalitair?! Ik kan dat niet verdedigen.
Amerika dus. Of beter, de Verenigde Staten. Zaterdag is het the 4th of July, Onafhankelijkheidsdag. Op die dag, 250 jaar geleden, in 1776, verklaarden de oorspronkelijk dertien Britse koloniën in Noord-Amerika dat ze zelfstandig verder gingen. Engeland en zijn koning hadden zich tiranniek gedragen, en dan hoef je je als onderdanen niet meer onderdanig op te stellen. De Amerikaanse Revolutie, met zijn strijd om onafhankelijkheid, was al in 1766 begonnen en vond pas een officieel einde in 1783, toen Groot-Brittannië de Verenigde Staten erkende.

Dat je je tegen foute heersers mag verzetten, hadden de Founding Fathers opgepikt van de Engelse denker John Locke. Ze omarmden bovendien de tolerantie van religie en de vrijheid van meningsuiting (eigenlijk van ‘speech’ als geheel, wat veel verder gaat) als grondslagen van de nieuwe republiek aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. En dát hebben de stichters van de VS waarschijnlijk overgenomen van de mannen die de Verenigde Nederlandse Republiek als nieuw politiek idee uitdachten. Politicoloog Geerten Waling heeft een prachtig boek geschreven over de invloed van het Plakkaat van Verlatinghe – onze Onafhankelijkheidsverklaring in 1581 - op het denken van de Founding Fathers.
Je kunt niet over de Verenigde Staten denken – vooral niet wanneer je, zoals ik, beweert dat Amerika een wonder van vrijheid voor het individu is - zonder de strijd voor de burgerrechten. Al was het maar omdat een eeuw later, van 1861 tot 1865, de Burgeroorlog woedde. Er werd gestreden voor of tegen het afschaffen van de slavernij. Het aantal staten was inmiddels gegroeid tot 23. Twaalf waren voor afschaffing, elf tegen. Weet wel, de Burgeroorlog begon over het strijdpunt hoeveel macht de Federale Overheid had, en hoeveel de individuele staten (een strijd die tot op de dag van vandaag wordt uitgevochten). Bleef er één federalistische staat bestaan, of kwamen er twee grote blokken (De Unie en de Confederatie)? Het bleef de ‘Verenigde Staten’ – letterlijk. Met aanzienlijke autonomie voor de staten.
Emancipation Proclamation
In de elf staten van de Confederatie (het ‘Zuiden’) was naar schatting één op de drie inwoners zwart, én vrijwel altijd slaaf. Dat wil zeggen zo’n 3,5 miljoen mensen. In de twaalf staten van de Unie (het ‘Noorden’) was de zwarte populatie een half miljoen. Zij allen (!) kregen midden in de oorlog, op 1 januari 1863, hun vrijheid dankzij een ‘executive order’, uitgevaardigd door Abraham Lincoln.
De toenmalige president en hoogste militaire leider was duidelijk:
“That on the first day of January, in the year of our Lord one thousand eight hundred and sixty-three, all persons held as slaves within any State or designated part of the State, the people whereof shall then be in rebellion against the United States, shall be then, and thenceforward, and forever free; and the Executive Government of the United States, including the military and naval authority thereof, will recognize and maintain the freedom of such persons, and will not do act or acts to repress such persons, or any of them, in any efforts they may make for their actual freedom.”
Amerikaanse presidenten regeren vaak per ‘executive order’, oftewel per presidentieel decreet. Het is een van de manieren waarop federale overheidsdiensten hun directieven krijgen. Benjamin Franklin was de eerste president die er een uitvaardigde, in 1789. Maar met Abraham Lincoln werd het dus echt serieus. Zijn decreet uit september 1862 (later genummerd tot no. 1) zou de geschiedenis in gaan als de Emancipation Proclamation. In september 1862 was die nog voorlopig, op 1 januari 1863 definitief.
Wat er ook in stond, in clausule 9, was:
“And I further declare and make known, that such persons of suitable condition, will be received into the armed service of the United States to garrison forts, positions, stations, and other places, and to man vessels of all sorts in said service.”
Dit was niet aan dovemansoren gericht. Naar schatting 180.000 man vochten aan de kant van ‘het Noorden’ (de Unie). Dat moeten dus bijna alle vrije zwarte mannen zijn geweest die maar enigszins tot vechten in staat waren. Dát ze zich inzetten voor deze Burgeroorlog werd trouwens als argument gebruikt om alle zwarten de vrijheid te geven.
Maar noch de Declaration of Independence, met zijn ‘We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness’; noch de Constitution (Grondwet) van 1787, noch de Bill of Rights met zijn tien amendementen van 1791; noch de bovengenoemde Emancipation Declaration van 1863 maakten een einde aan de achterstelling en achterstand van de zwarten. Een eeuw later woekerde het nog door.
Progressie van armoede: van alcohol tot fentanyl
In de zomer van 1967 bracht ik drie maanden door in een forensenstadje bij Philadelphia. Daar en in Boston was het minimale restje van mijn familie neergestreken na de Tweede Wereldoorlog. Mijn tante volgde haar Canadese soldaat, en mijn twee ooms volgden hun zuster en zwager. Het racisme was vreselijk. De Newark Riots waren aan de gang. Zes dagen lang waren er demonstraties, plunderingen, werden flatgebouwen, winkels, auto’s en openbare gebouwen in de fik gestoken, en waren er gevechten tussen de voornamelijk zwarte inwoners van Newark, de politie en de militaire politie van New Jersey.
Er vielen 26 doden en de economische en sociale klap kwam het stadje op een steenworp afstand van New York nauwelijks te boven. De beelden van de rellen werden op televisie getoond, maar ik was de enige die er naar keek. De jongeren en volwassen om mij heen – ze haalden hun schouders op. Behalve één jongen die naar Vietnam gestuurd zou gaan worden, hij belde mij iedere dag. Dennis. Hij had elke dag dezelfde tekst: “Do you know what I did today? I smashed a Negro and put him in the garbage bin.”
Ik dwong mijn familie om mij – 16 jaar oud – door de New Yorkse wijk Harlem te rijden. Ik wilde met eigen ogen zien wat in dat getto aan de hand was. Straat na straat lagen daar de alcoholisten letterlijk in de goot, met papieren zakken met de flessen alcohol erin. Zo stel ik me het huidige Los Angeles en San Francisco voor, waar de fentanyl-verslaafden een onbeschrijfelijke hel creëren, voor anderen en voor zichzelf. Over het verloederende San Francisco en de Verloederingsindustrie schreef auteur, journalist en activist Michael Shellenberger het onthutsende San Fransicko: Why Progressives Ruin Cities.
In 2017 was het racisme in New York in ieder geval niet meer wat het vijftig jaar eerder was.
In een interview met Joe Rogan op 21 februari 2017 vertelt de zwarte astrofysicus Neil deGrasse Tyson over het racisme in de VS uit zijn jeugd. Het was verminderd. Hij leidde dat af aan het aantal taxi’s dat hem voorbij reed in New York zonder hem mee te nemen. Waren dat er in zijn jonge jaren bij wijze van spreken vijf, decennia later waren het er ‘maar’ twee. (Vergeef me dat ik het exacte aantal niet heb gecheckt door het interview nogmaals te bekijken).

Karakter boven huidskleur
Mijn observaties in de VS van het racisme tegen zwarten kwam vier jaar na de wereldberoemde ‘I have a dream’-toespraak van dr. Martin Luther King op 28 augustus 1963. Pal voor het Lincoln Memorial, met naar schatting 250.000 demonstranten. Het werd een nieuw ijkpunt in de Burgerrechtenbeweging. Natuurlijk hebben we die toespraak toen ook in Nederland gehoord, of zelfs gezien. Als je hem nu leest, komt hij nog steeds binnen als een mokerslag. De dominee uit Alabama citeerde uit de Emancipation Declaration. En vervolgde daarna:
“This momentous decree came as a great beacon light of hope to millions of Negro slaves who had been seared in the flames of withering injustice. It came as a joyous daybreak to end the long night of their captivity.”
Maar:
“One hundred years later the Negro still is not free. One hundred years later, the life of the Negro is still sadly crippled by the manacles of segregation and the chains of discrimination. One hundred years later, the Negro lives on a lonely island of poverty in the midst of a vast ocean of material prosperity. One hundred years later, the Negro is still languishing in the corners of American society and finds himself an exile in his own land. So we have come here today to dramatize a shameful condition.”
Hij en de zijnen (en zo herinnerde hij zijn gehoor er aan: ook de blanken die naast hen stonden) waren naar Washington gekomen om erop aan te dringen dat de promesse ‘that all men, yes, black men as well as white men, would be guaranteed the unalienable rights of life, liberty, and the pursuit of happiness’ eindelijk zou kunnen worden verzilverd. Dat betekende stemrecht, samenleven en worden beoordeeld ‘niet […] op […] huidskleur maar op hun karakter.’ De speech ging de wereld rond – dankzij de televisie. De ‘dream’ werd onderdeel van ieders dna – tenzij je een hardcore racist en segregationist was.
De Burgerrechtenbeweging heet niet voor niets Burgerrechtenbeweging. Een klein jaar na de donderpreek van King jr., op 2 juli 1964, werd de Civil Rights Act aangenomen. Verboden werd discriminatie op basis van ras, religie, etniciteit. Verboden werd discriminatie bij verkiezingen. Verboden werd discriminatie in scholen, vakbonden, op het werk, in de handel, en openbare ruimtes. En zo verder.
Een wereldwijde ervarings-kernbom
De wet was al op 19 juni 1963 aan het Amerikaanse parlement voorgelegd door president John F. Kennedy. Ruim twee maanden vóór Kings toespraak. Vijf maanden later, op 22 november 1963, werd Kennedy vermoord. Ook dat werd op de Nederlandse televisie vertoond. De wereld schudde op zijn grondvesten, en de wereld zag het.
Nu wordt geklaagd over de social media en hun diepgaande invloed. Maar anders dan nu, waarbij we overspoeld worden door een tsunami aan informatie, en er een ongekende versplintering is van beelden die te zien zijn, waren toen wereldwijd alleen die televisiebeelden. Iedereen zag hetzelfde, iedereen was getuige van die ene, zelfde moord. Omdat zoiets nog nooit publiekelijk vertoond was, was het alsof er wereldwijd een ervarings-kernbom was gegooid.
Ruim anderhalf jaar na de moord op deze Amerikaanse president werd de Voting Rights Act aangenomen, op 6 augustus 1965. Die moest garanderen dat er voor niemand belemmeringen bestonden om te stemmen. Vijftig jaar later staan de federale kieswetten en de kieswetten van de staten weer volop in de aandacht. Want dat er bij Amerikaanse verkiezingen wordt gefraudeerd, is al decennia bekend. Alleen: het is zeer moeilijk het aan te tonen, door alle mogelijke manieren waarop het gebeurt.
Dat gezegd hebbende, er wordt betoogd door doorgewinterde activisten, niet in de laatste plaats aan de universiteiten en in politieke partijen, dat er ‘systemisch racisme’ is in de VS en in de Westerse wereld. Zwarte grootheden als de econoom Thomas Sowell maar ook opiniemakers en wetenschappers als Coleman Hughes, John McWhorter, Glenn Loury, Shelby Steele, Jason Riley, Larry Elder en talloze anderen verwerpen deze poging om te doen alsof er geen enorme vooruitgang geboekt is sinds begin jaren ’60.
Wat in de Declaration of Independence, de Grondwet en in de Emancipation Declaration is neergeschreven, heeft de ban van het racisme wel degelijk verbroken. De 4e juli is daarom een gedenkwaardige dag. Het is de dag dat een wereldmacht in wording verklaarde dat alle mensen evenwaardig zijn, en rechten hebben die hen niet kunnen worden afgepakt. Van de huidige grootmachten is daarom enkel de Verenigde Staten van Amerika niet totalitair, wat de Amerika-haters ook beweren.
Tot en met Independence Day kunt u abonneren met vijftig procent opstartkorting. Betaal maar 25 euro voor het eerste jaar, of een jaar lang slechts 2,50 per maand. Gebruik deze link of de button hieronder:
Abonnees kunnen meedoen aan discussies in de comments, ontvangen extra content en hebben toegang tot het volledige archief.










