Hij moet er komen, maar niemand weet wat de Digitale Euro gaat kosten - Bericht uit Brussel
Deel 2 van 2 over de Digitale Munt die er Moet Komen
Noot vooraf: dit is deel 2 van een tweeluik over de Digitale Euro, die in 2029 ingevoerd moet worden. Het eerste deel verscheen op zaterdag 27 juni en is hier te lezen.
Volgens de Commissie en de Raad is de digitale euro een betalingssysteem met een offline en een online variant. Offline gaat dan in de vorm van een afgeschermd deel van je wallet op de telefoon en betalingen doe je met NFC door telefoons bij elkaar in de buurt te houden. Ook wordt gekeken naar batterijgevoede smartcards met dergelijke functionaliteit. Daarvoor is geen internetverbinding vereist. Dat is handig in het geval van langdurige stroomuitval – bijvoorbeeld door de vergroening van het elektriciteitsnet – of een grote cyberaanval die het hele internet in Europa voor meerdere dagen of weken plat legt. Als er weer internet is en daarmee verbinding met je bank, worden de bedragen verwerkt.
De online-variant werkt daarentegen precies als bijvoorbeeld iDEAL: je doet betalingen via het internet. Je betaalt rechtstreeks van je digitale euro-portemonnee naar een handelaar of een andere particulier, via de betaalinfrastructuur van de ECB. In tegenstelling tot de offline-variant is de meerwaarde van de online-variant minder duidelijk: als we al iDEAL (nu Wero) hebben in Nederland, waarom hebben we dan een publiek alternatief nodig? Wanneer was een publieke dienst ooit beter of goedkoper dan dezelfde dienst die door een private speler wordt aangeboden?
Die vraag stelde de rapporteur zich ook. Zijn initieel voorstel was een splitsing van de digitale euro in de offline en de online-variant. De EU zou eerst de offline-variant uitrollen. De online-variant zou pas worden ingevoerd als de private spelers zoals Wero of het Spaanse Bizum, er zijn er ondertussen meer, tegen een bepaalde datum niet in alle Europese landen voldoende actief zouden zijn. Zo zou de EU private betalingssystemen voldoende tijd en ruimte laten om zich te ontwikkelen op de Europese markt en zou de EU louter focussen op de uitrol van een noodinfrastructuur.
Ik steunde dat voorstel. Navarrete had een meerderheid over rechts voor zijn eigen voorstel maar zwichtte alsnog onder de druk van het linkse blok, dat vasthield aan het Commissievoorstel en stelde dat er geen mogelijkheid was om de online variant te verwerpen: alles of niets. Navarrete ging toch over links, wellicht op bevel van de strakke Duitse partijleiding van de EVP, die op dit onderwerp elke samenwerking met rechts resoluut uitsluit.
Met een online digitale euro wordt de ECB een directe concurrent van de banken. De ECB hoeft geen winst te maken, kan eindeloos verlies maken met de geldpers in de kelder, en is ook nog toezichthouder op de banken en ook nog toezichthouder van zichzelf als uitgever van de digitale euro. Ik heb geamendeerd dat dat absoluut niet kon. Verworpen.
Wie moet betalingen in digitale euro aanvaarden?
Voorlopig zijn er dus geen belemmeringen aan wat je ermee kunt kopen. Maar is iedere verkoper in de EU of in de eurozone verplicht de digitale euro te aanvaarden? De digitale euro is een alternatief voor Amerikaanse betalingsmethoden als Visa en Mastercard, maar het staat winkeliers vrij om betalingen in Visa en Mastercard te weigeren. Logisch. Visa en Mastercard rekenen kosten voor het gebruik van hun betalingsinfrastructuur. Die kosten kunnen sterk verschillen tussen de lidstaten. In sommige landen wordt een percentage op de totale verkoopsom gerekend, in andere landen een vast bedrag onafhankelijk van de grootte van het betaalbedrag. Als de kosten onaanvaardbaar hoog zijn kunnen handelaren beslissen om bijvoorbeeld geen digitale betalingen onder de tien euro te aanvaarden.
Voor de digitale euro geldt in principe echter een algemene acceptatieplicht: handelaars moeten betalingen in digitale euro aanvaarden, ook heel kleine bedragen. Dat is mogelijk een dure grap. De betalingsinfrastructuur is publiek maar moet nog ontwikkeld worden door de ECB, dus we hebben geen idee wat de kosten gaan zijn.
Volgens het Commissievoorstel is er een uitzondering voor micro- en kleine ondernemingen, en voor non-profits die geen andere vormen van digitale betaling aanvaarden. Ik verbaas me altijd over de positie van non-profits, zoals NGO’s. Non-profits zijn ook al uitgezonderd van de meeste anti-witwascontroles op hun financiële transacties. Het Parlement voert daar een extra categorie aan toe: de zelfstandigen die geen andere vormen van digitale betalingen aanvaarden. Ik wilde verder gaan: een uitzondering voor het hele MKB en alle zelfstandigen.
Wat kost de digitale euro?
Toen ik dat voor het eerst aan de ECB vroeg was het antwoord 300 miljoen. Dat werd in hetzelfde gesprek verhoogd naar 1,2 miljard. Onderzoek stelt het bedrag op 18 miljard. De Europese Commissie houdt het ondertussen op 5,4 miljard. Ik heb eerlijk gezegd geen idee meer welk getal ik serieus moet nemen, of dat dan het ontwerp en introductie betreft, en of daarna de jaarlijkse kosten worden terugverdiend, en of de reeds aangenomen honderd projectmedewerkers bij de ECB zijn meegerekend - en het zal sowieso wel hoger worden dan welk getal dat nu ook genoemd wordt.
De kosten per jaar na de ontwikkeling van het product, dat is dus een moeilijke vraag. We weten nog niet hoeveel mensen en handelaars nu eigenlijk gebruik gaan maken van de digitale euro, hoe frequent men betalingen zal uitvoeren en voor welke bedragen. Het is daarom logisch dat de ECB nog niet goed kan inschatten hoe duur of goedkoop de uitbating van de betaalinfrastructuur zal zijn. De Commissie stelt daarom voor om te werken met een overgangsperiode van tien jaar, waarin de kosten worden geschat op basis van vergelijkbare digitale betalingen, zoals de kosten die Visa en Mastercard vragen aan handelaren, en dat op basis van een Europees gemiddelde.
Het probleem met dit model is dat de Nederlandse kosten op digitale betalingen gemiddeld veel lager liggen dan het Europees gemiddelde. Daardoor zouden de kosten van de digitale euro in Nederland hoger zijn dan die van bijvoorbeeld Visa en Mastercard. Handelaren zullen dan verplicht worden om veel duurdere digitale betalingen in digitale euro te aanvaarden om goederen te betalen die ze goedkoper via iDEAL/Wero, Visa of Mastercard kunnen verkopen.
In de Raad wist het kabinet Schoof een uitzondering voor Nederland binnen te halen: lidstaten met zeer lage kosten op digitale betalingen mochten in de overgangsperiode hun eigen regels toepassen. In Nederland betekent dat 2 tot 4 cent per transactie, onafhankelijk van de grootte van het bedrag. Zo zouden betalingen in digitale euro’s zeker niet duurder zijn dan betalingen met andere digitale middelen.
Maar let op: wanneer de werkelijke kosten voor de ECB afwijken, komen die kosten via de nationale centrale banken gewoon weer bij de belastingbetaler terecht, ook in Nederland.
De rapporteur verwierp het hele idee van rekening houden met de bestaande kosten van het nationale betalingsverkeer: “Het is niet de rol van het Europees Parlement om voor nationale derogaties te pleiten”. Ik lees dat VVD-minister van Financiën Eelco Heinen uitgaat van een proportioneel compensatiemodel, waarbij er door de ECB te lage kosten in rekening worden gebracht bij Nederland. Toch stemde de VVD voor de parlementspositie zonder de derogatie, dus mij is niet helemaal duidelijk wat nu de bedoeling is.
De Europese parlementspositie
Het blijkt sowieso lastig om het tegenvoorstel van het Europees Parlement te lezen want ik zag dat diverse Europarlementariërs ongefundeerde uitspraken deden over de uitkomst. Nee, het betalingsverkeer wordt dus niet goedkoper maar duurder, en nee, Visa en MasterCard manipuleren de markt niet want het onderzoek daarnaar is nog helemaal niet afgehandeld, en nee, het is ook niet een anti-Trump-kaart want Trumps termijn loopt af voordat de digitale euro er is, en nee: de privacy is juist niet gewaarborgd. Je vraagt je af waarom partijen eigenlijk voor het voorstel gestemd hebben als ze de tekst duidelijk niet gelezen hebben.
En nu?
De stemming is een stap in het proces naar een mogelijke introductie rond 2029. Maar het is niet de enige stap. Ik heb voortdurend gewezen op de beperkte projectmanagementervaring van de ECB en aangedrongen op testen. Ik wilde niet alleen functionele testen maar ook ‘ethicial hacking’. En vanzelfsprekend moet in het geval van een mislukking het project eindigen.
Deze laatste twee eisen zijn door het parlement verworpen. Ook als de test mislukt, gaat het project gewoon door. Maar de pilot komt er dus. De ECB plant deze vanaf de tweede helft van 2027, met een twintigtal geselecteerde banken en een beperkt aantal handelaren, zowel online als offline.
Maar dit blijft beperkt tot interne ECB-omgevingen, wat de representativiteit beperkt. Het is de vraag of de pilot transparant gaat zijn over privacy-implicaties en mogelijke faalscenario’s.
Nog wat geleerd, Zijlstra?
Ik kan een opsomming geven. Ik heb geleerd dat er wel degelijk een probleem is wanneer betaaldata over de oceaan verdwijnt en strenge persoonsgegevensbescherming dan in de praktijk hoofdzakelijk een dode letter blijft.
Ik heb geleerd dat er zeker een business case te maken valt voor een Europese betaalinfrastructuur, maar dan het liefst eentje waar private betaaldiensten op kunnen opereren. Het klopt namelijk dat we beter wat onafhankelijker kunnen zijn van Amerikaanse en Chinese betaalplatformen.
Ik heb ook geleerd dat de meeste geesten bij de christendemocraten in het Europees Parlement nog niet rijp zijn voor deals over rechts, ook al ligt daar een ruime meerderheid. Je kan nog zo constructief en met onderbouwde meningen aan de onderhandelingstafel aanschuiven, en gemeenschappelijke grond met de mensen in het centrum zoeken en vinden op wat uiteindelijk grotendeels een technische discussie is, en hoewel individuele christendemocraten graag samenwerken (ook met mij), is de leiding ideologisch volkomen met links verweven. Die samen rechts, en daarmee ook mij, uitsluiten.
Ook zie ik, los van de ECB die daar zelf helemaal niet mee bezig is, hoe in deze Verordening de fundamenten van een controlemaatschappij zichtbaar zijn, en hoe makkelijk politici zich in die richting laten duwen alsof ze het zelf verzonnen hadden.
Aan de Nederlandse handelaren die onder de acceptatieplicht vallen: het spijt me dat het niet gelukt is. De Nederlandse consument wijs ik er met plezier op dat de digitale euro geen gebruiksplicht kent. Op dit moment dan.
— Auke Zijlstra is Europarlementariër namens de PVV. Voor NN schrijft hij over het wel en vooral wee in Brussel. Op X is hij te vinden als @EconoomZijlstra.
Normaliter zijn de comments alleen toegankelijk voor paid subscribers. Omdat Auke een volksvertegenwoordiger is, staan ze onder zijn bijdragen voor allen open.
Nijmans Nieuwsbriefje is afhankelijk van abonnees en donateurs. Als betalend lid kunt u onder alle artikelen deelnemen aan de discussie, krijgt u toegang tot het archief en ontvangt u exclusieve artikelen.
Eerdere Berichten uit Brussel over de digitale euro
‘Waarom ik als enige Nederlandse Europarlementariër tegen de digitale euro stemde’ - Bericht uit Brussel
Op 23 juni werd gestemd in de ECON-commissie in het Europees Parlement. Met een stevige meerderheid, 43 stemmen voor, 14 tegen, 1 onthouding, werd het voorstel van de Europese…
Jaag NN nog verder omhoog in de ranglijsten! Tot en met Independence Day kunt u abonneren met vijftig procent opstartkorting. Betaal maar 25 euro voor het eerste jaar, of een jaar lang slechts 2,50 per maand. Gebruik deze link of de button hieronder:
Abonnees kunnen meedoen aan discussies in de comments, ontvangen extra content en hebben toegang tot het volledige archief.









