‘Waarom ik als enige Nederlandse Europarlementariër tegen de digitale euro stemde’ - Bericht uit Brussel
Deel 1 van 2 over de Digitale Munt die er Moet Komen
Op 23 juni werd gestemd in de ECON-commissie in het Europees Parlement. Met een stevige meerderheid, 43 stemmen voor, 14 tegen, 1 onthouding, werd het voorstel van de Europese Commissie om de digitale euro te introduceren ondersteund. Het Europees Parlement kwam wel met wijzigingen op het originele voorstel en dus zal er onderhandeld worden tussen de drie partijen: de Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Nee, de ECB zelf hoort als uitvoerend artiest niet bij de drie samenwerkende componisten. De ECB deed het verzoek wel, maar gaat niet over de wet. Overigens moet de stemming in commissie nog bevestigd worden in een plenaire stemming. Dat moet nog voor de vakantie zijn.
Ik stemde tegen het voorstel, maar alle Nederlandse partijen die verder in de commissie zetelen, stemden voor het voorstel: NSC, VVD, PRO en VOLT. Ik ga proberen uit te leggen waarom ik, als enige direct betrokken bij het voorstel, anders heb gestemd dan de rest.
Het heeft zo’n anderhalf jaar geduurd om een meerderheid te vinden die voor wilde stemmen. Er waren veel bedenkingen en onduidelijkheden en eigenlijk was de rapporteur Navarette, die leiding gaf aan de parlementaire discussie en straks moet onderhandelen, ook niet direct een voorstander. Hij was vroeger nota bene centraal bankier en verving een eerdere rapporteur die de klus teruggaf, toen hij besloot dat hij de digitale euro helemaal niet wilde.
Aanleiding voor de digitale euro
Het is al lang zo dat het gebruik van contant geld afneemt en de ECB, de uitgever van dat geld, wilde graag een vervanger. Een digitale variant, om de plaats van de centrale bank in het financiële landschap te waarborgen. In plaats van biljetten, voortaan een kaartje van de ECB op zak. Gegarandeerd veilig want de ECB gaat nooit failliet. ‘Cash in een digitaal jasje’, zegt DNB. Ook zijn er nieuwe vormen van geld ontstaan waarbij de ‘dollar backed stablecoin’ als een directe bedreiging van monetaire stabiliteit in de eurozone wordt gezien. De ECB wil dus graag mee in de digitalisering van geld, en daarmee een speler blijven.
De ECB stelde daarnaast bij monde van Cipollone, de verantwoordelijk bestuurder van dit project, dat het betalingsverkeer in de EU wordt gedomineerd door een duopolie van Visa en MasterCard, dat marktmisbruik op de loer ligt en de tarieven sowieso te hoog zijn. Na vragen van mij over de houdbaarheid van deze beschuldigingen, startte de Europese Commissie een onderzoek naar dat veronderstelde marktmisbruik. Dat onderzoek loopt nog en resultaten zijn niet bekend. We weten dus ook niet officieel of de tarieven die gerekend worden aan gebruikers van het netwerk van Visa en MasterCard, gebaseerd zijn op machtsmisbruik of daadwerkelijk verband houden met de kosten van betalingsverkeer.
Ik schreef hier al eerder over die beschuldigingen:
Het proces: linkse partijen sturen aan op volledige acceptatie
Er lag dus een voorstel van de Europese Commissie. Toen bekend werd dat het Europees Parlement het ging oppakken en de namen van de rapporteur en schaduwrapporteurs er waren, kwam het lobbycircuit op gang. Ik heb met banken uit vele landen, centrale banken, retailers en hun koepelorganisaties, consumentenorganisaties, cash-transporteurs, landenvertegenwoordigingen, academici, Visa en MasterCard zelf, en crypto-organisaties gesproken. En heel veel mensen hebben mij gemaild, vaak met zorgen.
De rapporteur organiseerde ook twaalf hearings met allerhande organisaties, waaronder centrale banken die al naar digitaal geld hadden gekeken: VK, Denemarken, Zweden, Canada. Geen van deze organisaties was enthousiast, behalve Oostenrijkse retailers die de hoofdprijs betalen bij pinbetalingen omdat hun land geen eigen infrastructuur daarvoor kent. Geen van de centrale banken ging overigens verder met het project, of richtte zich zelfs maar op consumenten.
Daarna werd er dus gediscussieerd door de betrokken Europarlementariërs die met amendementen laten zien waar ze staan. De rapporteur zoekt op basis daarvan een meerderheid. Wat mij vooral opviel was de onbuigzame houding van de S&D (PRO-partij) en VOLT (Groenen), die uitsluitend het hele pakket accepteerden en voortdurend stelden dat het Europees Parlement niet mocht selecteren uit het commissievoorstel.
Geen complottheorie: digitaal geld kan automatisch geblokkeerd worden
Op 9 februari 2026 sprak ECB-baas Christine Lagarde het Europees Parlement plenair toe tijdens het debat over het ECB Jaarverslag. In haar speech zei ze letterlijk over de digitale euro:
“It will guarantee the highest level of privacy: by design we at the central bank will not have access to personal data. And it will be possible to pay offline, with cash-like privacy.”
Lagarde had het hier over één van de belangrijkste bezwaren van digitaal geld: de bank weet alles en het geld kan automatisch geblokkeerd worden. Dat is geen complottheorie. Het IMF publiceerde eerder het Central Bank Digital Currency Virtual Handbook waarin de mogelijkheden van programmeerbaar geld worden besproken als een potentieel kenmerk van CBDC’s, zoals de digitale euro. Bijvoorbeeld een persoonlijke (negatieve) rente op specifieke tegoeden of doeleinden. Of beperkingen op gebruik, vervaldata, of automatische voorwaarden. Zelfs automatische compliance, inclusief potentieel fiscale aspecten zoals automatische aftrek of inning van belastingen bij transacties (compliance-by-design).
De acht mensen die de wenselijkheid en voorwaarden voor de digitale euro bespraken, waren dus niet gek om hier vraagtekens bij te zetten. En de lijntjes zijn kort in de internationale financiële wereld. De huidige baas van het IMF, Kristalina Georgieva, de verantwoordelijke voor die publicatie, was tien jaar geleden nog eurocommissaris in Brussel.
Het probleem en de uitspraak van Lagarde heeft zijn uitwerking gevonden in de tekst. In artikel 24, paragraaf 2 wordt expliciet gezegd dat programmeerbaarheid formeel is uitgesloten. Maar artikel 2(18) bevat wel al een definitie van programmeerbaarheid. Dat suggereert dat in de toekomst programmeerbaarheid toch om de hoek kan komen kijken - alleen nu dus nog niet.
Hoe zit het met de gegevensbescherming?
Wie beschikt dan over mijn betalingsgegevens? Wie weet wat ik gekocht heb? Op dit moment staan veel van je betaalgegevens op Amerikaanse servers van Google, Apple, Visa en Mastercard. Daar heb je dus als Europese gegevensbeschermingsautoriteit weinig vat op.
Ik wilde een keiharde privacyregeling. De ECB mag op geen enkele wijze weten wat je gekocht hebt, en je moet digitale euro’s kunnen doorgeven aan een ander zonder dat de ECB daar weet van heeft. Het was toch immers een digitale variant van cash? U begrijpt dat ik dat niet heb binnengehaald. In plaats daarvan gaat de standaard privacyregeling gelde, de GDPR, maar helaas niet volledig.
Waar iedereen overeenstemming vond, is dat de zogenaamde Payment Service Providers (PSPs), zoals banken of betalingsplatformen als PayPal of Klarna, de betalingen in digitale euro moeten verwerken. Om een digitale euro-rekening te kunnen hebben en met digitale euro’s te kunnen betalen, heb je dus een contractuele relatie met een PSP nodig, een bankrekening. Zo vallen gebruikers van de digitale euro meteen onder de regels van de consumentenbescherming en de GDPR, zoals die ook geldt voor je bestaande contracten met PSPs.
De data over transacties met de digitale euro worden verwerkt door de PSPs. De informatie over de bedragen die worden overgeboekt, ook van bijvoorbeeld stortingen van euro’s naar digitale euro’s of omgekeerd, moeten PSPs doorgeven aan de ECB. Dat is logisch, want de ECB gaat over de geldmassa in de EU.
Artikel 34 en 35 van het rapport stellen dat zowel de PSPs en de ECB in principe onderworpen zijn aan de GDPR-verplichtingen inzake databescherming. Echter, beide artikelen hebben een tweede paragraaf, waarin “uitzonderingen” zijn opgenomen in annexen II en III: een lijstje met omstandigheden wanneer databescherming niet van toepassing is. Bovendien lezen we in lid 3 van beide artikelen dat de Europese Commissie via uitvoeringsbesluiten die lijstjes in annexen II en III kan uitbreiden. Dat betekent dat zulks gaat zonder tussenkomst van de wetgever – de lidstaten en het Europees Parlement.
Mijn standpunt, dat de GDPR altijd geldig is zonder uitzonderingen, werd verworpen met het argument dat mijn mening bedoeld was om het project in de kiem te smoren. Waardoor je je gaat afvragen wat het project dan precies is. Immers, het probleem was toch niet een gebrek aan klantgegevens?
Uitzonderingen op witwas-controles voor daklozen en asielzoekers
Er staat ook gekkigheid in als we het over klantgegevens hebben. Een PSP moet volgens de Europese anti-witwasregels kunnen vaststellen wie je bent en waar je geld vandaan komt en heen gaat. Voor ieder van ons met een identiteitskaart is dat geen probleem. Maar mensen waarvan de identiteit niet kan worden vastgesteld, die kunnen op basis van de wet dus geen bankrekening en daarmee geen digitale euro krijgen.
Daar heeft de Commissie een oplossing voor gevonden: asielzoekers en personen zonder vaste verblijfplaats krijgen volgens artikel 14 een uitzondering op de anti-witwascontroles. De lidstaten moeten een PSP benoemen die deze mensen een digitale euro-rekening ter beschikking stelt. Dat is op z’n zachtst gezegd een vreemde regel: banken zijn verplicht klanten te weigeren die ze niet kunnen identificeren, maar één bank moet die klanten juist wel aanvaarden, en daarvoor gecompenseerd worden door de ECB. Terwijl EU-burgers die vaak heel complexe procedures moeten doorlopen om zich te kunnen identificeren en de oorsprong van hun geld te kunnen verklaren. Ik wilde dit vanzelfsprekend niet, maar stond daarin alleen.
De identificatie van de mogelijke klanten zou overigens via de PSP’s gaan maar in de tekst staat nu dat er ook nog een aparte identificatie voor de ECB app komt op basis van de EU-ID. Dat is die digitale identiteit die werd verworpen door de Tweede Kamer maar toch werd ondertekend door minister Van Huffelen (D66), die daar toen over zei: “De Europese digitale identiteit wordt niet verplicht om diensten in de Europese Unie te kunnen afnemen”.
Dat klopt dus niet helemaal. Het Europees Parlement wil dat de EU-ID hier optioneel wordt.
Dit was deel 1 van een tweeluik over de digitale euro. Deel 2 verschijnt donderdag 2 juli. Nog niet ingeschreven? Laat uw mailadres achter om het vanzelf in uw mailbox te ontvangen:
— Auke Zijlstra is Europarlementariër namens de PVV. Voor NN schrijft hij over het wel en vooral wee in Brussel. Op X is hij te vinden als @EconoomZijlstra.
Normaliter zijn de comments alleen toegankelijk voor paid subscribers. Omdat Auke een volksvertegenwoordiger is, staan ze onder zijn bijdragen voor allen open.
Nijmans Nieuwsbriefje is afhankelijk van abonnees en donateurs. Als betalend lid kunt u onder alle artikelen deelnemen aan de discussie, krijgt u toegang tot het archief en ontvangt u exclusieve artikelen.







