Industrial Accelerator Act: redding van de Europese industrie of het laatste zetje?
Gaat het om banen, het klimaat of beleid om het beleid?
Iedere plenaire week in Straatsburg organiseert het European Energy Forum een discussieavond. Dit forum is een ontmoeting van Europarlementariërs en industrievertegenwoordigers om wat langer bij een onderwerp stil te staan. Vanzelfsprekend is het een bubbel van voornamelijk koepelorganisaties en grotere spelers. Ook vanzelfsprekend praat de industrie in de termen die de politici tegenwoordig graag horen: inclusief, groen, decarbonisatie, competitief. Maar er zijn ook sprekers die hun eigen ervaringen delen, niet alleen maar een papieren werkelijkheid.
De laatste keer vertelde iemand over de onmogelijkheid om als fabriek een voldoende lage kostprijs te hebben met elektriciteit als er alleen renewables zijn. Fabrieken staan immers niet stil als de zon niet schijnt of de wind niet waait. De enorm hoge elektriciteitsprijzen van dat moment moet je ook betalen. Hij wees dan ook op het ondertussen kwijt zijn geraakt van een miljoen industriële banen door onbetaalbare energie.
Het is een algemene klacht die, met een verwijzing naar het klimaat, meestal wordt genegeerd. Maar het begint nu toch te knijpen dus er komt, zoals dat hoort in Brussel bij problemen, extra wetgeving. Het aandeel van de maakindustrie in het EU-bbp is immers dalende: nu nog maar 14,3%. Voor de oorzaken wordt vooral gewezen op hoge energieprijzen en de torenhoge regeldruk.
De Europese Commissie komt met de Industrial Accelerator Act (IAA) als het grote herstelplan om het industrieel aandeel in het bbp tegen 2035 terug te brengen naar 20%. Gaat dat lukken?
Nou, het voorstel heette eerst de Industrial Decarbonisation Accelerator Act. Met decarbonisatie wordt CO₂- vrij bedoeld. Het woord ‘decarbonisation’ werd echter geschrapt op uitdrukkelijk politiek verzoek, om de indruk te wekken dat industriële competitiviteit nu centraal staat. Maar wie de tekst leest, ziet dat de klimaatambitie volledig overeind blijft: de IAA koppelt Europese steun en markttoegang onverminderd aan klimaatdoelen.
De chemiesector, noodzakelijk maar zonder toekomst
De IAA richt zich op staal, cement, aluminium, de automobielsector en zogenaamde ‘net-zero technologieën’. Dat laatste is de bekende klimaatriedel van zonnepanelen, warmtepompen en windturbines maar (kleine overwinning was dat, dus applausje voor onszelf): ook kernenergie wordt genoemd. De chemische industrie wordt daarentegen expliciet genoemd als kandidaat voor uitbreiding van de maatregelen.
Dat is opmerkelijk, want juist in die sector is de industriële erosie het meest alarmerend. Ik sprak met Chemelot, het chemisch industriecomplex in Zuid-Limburg, en ook daar zijn bijvoorbeeld de afgelopen paar jaar meerdere bedrijven en fabrieken gesloten. Tussen 2022 en 2025 ging in de EU circa 37 miljoen ton productiecapaciteit verloren, 9% van het Europees totaal, vooral in Duitsland, Nederland, Frankrijk en België. Nieuwe investeringen daalden in sommige segmenten met ruim 90%. Dat zijn geen investeringen meer, dat is een structurele afbouw, op weg naar het verdwijnen van de bedrijfstak uit de EU.
De IAA moet dus een antwoord zijn maar is juist nog meer marktbemoeienis door overheidssteun. Die is dan ook nog gekoppeld aan CO₂-normen terwijl de werkelijke oorzaken van de concurrentieverslechtering — hoge energieprijzen en regeldruk — buiten beeld blijven. Het is ook wat raar om regeldruk te bestrijden met regels.
Staal: koolstofnormen in een markt met overcapaciteit
In de staalsector krijgen we het concept ‘koolstofarm staal’ als onderdeel van beleid. Vanaf 1 januari 2029 moet bij grote publieke bouw- en infrastructuurprojecten minimaal 25% van het gebruikte staal koolstofarm zijn. Wat dat precies inhoudt, staat echter niet in de wet: de invulling wordt uitbesteed aan de Europese Commissie. Zoiets heet een gedelegeerde handeling en is bedoeld om technische details zonder wetsproces te kunnen aanpassen als de werkelijkheid veranderd is door bijvoorbeeld innovatie. Maar daar is hier geen sprake van. Ik zie dit als een volmacht aan Brussel.
In eerdere versies, toen het voorstel nog vorm kreeg, was ook een EU-herkomstvereiste bedacht: publieke projecten zouden dan verplicht zijn Europees geproduceerd koolstofarm staal te gebruiken. Die dubbele eis is uit de definitieve tekst geschrapt. Het gevolg is dat staal van buiten de EU, dat aan de emissienorm voldoet. toegang blijft houden tot Europese overheidsopdrachten.
De staalindustrie zelf is hier niet blij mee. Zowel de Europese staalbond EUROFER als de Duitse staalvereniging WV Stahl klagen dat er geen herkomstcriterium aan de koolstofnorm is gekoppeld. Concurrentie is goed maar gedwongen winkelnering is gemakkelijker, zeker met de huidige overcapaciteit op de wereldmarkt. De Commissie wil aan de klachten tegemoet komen met handelsmaatregelen, bijvoorbeeld door het invoertarief te verdubbelen naar 50%. Als ieder land dat doet, zal de overcapaciteit nooit afnemen en betaalt iedereen altijd te veel.
De automobielsector: meer geld naar een krimpende industrie
In de automobielsector wordt de IAA gekoppeld aan het Automotive Action Plan. Dat betreft subsidies en afscherming van de industrie, maar alleen voor elektrische voertuigen met een ‘Made in EU’-label voor batterijcomponenten. Ursula von der Leyen had eerder al gezegd dat de Europese Commissie wil dat fabrikanten kleine elektrische auto’s gaan bouwen in de EU voor de Europese burger en heeft daar superkredieten voor over. Dat riep bij mij een beeld op van de herintroductie van de Trabant, een door een staatsmonopolie geproduceerde auto als symbool van een stagnerende economie.
Maar wat moet je? De Europese auto-industrie gaat momenteel hard onderuit. Ik zie subsidies echter als de beademing van patiënten, prima als het om kortstondige ademnood gaat maar als levensverlenging bij terminaliteit van beperkt nut.
De Commissie krijgt hier overigens opnieuw het recht te bepalen wat precies onder ‘in de Unie vervaardigd’ of ‘koolstofarm’ valt. Geen goede zaak. Dat wordt buigen voor de politieke macht van de grote lidstaten op jacht naar subsidies.
Screening van investeringen: bescherming of afschrikking?
Voortaan worden directe investeringen uit derde landen onderzocht. Investeringen van meer dan €100 miljoen in aangewezen sectoren — batterijen, zonne-energie, elektrische voertuigen, kritieke grondstoffen — kunnen worden onderworpen aan vergaande voorwaarden: maximaal 49% buitenlands eigendom, verplichte joint ventures met Europese partners en gedwongen technologieoverdracht.
Het lijkt de bedoeling om voornamelijk Chinese investeerders te treffen. Formeel geldt het echter voor iedereen. Amerikaanse bedrijven zijn de grootste buitenlandse investeerders in Europa. De economische relatie met de VS gaat veel meer om investeringen dan om handel. De VS staat onder de huidige regering al kritisch tegenover het Europees industriebeleid en dit gaat niet helpen. China’s ministerie van Handel heeft ondertussen al ernstige bezorgdheid geuit. Wellicht betekent dit dat deze screening een goede zaak is, maar hiermee dreigen toch minder investeringen onze kant op te komen. Terwijl de Europese Commissie met de Spaar- en Investeringsunie juist meer investeringen in de EU wil forceren. Dat geeft toch een beeld van beleid bestrijden met ander beleid.
Protectionisme, mag dat?
Internationale handel kent internationale regels, beheerd door de World Trade Organisation, de WTO, die in het Subsidies and Countervailing Measures-akkoord stelt dat productie-eisen en subsidievoorwaarden die binnenlandse producten bevoordelen in beginsel verboden zijn.
De Commissie zegt dat de IAA geen importbeperkingen invoert maar alleen maar voorwaarden stelt aan toegang tot subsidies, waarmee Brussel zich alvast juridisch probeert in te dekken. De Europese Commissie wijst op het Government Procurement Agreement (GPA), ook van de WTO, en een equivalentiebepaling voor landen waarmee de EU een vrijhandelsakkoord heeft gesloten. Het gaat daarbij vooral om deze zin: ‘The Union retains the right to apply general or security exceptions.’
Die bepaling maakt de constructie juridisch verdedigbaar op papier maar dat wil niet zeggen dat handelspartners geen procedure gaan aanspannen. De WTO heeft zich nog niet over de IAA uitgesproken. Tot die tijd blijft het risico op handelsconflicten reëel en protectionisme is toch een zwaktebod. Blijkbaar is het lokale aanbod internationaal gezien onaantrekkelijk.
Met de IAA komen er nieuwe taken voor de lidstaten: monitoring van aanbestedingen, het opzetten van digitale vergunningsprocedures, toezichts- en handhavingstaken rond investeringsvoorwaarden, en de verplichte aanwijzing van industriële versnellingszones. Elke lidstaat moet ook een nationale Investeringsautoriteit aanwijzen voor het nieuwe FDI-screeningmechanisme — binnen één maand na inwerkingtreding. Dat betekent allemaal extra ambtenaren.
Dure stervensbegeleiding of wonder van wederopstanding?
De analyse klopt. Europa’s industriële basis krimpt, de concurrentiepositie verzwakt en de afhankelijkheid van derde landen neemt toe. Er is behoefte aan lagere energieprijzen, minder regeldruk en rechtszekerheid. Die drie kunnen leiden tot een concurrerend aanbod voor de eigen markt en exportkansen.
Ik zie niet hoe de IAA hier helpt. Het is tegelijkertijd industriepolitiek, klimaateisen en handelspolitiek. Het bijt elkaar, is bij de WTO aanvechtbaar en verhoogt ook nog de administratieve lasten. En de IAA is niet het eindpunt. Er komt ook nog een Industrial Decarbonisation Bank van €100 miljard en er staat een Circular Economy Act met nieuwe verplichte aanbestedingscriteria op de agenda voor eind 2026, gevolgd door een herziening van de volledige aanbestedingsrichtlijnen.
En dan hebben we ook nog AccelerateEU, een voorstel van de Europese Commissie als antwoord op de energiecrisis die uitbrak na de sluiting van de Straat van Hormuz. De boodschap kennen we al: meer transitie, meer protectionisme, meer verplichtingen. Want Europa betaalde €24 miljard extra aan fossiele brandstoffen in 52 dagen. Dat de hele wereld hogere prijzen zag en dit dus geen effect op de onderlinge concurrentiepositie heeft, wordt gemakshalve even vergeten.
De Europese Commissie is een beleidsmachine, de ultieme gesubsidieerde industrie zonder exportkansen. Daarvan hebben we blijkbaar nooit genoeg.
— Auke Zijlstra is Europarlementariër namens de PVV. Voor NN schrijft hij over het wel en vooral wee in Brussel. Op X is hij te vinden als @EconoomZijlstra. Zijn eerdere Berichten uit Brussel zijn te vinden op deze pagina.
Aan- of aanmelden voor notificaties van separate onderdelen van Nijmans Nieuwsbriefje doet u via uw accountpagina. Normaliter is de commentfunctie alleen open voor paid subscribers. Omdat Auke een volksvertegenwoordiger is, zijn ze onder zijn bijdragen voor allen geopend. Maar een betaald abonnement wordt van harte aangemoedigd, om Nijmans Nieuwsbriefje te kunnen laten groeien en uitbreiden, als ware het een kleine industrie op zichzelf…







