Digitale identiteit en dito betalingssystemen: de surveillancestaat rukt op
'Je staat de hele dag je leven te verdedigen tegen bedrijven en overheid'
Op mijn middelbare school had de wiskundeleraar succes met zijn wens geld te mogen uitgeven aan computers om leerlingen kennis te laten maken met programmeren. Het was 1980. De computers waren TRS-80’s met eerst 4K en later 16K geheugen. Ja, met een cassettebandje als extern geheugen. Maar het moest buiten schooltijd en wie had daar nou zin in? Minder dan tien leerlingen waren geïnteresseerd. Ik raakte er echter helemaal verslingerd aan en zat regelmatig om half acht ’s ochtends in het conciërgehok, waar beide apparaten waren opgesteld. Ik wist niet dat IT mijn toekomst zou zijn totdat ik op de universiteit aan het einde van het tweede jaar terechtkwam in een college over de toepassing van computersimulatie bij economische vraagstukken. Toen was alles nog leuk. Behalve printen, dat was altijd een probleem.
Later werkte ik bij een bedrijf waar ik gespecialiseerd was in IT in de fabriek. Je zag de verbeteringen bij administratie, proeflokaal, werkvloer, machineaansturing, maar ik zag ook de eerste problemen, bijvoorbeeld het onverbiddelijk vastleggen van alle acties van operators en daar dan consequenties aan verbinden. IT was noodzakelijk, ook nog wel leuk en uitdagend en de RS/6000 was gewoon mooi, maar het begon ook ethische vragen op te roepen. Ik was ook lid van de ondernemingsraad en dan zie je ook de kant van het aangestuurde personeel.
De wereld is nu enorm veranderd. Alles is nu IT. Hoewel ik zelf nog wel mijn thuisnetwerkje aanleg met de RaspberryPi en mijn router programmeer, heb ik er niet heel veel plezier meer in. Het ethische vraagstuk drukt steeds zwaarder, privacy wordt af en toe gegund in plaats van dat het een afdwingbaar recht is. Je staat de hele dag je leven te verdedigen tegen bedrijven en overheid en je weet dat je uiteindelijk verliest.
Wellicht komt dit gevoel doordat jeugdige jaren relatief zorgeloos zijn, maar het kan ook heel goed door mijn werk komen. Van sociale media tot digitale euro, dagelijks word ik geconfronteerd met meningen over de noodzaak om de donkere kant van techniek in te zetten. Maar ook wel daadwerkelijke actie en tegenbeweging: Denemarken gaat terug naar echte schoolboeken. Van een laptop worden je hersens aantoonbaar inactief, zeker op jonge leeftijd.
Onlangs schreef het Europees Parlement het eigen-initiatiefverslag Europese technologische soevereiniteit en digitale infrastructuur. De rechtse rapporteur Sara Knafo werd genegeerd en er kwam een tekst ter stemming die was geschreven door de grote fracties, een brede Brusselse consensus. En die consensus is dan een beleidskader waarin soevereiniteit en autonomie wordt ingevuld als centrale sturing, met harmonisatie van regelgeving en omvangrijke publieke investeringsprogramma’s. Met alle drie heb ik problemen, maar in verschillende mate.
De EU wil Europa als “AI-continent”
De Europese Unie presenteert “technologische soevereiniteit” steeds nadrukkelijker als antwoord op geopolitieke onzekerheid, digitale afhankelijkheden en toenemende economische concurrentiedruk. Tegelijk is “Europese autonomie” uitgegroeid tot het dominante beleidsbegrip van dit moment. Vrijwel elk strategisch dossier — van energie en defensie tot grondstoffen, cloud, data en inmiddels ook kunstmatige intelligentie — wordt onder deze noemer gebracht. Soevereiniteit en autonomie, de rechtvaardiging voor alles ondertussen.
Het is onder andere gelinkt aan de ambitie van de Europese Commissie om tot €200 miljard aan publieke en private middelen in te zetten om Europa te positioneren als “AI-continent”. Voor de periode 2021–2027 is al circa €10 miljard voorzien voor Europese supercomputing en AI-faciliteiten. Daarnaast is via het InvestAI-initiatief €20 miljard gereserveerd voor vier à vijf zogeheten AI-gigafactories, datacenters voor het trainen van AI-modellen.
Zo’n datacenter vraagt honderden megawatt aan continue energie, zware netaansluitingen en langdurige prijszekerheid. AI-beleid wordt daarmee automatisch energie- en industriebeleid en dus onderwerp van strategische planning op Europees niveau. En ik geloof helemaal niet in centrale planning. Geen van de grote Amerikaanse spelers komt voort uit de politiek in Washington.
Een kernvoorstel in Brussel is de ontwikkeling van een Europese digitale publieke infrastructuur (DPI): hardware, cloud, data en AI, gebaseerd op open standaarden en interoperabiliteit, gecoördineerd op EU-niveau. Technisch is modulair opgebouwde digitale infrastructuur niet controversieel. Open standaarden zijn al decennia onderdeel van robuuste IT-architectuur. De vraag blijft echter waarom dit uitsluitend via een Europese publieke infrastructuur zou moeten, en niet via marktwerking en internationale standaardisatie. Het rapport biedt hier geen overtuigend technisch of economisch onderbouwd antwoord.
Voor de uitvoering worden European Digital Infrastructure Consortia (EDIC’s) ingezet: nieuwe rechtspersonen naar EU-recht, opgericht via een uitvoeringsbesluit van de Commissie op verzoek van minimaal drie lidstaten. Zij kunnen infrastructuur bouwen, exploiteren en EU-brede diensten leveren. Formeel bestuurd door deelnemende lidstaten, maar institutioneel ingebed in het Europese besluitvormingskader. En ze gaan niet meer weg, want het betreft geen tijdelijke projectstructuren maar juridische entiteiten met eigen statuten en structurele financiering.
Digitale identiteit en dito betalingssystemen
En het gaat verder: het moet vorm krijgen in het nog te ontwikkelen EUROPEUM-EDIC met als doel coördinatie van digitale identiteit en grensoverschrijdende publieke diensten. Identiteit, data en AI worden daarmee geïntegreerd in één bestuurlijke architectuur. Ik krijg daar een ongemakkelijk gevoel bij.
Tegelijk wordt er een link gelegd met het ontwikkelingsprogramma van de VN over de Sustainable Development Goals en het strategisch plan 2026–2029 van het United Nations Development Programme. In dat plan geldt digitale en AI-transformatie als één van de belangrijkste ‘versnellers’ om de SDG-doelen voor 2030 te realiseren. Daarnaast is er de “50-in-5”-campagne met als doel tegen 2028 minstens 50 landen te ondersteunen bij het uitrollen van digitale identiteit of betalingssystemen. Europese digitale soevereiniteit wordt daarmee expliciet ingebed in een breder internationaal kader. De afstand tot de kiezer en onze democratische besluitvorming wordt daarmee steeds groter en onze politieke bewegingsvrijheid steeds kleiner.
Ook wordt gewerkt aan de Digitale Network Act. Op tafel ligt daarbij een voorstel om het huidige advieskantoor ‘Body of European Regulators for Electronic Communications’ (BEREC) om te vormen tot een volwaardig agentschap voor digitale netwerken. Dat zou gepaard gaan met extra personeel, een groter budget en uitgebreidere bevoegdheden. Tevens wordt er gewerkt aan verdere harmonisatie van telecomregels, versnelling van 5G en 6G en een EU-breed kader voor cloud en AI.
Wanneer je dit allemaal op een rijtje zet, ontstaat een beeld dat technologische soevereiniteit en autonomie niet worden ingevuld als vermindering van externe afhankelijkheden, maar ook als verdieping van interne integratie en verdere Europese machtscentralisatie.
Het Europees Parlement verbindt dit ook aan de groene transitie en internationale bestuursorganen. Dat leidt tot hogere structurele uitgaven, uitbreiding van EU-bevoegdheden en een technocratisch model met centrale planning. Efficiëntie en ondernemerschap speelt een ondergeschikte rol.
De opwinding die ik vroeger ervoer bij SCADA, als ik de data van machines binnen zag komen in de database en een hele fabriek op je scherm gevisualiseerd werd, is verdwenen in zorgen over hoe we overheden nog in toom kunnen houden. In deze moderne tijd zien bestuurders en politici het juist als uiterst prettig om het gedrag van alle burgers op het centrale planningsscherm te visualiseren.
Ik heb een voorkeur voor burgers die de overheid controleren, niet andersom. Dat investeringsplan heb ik nog niet voorbij zien komen.
— Auke Zijlstra is Europarlementariër namens de PVV. Voor NN schrijft hij over het wel en vooral wee in Brussel. Op X is hij te vinden als @EconoomZijlstra. Zijn eerdere Berichten uit Brussel zijn te vinden op deze pagina.
Aan- of aanmelden voor notificaties van separate onderdelen van Nijmans Nieuwsbriefje doet u via uw accountpagina. Normaliter is de commentfunctie alleen open voor paid subscribers. Omdat Auke een volksvertegenwoordiger is, zijn ze onder zijn bijdragen voor allen geopend.




Beste Auke, een oplossing voor centralisatie is om iedere burger een persoonlijke digitale identiteit te geven. Waar alleen de burger het voor het zeggen heeft. Ik vertel er graag meer over.