Wanneer het licht echt uitgaat: het vergeten effect van de energietransitie
Zonder black start-bronnen blijft het licht uit
‘Black start’-capaciteit is fundamenteel voor een goede, betrouwbare elektriciteitsvoorziening die zichzelf weer kan opstarten na een grote stroomuitval. Europees beleid is echter gericht op het afbouwen van installaties die voor ‘black starts’ kunnen zorgen. Het probleem wordt gezien en onderkend maar de doelstellingen van de energietransitie belemmeren een stabiele, structurele oplossing. Opstarten na een grote stroomuitval, zoals vorig jaar in Spanje en Portugal, kan in de toekomst juist moeilijker worden. Ook of misschien wel juist in Nederland.
In het Europees Parlement is altijd wat te doen. Niet dat het er ’s avonds nog druk is. Als je om zeven uur door het gebouw loopt, kom je bijna niemand meer tegen. Maar ga je kijken in één van de zalen van het ledenrestaurant dan zijn er eigenlijke iedere avond wel bijeenkomsten. En rond lunchtijd ook. Er zijn ook vaak ontbijtbijeenkomsten. U begrijpt correct uit de gekozen momenten, dat je geacht wordt met volle mond te spreken.
Daar gaat het vanzelfsprekend niet om. Het zijn vaak bijeenkomsten van en met externe partijen, lobbyisten zo u wilt, die een boodschap proberen over te brengen, daarvoor de ruimte boeken en uitnodigingen versturen. Meestal begint een dergelijke bijeenkomst met een uitleg voor beginners over de situatie die zij aanhangig willen maken. Dat is niet onbegrijpelijk, want er zijn zoveel onderwerpen en zoveel belanghebbenden en zoveel landen en zoveel kansen en zoveel bedreigingen en zoveel actoren dat het voor Europarlementariërs vaak ook niet meer bij te benen is, al was het alleen maar omdat je ook niet overal verstand van kan hebben.
Ik heb een aantal vaste afspraken voor dergelijke bijeenkomsten. Zo ga ik regelmatig naar het Energy Forum en ben ik de laatste tijd ook weer te vinden bij het Financial Services Forum. Beide al lang bestaande lobbyclubs maar er komen ook vaak nieuwe dingen voorbij, waar je dan door een e-mail op gewezen wordt. Daar krijg ik er dagelijks meerdere van. Zo nodigde het bestuur van Tirol en de besturen van aanliggende gebieden iedereen uit om te komen luisteren naar een uitleg over alpine waterkrachtcentrales. En wie zegt daar nou nee tegen?
Toch nog behoorlijk veel mensen zeiden nee want hoewel de zaal redelijk vol zat, misschien 40 man, waren bijna alle aanwezigen al op enige manier betrokken bij het onderwerp. Met betrokken bedoel ik dat de presentaties in Oostenrijks klinkend Duits en in het Italiaans waren. Dat eerste kon ik nog wel volgen, dat tweede blijkt (als je de context door hebt) ook nog wel enigszins te doen, maar veel aantekeningen heb ik daar niet van gemaakt.
Kent u de term ‘black start’?
Interessant was het zeker. Het algemene verhaal is dat waterkrachtcentrales en het daarbij behorende stuwmeer onterecht een slechte naam hebben. De eigenaren en hun landsbesturen vinden het veilig, efficiënt, goed voor de biodiversiteit en ook aantrekkelijk voor het toerisme. Maar omdat slechts een paar lidstaten die dingen hebben, naast Zwitserland waar sowieso fronsend naar gekeken wordt vanwege hun weigering lid te worden van de EU, gaat het er nooit over en heeft de EU er onvoldoende aandacht voor.
Vervolgens kwam de term ‘black start’ voorbij. De sprekers hamerden erop dat juist deze eigenschap op het netvlies van de Europese Commissie moest staan. Dat de landen met waterkrachtcentrales juist hierom ook bereid waren te investeren in netwerkverbindingen met andere landen, en waardering zouden moeten krijgen voor hun onbaatzuchtig gedrag.
En die black start, dat blijkt een punt waar ik nog niet eerder echt bij stilgestaan had, denkend dat dat wel geregeld zou zijn. Weet u wat een elektriciteitscentrale nodig heeft om te starten? Ik heb dat aan meerdere mensen gevraagd en dan krijg je antwoorden als personeel, gas en een startknop. Het antwoord is: elektriciteit, van een werkend netwerk.
Je zou denken dat die centrale dat zelf levert maar dat is als de Baron von Münchhausen die zich aan zijn eigen haren uit het moeras trekt. Zelfstandig kunnen starten is cruciaal als het hele netwerk platligt, zoals recent in Spanje, Portugal gebeurde. Het punt is: er moet wel een centrale beschikbaar zijn die dat kan. Anders is het netwerk uit, en blijft het uit. Dus een black start is het vermogen van een installatie om zelfstandig op te starten zonder externe voeding.
Windturbines verminderen netstabiliteit
Zo’n situatie is uiterst lastig. Om dat kort uit te leggen, moeten we naar twee kenmerken van het elektriciteitsnetwerk kijken: de frequentie en de spanning. Het elektriciteitsnet werkt met wisselstroom die in Europa precies 50 keer per seconde van richting verandert. Dat heet de frequentie: 50 Hertz (Hz). Die 50 Hz moet heel stabiel blijven. De stabiliteit wordt bereikt als de productie (centrales, windmolens, zonnepanelen) gelijk is en blijft aan het verbruik (thuisverbruik, industrie). Bij te veel productie stijgt de frequentie naar bijvoorbeeld 50,2 Hz en andersom, bij te veel verbruik, daalt de frequentie naar bijvoorbeeld 49,9 Hz.
Die permanente balanceer-act tussen productie en verbruik gebeurt automatisch. Alle grote generatoren in kolen-, gas- en kerncentrales draaien zwaar rond. Die hebben veel ‘massa in beweging’. Als er ineens meer verbruik is, vertragen ze daardoor niet meteen. Dat houdt de frequentie secondenlang redelijk stabiel. Dat is voldoende om een grote centrale te laten reageren met hun eigen ‘gaspedaal’ om de frequentie weer omhoog te brengen. Op Europees niveau kijken TenneT en collega’s mee. Dan worden extra centrales aangezet of buurlanden gevraagd meer stroom te leveren. Andersom laten ze centrales minder produceren of zonneparken tijdelijk wat minder opwekken. Bij een extreem lage frequentie (onder ~49 Hz) schakelt het net automatisch stukken verbruik uit, om een black-out te voorkomen.
Modern probleem is dat windturbines (bijna) geen natuurlijk vliegwieleffect hebben. Ze zitten dan ook niet rechtstreeks op het net maar via een omvormer die de variabele productie omzet in 50 Hz. Bij afwijkingen is het enige wat een windturbine kan doen de wieksnelheid afremmen en die kinetische energie op het net zetten, of andersom juist wat minder stroom leveren (of zelfs terugvragen van het net), en de wieksnelheid verhogen. Dit is geen natuurlijk effect: er is wel degelijk minder inertie op het net. Windturbines verminderen daarmee de natuurlijke stabiliteit van het net.
Dan is er de spanning. 230 Volt in de huiskamer, hoger op het transportnet. Dat is minder kritiek. In Nederland mag het voltage wettelijk wel 20 V op en neer gaan. Het moet echter niet te gek worden want dan valt de stroom wel degelijk uit. De spanning verandert als er meer of minder gebruikers zijn. Een modern probleem is te veel zonnepanelen of windmolens. Op zonnige dagen kunnen zonnepanelen ineens extra stroom leveren. Dat kan de spanning lokaal hoger maken. Als wolken voorbijkomen of de wind afneemt, daalt de opwekking echter snel. Dit is door de energietransitie een groeiend probleem in Nederland.
De grootste stroomstoring in twintig jaar
Voltage kan lokaal verschillen. Op de ene plek 240 V, elders 220 V. Frequentie niet, die is in het hele netwerk hetzelfde. Aangezien alles tegenwoordig verbonden is, beïnvloedt een probleem in Italië potentieel ook Nederland. Als de frequentie fout gaat, leidt dit vaak tot snelle black-outs. Spanningsproblemen gaan langzamer maar kunnen ook grote schade toebrengen.
Zo was er in Spanje en Portugal op 28 april 2025 een totale black-out, een van de grootste in Europa in de laatste twintig jaar. Miljoenen mensen zonder licht, treinen stil, internet en telefoon plat, ziekenhuizen op noodstroom. Het begon met een plotselinge piek in spanning in het zuiden van Spanje, nadat het al dagen niet lekker liep op het net. Een generatietransformator schakelde vervolgens automatisch direct uit (dat gaat in milliseconden), waardoor de spanning elders verder steeg.
Dit leidde tot een kettingreactie: meer generatoren en transformatoren schakelden uit om zichzelf te beschermen tegen te hoge spanning. Binnen seconden viel meer dan 20 gigawatt (tot 60-76% van de elektriciteitsproductie) uit. Hierdoor ging de frequentie onderuit naar minder dan 48 Hz en werd de verbinding met de rest van Europa via Frankrijk direct verbroken.
Dit was de eerste bekende black-out in Europa die puur door overvoltage-cascade werd veroorzaakt. Als achterliggende redenen werden vooral genoemd: te weinig conventionele centrales zoals gas, kolen en nucleair (die inertie en voltage-stabiliteit geven), verouderde infrastructuur met onvoldoende marge tegen pieken, en een overaanbod renewables op die zonnige dag. Er was op dat moment veel zonne-energie en de export naar Frankrijk, Portugal en Marokko zat al aan de limiet.
Toch benadrukken de experts dat de renewables niet zelf schuldig waren. Wel het gebrek aan regels en capaciteit om voltage te beheren bij een hoog aandeel renewables. Er wordt nu benadrukt dat er meer batterijen en betere interconnecties met Frankrijk moeten komen. Een extra voorwaarde en extra kosten dus voor de energietransitie. Maar Spanje en Portugal zaten zonder stroom en moesten dus vertrouwen op een black start. Dat lukte nog vlot. Portugal gebruikte twee black start-eenheden (een gasturbine en een hydrocentrale. Portugal heeft ze.) om “eilanden” (losgekoppelde netwerkdelen) op te starten. Spanje kreeg hulp via interconnecties met Frankrijk en Marokko. Binnen 24 uur was bijna alle verbruik hersteld.
Eenvoudig is dat niet want het gaat in stapjes. Een black start-unit begint en geeft stroom aan een fabriek of substation. Die stroom wordt gebruikt om een grotere centrale op te starten. Dan moet verbruik worden toegevoegd zodat de frequentie stabiel blijft op 50 Hz. Vervolgens moet productie en vraag weer in balans gebracht worden en blijven. Het uiteindelijk weer opbouwen van het hele net (in “eilanden” die later synchroniseren) kan dagen duren.
De paradox van Europees transitie-beleid
De enkele installaties met de juiste configuratie om vanuit volledige stilstand te starten, zijn traditioneel de waterkrachtcentrales en kleine gasgestookte turbines. Gascentrales zijn in veel landen de primaire black start-bronnen, mits uitgerust met autonome noodgeneratoren. Ze kunnen binnen minuten starten, de correcte frequentie dragen en de rest van het systeem langzaam heropbouwen. Maar gascentrales staan op de lijst om gesloten te worden door het klimaatbeleid.
Waterkracht is historisch de meest robuuste black start-capaciteit van Europa en vormt voor enkele landen zelfs een strategische reserve, zoals ik dus leerde van de presentatie door Tirol. Ze combineert drie eigenschappen die renewables niet bieden: onmiddellijke beschikbaarheid, aanzienlijke roterende massa voor systeeminertie en de mogelijkheid om volledig autonoom op te starten.
In Zwitserland en Oostenrijk, en dus ook in Portugal, is dit geen theorie maar praktijk: centrales kunnen binnen minuten in eilandbedrijf komen, basisspanning geven en het eerste neteiland opbouwen waarop andere productie inhaakt. Maar in een gedeeld Europees netwerk is er een geografische beperking: lidstaten zonder stuwmeren zijn afhankelijk van grensverbindingen als startkabel, die in een grootschalige storing juist wegvallen.
Zonder waterkracht begint het te wringen. In Duitsland worden kolencentrales gesloten en nucleaire productie is al volledig gestopt. Berlijn kondigde nu de bouw aan van minstens 20 gigawatt aan nieuwe gascentrales. Niet om groei te voeden, maar om simpelweg het net te kunnen dragen wanneer wind en zon stilvallen. Ironisch genoeg zette de Europese Commissie de streep bij amper 12,5 gigawatt. Niet op basis van systeemtechniek maar vanwege marktingrepen en subsidiewetgeving. Het land dat braaf zijn robuuste energiebasis sloopte, mag nu slechts half herstellen. Het is de paradox van het Europese beleid: zelfs wanneer landen de systeemrisico’s onderkennen, worden de oplossingen politiek afgeremd.
Die paradox beperkt zich niet tot Duitsland. België laveert al jaren tussen nucleaire uitstapretoriek en noodgedwongen heronderhandeling over levensduurverlenging, omdat het alternatieve aanbod er niet tijdig is of technisch niet equivalent blijkt. Het land is voor stabiliteit en herstartvermogen grotendeels afhankelijk van gascentrales waarvan de toekomst politiek onzeker blijft.
Nederland als symptoom van systeemrisico
Nederland bevindt zich in een vergelijkbare positie: kolencentrales zijn gesloten, gasproductie is ingeperkt en wind op zee groeit sneller dan de capaciteit die het net kan stabiliseren. Beide landen hebben dus systemen gebouwd die afhankelijker zijn geworden van interconnectie, die bij een grote storing als eerste wegvalt.
Het meest opmerkelijke daarbij is dat black start-capaciteit tot de minst transparante onderdelen van de elektriciteitssector behoort. In bijna geen enkel EU-land maakt de transmissienetbeheerder publiek bekend welke eenheden daadwerkelijk als herstartbron dienen of hoeveel operationele locaties beschikbaar zijn. Het debat over energietransitie draait daarom vaak om megawatt en emissies, terwijl het fundamentele vermogen om een ingestort net überhaupt weer aan te zetten nauwelijks meetbaar of publiek controleerbaar is.
In die context zijn Duitsland, België en Nederland geen uitzonderingen maar symptomen: hun systeemrisico’s groeien, maar de indicatoren die ertoe doen worden uit het zicht gehouden.
De klassieke centrales produceerden netstabiliteit waar renewables dat juist gebruiken. Dat maakt hun verdwijning méér dan een capaciteitstransitie: het is een functieverlies. We vervangen installaties die het energiesysteem konden dragen door installaties die volledig afhankelijk zijn van de stabiliteit die ze niet zelf leveren. Groene systemen zijn kwetsbare systemen.
Voor mij was dit de eerste keer dat ik werkelijk eens met de technische achtergrond werd geconfronteerd. Het blijft grotendeels buiten het publieke debat alsof het niet meer dan een technisch detail betreft. Tegelijkertijd groeit de afhankelijkheid van elektriciteit, gedreven door digitalisering, elektrificatie van industrie en mobiliteit. Een grote storing raakt vandaag bijna alles: huizen, betalingssystemen, logistiek, telecom, zorg.
Zonder black start-bronnen geen stroomzekerheid
Wereldwijd zoekt men wel naar nieuwe oplossingen. Amerikanen wisten een gascentrale van 150 megawatt succesvol te starten met een (forse) batterij. China (wie anders) experimenteerde met een black start van een 110 kilovolt netsegment met behulp van zonnepanelen en grootschalige opslag. Deze paar voorbeelden tonen vooral dat alternatieven technisch haalbaar zijn maar ze zijn er in de praktijk gewoon nog niet. Ze vereisen complexe besturing en ondersteuning en verschillen in betrouwbaarheid en kostenniveau.
Bij batterijen ontbreekt het aan de robuustheid van waterkracht en klassieke centrales. Waar roterende machines fysieke inertie, voorspelbaarheid en directe beschikbaarheid bieden, zijn batterijen chemische systemen die verouderen en in hun gebruik afhankelijk zijn van complexe vermogenselektronica.
Geen modern energiesysteem is robuust zonder voldoende bewezen, geografisch spreidbare black start-bronnen. Voor Europa betekent dit een combinatie van waterkracht en gascentrales.
De mogelijkheid tot een black start markeert de grens van operationele haalbaarheid. Het is de stille randvoorwaarde waaraan een energiesysteem moet voldoen, met of zonder de zo bejubelde energietransitie. Zeker als Tirol te ver weg blijkt.
— Auke Zijlstra is Europarlementariër namens de PVV. Voor NN schrijft hij over het wel en vooral wee in Brussel. Op X is hij te vinden als @EconoomZijlstra. Zijn eerdere Berichten uit Brussel zijn te vinden op deze pagina.
Aan- of aanmelden voor notificaties van separate onderdelen van Nijmans Nieuwsbriefje doet u via uw accountpagina. Normaliter is de commentfunctie alleen open voor paid subscribers. Omdat Auke een volksvertegenwoordiger is, zijn ze onder zijn bijdragen voor allen geopend.






Wat nu buiten beschouwing van deze zeer interessante observatie valt zijn de gevolgen van de Energietransitie.
Als jan en alleman zelf stroom gaan opwekken, zoals nu met zonnepanelen en windmolens, krijgen we te maken met netcongestie.
Dit wordt veroorzaakt door de wet van Ohm.
Om stroom aan het Net te kunnen terugleveren moet het aangeboden voltage hoger zijn dan de netspanning.
De gevolgen laten zich raden.
Als er onbeperkt stroom zou worden geleverd door talloze huishoudens met zonnepanelen, zal de netspanning ontoelaatbaar hoog worden.
De gevolgen worden inmiddels zichtbaar.
Ziehier de ramp in wording.
Bedankt voor dit heldere verhaal Auke Zijlstra