Smuk (2, slot)
Alweer een sentimenteel verhaal, verdomme
In oktober 2012 gingen we samenwonen en na anderhalf jaar kwam de vraag - of was het een mededeling? - of er een hond kon komen. Die had ze altijd al willen hebben maar in een Beverwijkse bovenwoning met vier kinderen nooit gekregen. En nu - afgestudeerd, baan, eigen woning - ging ze daar toch onderhand wel zelf over, zeker?
Geld voor een ‘nieuwe’ hadden we niet dus het werd ‘Jaxx’, een shiba inu uit de opvang. Eerder al was het ‘Jarko’, bij ons werd het Jack, of Jackson. Zijn verleden, ooit door Dieuwertje volledig nagetrokken voor een onderzoeksverhaal over het dierenleed in de broodfok, had sporen nagelaten die ons langzaam maar pijnlijk duidelijk werden.
Talloze eerdere eigenaren gingen ons al voor, een verwaarloosde bek kapotte tanden en sporen van mishandeling lieten ze hem na en hij kon vanuit iedere stand - slapen, snuffelen en zelfs spelen - zomaar kortsluiting maken, onbedaarlijk gaan blaffen en soms zelfs bijten. Gelukkig had ie - na een zenuwbehandeling die hem vier tanden en ons een jaar aan vakantiegeld kostte - nog maar één slagtandje, dus veel dreiging ging er van dat bijten niet uit. Zijn vele slachtoffers reageerden vaker verbaasd dan verontwaardigd. Voor ons was ie soms onhandelbaar maar nooit agressief.
Dat gebrekkige gebit is vermoedelijk ook z’n redding van een voortijdige veroordeling tot de spuit geweest, want hij heeft zeker vijftien mensen te pakken gehad. Tweederde van hen dacht dat ze die twaalf kilo blaffende branie wel even tot bedaren konden krijgen. Maar bij Jack was het altijd ‘never give up, never surrender’ - haphaphaphaphap. Eén iemand moest om een tetanusprik, maar die had het beestje dan ook zodanig (en tegen al mijn waarschuwingen in) getart, dat ik dat volkomen terecht vond. Desondanks was Jack daarna niet langer welkom op GSHQ.
’s Nachts waren er paniekaanvallen, waarbij hij achter kasten kroop of kabels doorknaagde (dat ie zichzelf daarbij niet heeft geëlektrocuteerd, is een klein wonder, hoewel we soms dachten dat ie er welbewust op uit was).
Nadat we na het eerste half jaar van onmogelijk gedrag de afweging gingen maken of hij wéér het slachtoffer van andermans wanhoop moest worden, besloten we toch dat we voor een verantwoordelijkheid gekozen hadden die we dienden te voldragen tot het eind.
In ruil daarvoor maakte het rotbeest een soort gezinnetje van ons. Jack zorgde ervoor dat wij als twee baby-warse dertigers-yuppen met ontluikende carrières in Amsterdam ook een gezamenlijke missie hadden: dat chagrijnige stuk shiba-vreten een fair shot at life geven. We wisten hem aan ons te laten hechten en gaven hem het beste leven dat ie kon krijgen.
Op den duur wilden we echter ook een ‘echte’ hond. Een lekker grote, met een heuse stamboom, die vanaf pup bij ons zou zijn. Onbedorven door anderen. Het werd een akita inu van een gerenommeerde fokker die meer bekers, oorkonden en medailles had verzameld dan er ruimte leek te zijn in haar arbeidershuisje in Landsmeer. De eigenwijze pup kwam met een multomap vol geboortepapieren, dna-bewijzen, een akita uit Rusland als vader en de moeder door onze fokker geïmporteerd uit Japan. ‘Benzaiten’, luidt haar stamnaam. Smuk, werd het bij ons, van het Engelse ‘smug’. Want zo kijken akita’s de wereld in: zelfingenomen, onverstoorbaar en gereserveerd.
Het was voorjaar 2017 toen ze in een handdoek op schoot mee naar Amsterdam reed, waar Dieuwertje de eerste nacht naast haar bench op de grond sliep omdat het beestje eenzaam lag te piepen, voor het eerst zonder moeder, broertjes en zusjes. Jack liet zich wat puppy abuse welgevallen (zelfs hij beschikte over de natuurlijke tolerantie die oudere honden hebben voor nog niet gesocialiseerde pups), maar was toch ontdaan op het moment dat Smuk groot genoeg werd om op het bed te springen - daar ging zijn laatste safe space waar hij veilig was tegen de aanhoudende puppy-terreur.




Smuk leek op haar beurt weinig van de on-hondse hond Jack te begrijpen, was binnen een paar weken al groter dan hij en ontpopte zich tot een harig duiveltje waar Dieuwertje haar handen goed vol aan had. Ik was vooral druk met m’n werk.
We gingen wel samen op puppycursus, waar Smuk - oh kleinburgerlijke schaamte - het ettertje van de klas bleek. Dieuwertje liet het daar niet bij zitten. Ze leerde Smuk loslopen in het Rembrandtpark, voedde haar sterk voedsel-gedreven op (hier zit nog een prachtige anekdote in over Smuk, een Surinaamse man en een banaan…) en hoewel ze wist dat ze bij mij moest zijn voor meer snoep, meer knuffels en minder regels, trok ze duidelijk wat meer naar Dieuw toe.
Smuk werd haar harige schaduw en - in weerwil van de reputatie van het ras en haar onhandelbare hondenpuberteit - ook nog eens een vreselijk lieve floof. Nooit heb ik haar ook maar de geringste dreiging richting mensen zien uiten, behalve die ene keer dat ze met een hele diepe, lage grom een man die opvallend traag achter Dieuwertje bleef fietsen tot grote versnelling maande. Agressie naar andere honden (nog zo’n akita-stereotype) had ze hooguit in haar jongste jaren. Meestal dwong ze zonder geweld het gezag wel af.
Als je bij ons thuis kwam, legde ze wel altijd even haar forse voorpoten op je schouders om te laten zien hoe groot ze zich kon maken. Een soort ‘Leuk dat je d’r bént!’-beuk op je schouders, ‘maar ik ben hier degene die de mate van gastvrijheid bepaalt die jij mag genieten’. Daarna ging ze rustig ergens liggen en liet de boel doorgaans de boel. Van aanhalen en knuffelen met vreemden moest ze meestal weinig hebben. Smug.
Precies op dit moment, terwijl ik met een glimlach memoreer hoe ze op die manier haar zachtaardigheid als geheim wapen aanwendde, legt Dieuwertje een koud kompres onder Smuk haar poot. Artrose en ontstekingen geven haar permanente pijn die niet met medicatie bestreden kan worden. Ze krijgt al ruim drie en een half jaar lang een dagelijkse dosis prednison om haar immuunsysteem te onderdrukken, omdat het anders haar lichaam zou aanvallen. We zijn aanbeland waar we wisten dat dit proces zou eindigen: dat het onmisbare medicijn zelf de grootste boosdoener is geworden, dat van ieder klein kwaaltje een existentieel gezondheidsgevaar kan maken.
Een hap rotte vis op het strand, een stuk varkensvet uit de struiken in de buurt of een episode zonder ogenschijnlijke aanleiding hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk tot spoedritten hondenhospitaal, een kaalgeschoren buik voor een echo en geschoren voorpootjes voor infuuslijntjes geleid. Met bijbehorende rekeningen. We wisten het jarenlang niet, maar onze akita werd geboren met een tikkende tijdbom in haar lijf.


Als pup kwam Smuk in mei 2017 bij ons in Amsterdam, in een kleine zestig vierkante meter met een achtertuintje. Ze verhuisde in de zomer van dat jaar mee naar ruim het dubbele oppervlak in Oostzaan - ons eerste grotemensenhuis. Rembrandtpark werd Het Twiske, ook een stuk groter (en met veel meer konijnen, zwanen, Hooglanders en meerkoeten om te besluipen of achtervolgen, en shashlik om van barbecueënde Turkse gezinnen los te bedelen). Ik ging ondertussen nog meer en nog harder werken, want er moest een weblog worden overgenomen.
Oostzaan was wat we - nog net - konden betalen maar bleek vervolgens niet te zijn waar we wilden wonen. Sure, je kon op de fiets naar Amsterdam maar het dorp was onpersoonlijk, onze wijk comfortabel van opzet maar kil in z’n materiaal en kleurstellingen, de architectuur net zo plastisch als praktisch. Het enige dat leefde, waren de slootjes en vaarten, met wier en eendjes en vissen, waarover je vanuit de achtertuin het open achterland in kon varen. Jack kon doodsbang zijn voor klotsend water en dobberbewegingen maar Smuk was dol op ons sloepje. Als de rits van het zeil open ging, zat ze al aan boord voordat je de kans kreeg de kussens erin te gooien - en op de voorplecht zodra de motor gestart werd. Kleine avonturier.
Mijn toenemende afwezigheid - inmiddels niet meer louter omdat ik het druk had, maar ook geestelijk omdat ik me zo druk máákte - in combinatie met de ‘deftige’ doch doodse nieuwbouwwijk in Oostzaan, waar Dieuwertje als freelancer thuis werkte, trokken een wissel op haar. Maar altijd was er Smuk en hoe zeer die soms ook het bloed onder je nagels vandaan kon halen met haar eigenzinnige gedrag en onstuitbare jachtzucht: nooit kon ze écht boos worden op haar harige draak. Bovendien maakte Smuk iedereen, overal, altijd blij met haar onbevangen, onbeschadigde en onuitstaanbaar eigenwijze karakter.
Jack, die wel al jong getekend was door herkomst, herplaatsingen en verwaarlozing, moesten we laten inslapen in de corona-zomer van 2020, op de dag af vijf en een half jaar nadat we hem uit het asiel haalden. Hij was negen jaar en een maand oud en alles aan hem had het begeven. Al maandenlang zonderde hij zich steeds vaker af, tot achter de wasmachine onder het schuine zolderdak. We gaven hem een eindeloze laatste stranddag, nog één hamburger en zijn eeuwige rust.
Gun broodfokkers toch alsjeblieft geen kruimel, is al wat ik daarover kan verzuchten. En hou een hond niet langer in leven dan goed is voor het beestje zelf. Je doet er jezelf ook geen plezier mee.
Met mij ging het in die tijd ook steeds slechter, door een samenloop die eerder en elders al voldoende benoemd en beschreven is. Maar waar Jacks een gezin van ons maakte, zorgde Smuk ervoor dat we dat bleven. De shiba bleef achter in Oostzaan, de akita ging mee naar Portugal, afgelopen 1 april alweer vier jaar geleden.
Het was hier dat we er - op vrij dramatische wijze - achter kwamen dat Smuk geboren is met een onderliggend lijden dat bij dit ras vaker voorkomt, maar zich meestal pas op latere leeftijd manifesteert.
Ze was vijf toen ze het abrupte en ruwe ontwaken van haar auto-immuunziekte ternauwernood overleefde, en werd daarna nooit meer helemaal dezelfde. Niet gek, als je bedenkt dat er dagelijks een dosis prednison moet worden toegediend die gedurende de afgelopen jaren is uitgebreid met het ene supplement na het andere. IJzerpillen, leverboosters, CBD-achtige quasi-kruiden tegen artrose-pijntjes en inwendige ontstekingen, incidentele poeders tegen braken of juist ter bevordering van het goede poepen: voor alles moet een omweg gezocht worden, omdat het immuunsysteem wordt onderdrukt terwijl de prednison langzaam al het andere vernielde.
Spieren, organen, het licht in haar ogen verzwakten - eerst langzaam, steeds sneller. Daarmee verdween ook het enthousiasme waarmee ze bij het ochtendgloren mlemmend en keffend kenbaar maakte dat het hoog tijd was om weer de wijde wereld in te gaan, op zoek naar geurtjes, hapjes en om boevige avonturen te beleven, die haar honderden meters uit ons zicht deden dwalen en waarvan ze soms (en volledig de vermoorde onschuld acterend) pas na twintig minuten op een huppelend drafje terugkeerde, om een stukje gedroogde kip op te eisen als beloning voor het netjes terugkomen. Dat was immers de aangeleerde afspraak.
Ze zou nooit meer beter worden, dat wisten we en dat viel te rationaliseren, schreef ik hier in de zomer van 2024. Ze zou ook niet heel oud worden. Dat wisten we ook en dat was toen al onverteerbaar. Maar de tien jaar zou ze wel halen, met goede zorg en de juiste aandacht.
Helaas. Nu al, nog geen twee jaar later, zijn we zover. Huppelen werd hobbelen, blij hijgen werd diep zuchten, speels keffen werd zachtjes kreunen. Op het eerste gezicht mankeert ze weinig maar wie beter kijkt, ziet een gezwollen poot, wat kleine ontstekingen, een bocheltje voor en een ingezakte rug achter. Wie luistert, hoort haar ingewanden continu pruttelen en borrelen en wie van binnen kijkt, ziet permanente inflammaties vanaf haar poten tot in haar maag, darmen, lever…
Denkend aan Jack, bij wie we te lang gewacht hebben, wisten we nu wel wat ons te doen stond. Het verdriet is er niet minder om - misschien wel des te groter. Allebei begonnen ze om verschillende redenen op een achterstand. Allebei werden ze slechts negen jaar en een maand oud. Maar allebei hebben ze het beste leven gekregen dat we die rothonden konden geven. Van Smuk, dat argeloos arrogante eigenwijze stuk wereldvrede met ’s werelds zachtste vacht, hebben wij meer terug gekregen dan zij ooit geweten heeft. Op donderdagmiddag 16 april aan het einde van de middag ging ze, zoals ze dat dan zeggen, over de regenboogbrug. All dogs go to heaven.
Bica, de adoptie-shiba met het enorme ego en het piepkleine hartje, die we in 2023 bij de fokker van Smuk ophaalden toen ze met pensioen mocht als fok- en showhondje, heeft een paar hele grote pootafdrukken te vullen. Zij wordt eind dit jaar negen, maar over haar maken we ons geen zorgen dat ze daar ruimschoots voorbij zal geraken. Ikzelf werk inmiddels wat minder hard en vooral minder bezeten, want Smuk hielp me inzien dat er meer is dan het geveinsde belang van je baan, je welvaartsstatus of de problemen in de wereld. There’s also family, en het beste leven bestaat louter in het moment dat je d’r bent.













Sterkte daar ❤️
Een traan om jullie verlies en een glimlach bij een zo liefdevol geschreven stuk. Veel sterkte