GeenPeil 2016: een middelvinger tegen de gevestigde orde - Constanteyn Roelofs
Vanuit het Hart van het Gewone Nederland
— Het is vandaag op de dag af tien jaar geleden dat GeenPeil een referendum-bijeenkomst hield in Hotel Spaander te Volendam, waar Nigel Farage de hoofdgast was. Constanteyn Roelofs werkte net een paar maanden bij GS en vond zichzelf, enigszins verwonderd, middenin een landelijke campagne voor een democratisch referendum. Naar aanleiding van een oproepje om uw herinneringen aan GeenPeil, stuurde hij me onderstaande memoires, die ik hier met veel plezier met u deel.
Daarnaast zit mijn mailbox vol met meer respons dan ik verwacht had, met belevingen, ervaringen en lessen van deelnemers en vrijwilligers rond het referendum. Daarvan hoop ik zo spoedig mogelijk een coherente “reportage” te maken. Sowieso ben ik alle inzenders - ook de keurig formulerende critici - dankbaar voor het delen! Maar nu eerst: een socio-democratisch essay van een oud-collega met wie ik het ook niet altijd eens ben, maar die ik nog graag een vriend noem —
Het Hart van het Gewone Nederland
Door Constanteyn Roelofs
Proloog: Hotel Spaander
Volendam. Een oergezellig Hollands hotel. Een decor van tegeltjes en scheepsmodellen. Zware houten meubels en modellen van schepen uit de VOC-tijd. De campagnebijeenkomst in Hotel Spaander is het hoogtepunt van de GeenPeil-campagne in het raadgevend referendum tegen het associatieverdrag met Oekraïne.
Het is een bont clubje dat zich verzameld heeft in het vissersplaatsje dat met recht het Hart van het Gewone Nederland genoemd mag worden. In de eerste plaats is er natuurlijk de redactie van GeenStijl, een clubje waar ik nog maar net enkele maanden lid van ben. Daaromheen zwerft een wonderlijke mix van karakters die in de campagne tegen het associatieverdrag een bliksemafleider gevonden hebben voor een allerlei onderstromen.
Politieke avonturiers, opiniemakers die in de reguliere media een anti-autoritair geluid voorstaan. Studenten en anderssoortige jongeren die het mooi vinden om bij een Beweging te zitten. Ook is er een contingent ware democraten - vakbondslui, ethische hackers, verdwaalde SP’ers en zelfs een enkele academische PvdA’er die heel ernstige theorieën heeft over hoe het referendum de democratie gaat redden.
Er zijn ook flink wat ondernemers aanwezig, types met een beetje cash en een instinctieve afkeer van zo ongeveer alles wat zich in de downstream van de belastingdienst bevindt. Het vrijbuiterige van GeenStijl en de afkeer van bureaucratie en bureaucraten trekt ze aan.
Ik ben er ook bij - de GeenPeilcampagne is in volle gang als ik me begin 2016 aansluit bij het Medium en het is een van de eerste grote projecten waar ik zijdelings bij betrokken ben, nu ineens niet als toeschouwer maar als deel van de club die - and that’s a first- jengelen over de status quo ineens ook omzet in aksie.
De bijeenkomst is ook een keerpunt voor de mentaliteit van GeenStijl. Voorheen kwam je als beetje blogger niet buiten. Je had geen gezicht, niemand wist waar je woonde, je kwam niet op teevee en sprak niet in het openbaar. Het enige wat het publiek van je zag was je topics, geserveerd op de front page van het blog en doorgaans onder pseudoniem. Uitnodiging voor een talkshow of een praatje in de Balie? Beantwoorden met “LOL neen”.

Nu waren we ineens onder de mensen. Tussen de langharige ICT’ers op bergschoenen en de studentjes in slecht zittende blazers staan we ineens oog in oog met de macho-ondernemertjes met buiken en bulderlachen. Het internet praatte ineens live terug, zonder de tussenkomst van de reaguurders of een Twitteraccount.
Het was een beetje een bijzondere ervaring om ineens tientallen keren de hand gedrukt te worden door allemaal mensen die ook wel benieuwd waren naar de mens achter de blogger en die complimentjes kwamen brengen of verhaal kwamen halen over bepaalde topics. Verder is het in zekere zin een gewone bijeenkomst: speeches, praatjes… Het is dat GeenPeil geen dapper strijdlied had, want anders was het vast gezongen.
Dan is er nog de eregast van de avond, Nigel Farage. Deze onvermoeibare volkspoliticus streeft al jaren naar een Britse exit uit de Europese Unie. De immer in tweed en das gestoken populist is al jaren het bête noire van de verstandige (Britse) kranten en de centrale schurk in het politieke theater. Hij is speciaal overgekomen uit het VK, want de campagne van “Green Peel” valt mooi samen met zijn eigen strijd voor de Brexit. Vergezeld van een ploeg beveiligers - ruige Engelse lads met opgeschoren koppies en een verleden in de meer macho onderdelen van de Britse strijdkrachten - maakt de grote populist zijn opwachting.
Door een speling van het lot zit ik naast hem bij het diner. Het voelt een beetje als de knullige versie van die aloude interviewvraag met welk historisch figuur je aan de dis zou mogen aanzitten, als je er eentje mocht uitkiezen, waarbij onvermijdelijk de keuze valt op controversiële schurken als Napoleon en Hitler. De realiteit valt altijd een beetje tegen.
Het magnetisme van de gevreesde orator werkt niet echt zonder microfoon, natuurlijk. Echt grote inzichten over de Aard en het Wezen van het populisme kwamen niet ter sprake. Zoals elke Engelsman die met mes en vork kan eten, is Farage bedreven in het voeren van een beleefd en boeiend gesprek aan de dinertafel. We wisselen wat beleefdheden uit, hebben het over de grappige verschillen tussen Engeland en Nederland en hoe leuk we het vinden om als toerist rond te dabberen in onze respectievelijke vaderlanden. We hebben het wat over het verschil in de Nederlandse en Engelse media - zoiets als GeenStijl is en blijft natuurlijk uniek, in geen enkel land heb je zoiets - maar echt de diepte in gaat het niet.
Als anglofiel en bij tijd en wijle praktiserend Angloseksueel is het wel een pervers genoegen voor mij om in de nabijheid van zo’n figuur te zitten dat ik vooral kende uit de pagina’s van de Britse kranten. Bij GeenStijl speelde je toch altijd een beetje zo’n lekkere Britse sloopcolumnist (denk Christopher Hitchens of de ruiters van The Spectator) na dus alles wat ook maar een beetje naar Fleet Street en Silk Cut-sigaretten rook… Onweerstaanbaar.
Gedurende de avond probeer ik Farage drankje voor drankje bij te houden. Dat valt om den drommel niet mee. Sowieso komt de hele avond als een golf van drank en overmatig sociaal doen over me heen. Ik trek me terug aan een tafeltje met wat mensen uit de inner circle voor nog wat laatste biertjes, maar uiteindelijk moet ik me toch gewonnen geven. De Volendamse gezelligheid wordt me teveel. Ik krijg een dikke kus voor het slapengaan van Jan Roos als ik opsta van de tafel en op mijn kamer vraag ik me af waar ik in godsnaam ben beland.
Het Referendum: de middelvinger naar Brussel
Vanaf het eerste moment is het duidelijk dat dit referendum in de verste verte niets met Oekraïne te maken heeft. Het is een middelvinger. Een middelvinger tegen de gevestigde orde, een middelvinger tegen de Europese Unie, een middelvinger tegen de ideologische eenzijdigheid van de Nederlandse pers en de verstikkende klasse van verstandige -ologen.
Het is de middelvinger van ondernemers die hele dagen kwijt zijn aan steeds complexer wordende regelgeving, waarbij het keer op keer blijkt dat het van “Brussel” moet en dat het de landelijke politiek aan de wil en mogelijkheden ontbreekt om er wat aan te doen. Het is de middelvinger van de verontwaardigde democraten die de ondemocratische besluitvorming van de EU.
Zoals vriend en collega Bart Nijman in zijn eigen schrijven ruiterlijk heeft toegegeven, was het associatieverdrag vooral een mooie aanleiding om een breder punt te maken en was het nooit een doel op zich om dit specifieke punt te torpederen - de nieuwe mogelijkheid van het referendum had ook prima op een andere zaak kunnen worden toegepast.
Dat laat echter onverlet dat het zich om een aantal redenen wel uitstekend leende voor een populistische campagne. De ondoorzichtige machinaties van de EU en de machtshonger van Brussel zijn in zekere zin een veel dankbaarder target dan een thema dat zich puur en alleen afspeelde in de polder. Er waren ook zeer duidelijk aanwijsbare kopstukken aan de andere kant. Dat hielp, want wat is een goed sprookje zonder boze heks?
Neem nou mensen als Guy Verhofstadt, de driftige Europese federalist, of wijlen Hans van Baalen. Het optreden van de karikaturale VVD’er en Verhofstadt op de Maidan net een jaar daarvoor bij de “Oranje Revolutie” gaf een prachtig plaatje van het vijandbeeld: de volgevreten Brusselse kliek die met gezwollen taal de grenzen van Europa probeerden op te rekken, ter meerdere ere en glorie van hun eigen carrière en vooral ten koste van de Nederlandse belastingbetaler.
De kleinburgerlijke angst dat wij ineens ongevraagd onze welvaart moesten delen met de arme delen van Europa was niet altijd makkelijk te onderscheiden van serieuze kritiek op de machtshonger en dreigende Imperial Overreach van de wittewijn-wankers in BXL, maar nergens werd er in Nederland zinvol gedacht en gesproken over hoe groot de EU nou wel moest zijn en waar precies de grens lag van “Europa” als idee.
Waar in Duitsland echt een serieuze tegenbeweging opkwam tegen de EU, moesten wij het hier doen met hoon van het establishment: de euro is goed, wij als ‘Ollanders profiteren ervan en als we te lastig doen dan krijgen we een minder gave eurocommissarispost en we moeten nog wel veel instituutjes met declaratietijgers binnenhalen voor Den Haag en Maastricht.
Dat de Britten het waagden om een referendum te organiseren over de exit uit de EU werd lacherig afgedaan - de goede krachten zouden toch wel overwinnen. Het is moeilijk om nu nog voor te stellen hoe arrogant de euro-elite was voor 2016; een vriendin die in de pensioenen werkt zei indertijd dat de EU zelfs al bezig was met het in kaart brengen van het Oezbeekse pensioenstelsel voor het geval de Europese ruimte zich op een dag zou uitstrekken over de steppes van Centraal-Azië - iets wat qua politiek eenheidsstreven toch beduidend meer “Ghenghis Khan” is dan “goh, fijn dat je geen geld meer hoeft te wisselen als je in de Dordogne gaat kamperen”.
Het brede middelvingeralisme dat achter de campagne zit, maakt een ideologische samenvatting van GeenPeil lastig. Alles zit erbij. Fortuynisten staan schouder aan schouder met cyberanarchisten. Er zijn keurige Leidse rechtsgeleerden bij betrokken, maar ook shagrokende rasactivisten van de Socialistische Partij. Een van de drijvende krachten achter de campagne is Alptekin Akdogan, die bij de NS als conducteur werkzaam is zich binnen de vervoerder profileert als stem van de werkvloer in de Ondernemingsraad en via de vakbond. Het is zijn stellige overtuiging dat politieke participatie op elk niveau voor iedereen en dat je, ongeacht of je nou voor of tegen bent, hoe dan ook moet gaan stemmen voor het referendum. Een kerel uit een stuk en een altijd een aanspreekpunt voor een gezellig moment tijdens de campagne.
In zekere zin vormen de ondernemers het hart van de campagne. Zonder geld staat immers alles stil: er moeten flyers gedrukt en campagnejassen besteld. Een groot deel van de bijdrages van deze ondernemers komt in de vorm van materiële steun. De serverruimte voor het onlinegedeelte van de campagne komt van een IT-boer met flink serverpark en er zijn weer andere computerwizards die graag meewerken met de bouw van de software van de campagne en de digitale infrastructuur die nodig is voor het verzamelen van de online handtekeningen om het referendum voor elkaar te krijgen.
Iemand doneert een paar industriële printers die dag en nacht zwoegen om de flyers en posters uit te peopen. De campagnebus waarmee we door het land trekken, is ter beschikking gesteld door de eigenaar/chauffeur van de bus, die vertelt hoe hij dat ding in Duitsland voor een schijntje heeft gekocht en met bloed, zweet en tranen heeft uitgebouwd tot de meest luxe partybus van de Lage Landen. Van tankstationuitbaters krijgen we duizenden liters diesel om mee door het land te koersen. Dit toont allemaal maar weer aan dat theorie leuk is bij het bewerkstelligen van politieke verandering, maar dat dat niet kan zonder middelen en zeker niet zonder capabele types om die middelen te organiseren en te benutten.

Dan nog even die bus: Ik had me stilgehouden tijdens de tocht door het land. Ik kwam de achterbank nauwelijks af. Het volkse populisme van GeenPeil was aardig in tegenspraak met alles waar ik tot dan toe in geloofde. Ik was lid van D66 en had al sinds de middelbare school eerder verkeerd in de kringen van de internationale instituties; ik deed als puber mee aan de debatbijeenkomsten van de “Model United Nations” waar je als puisterig sujet de Verenigde Naties speelde. Een flink deel van de mensen uit die tijd zijn nu werkzaam voor de EU of de VN, iets wat ik ook zeker als carrièrepad heb overwogen.
Supranationale instituties en zaken als de uitbreiding van Europa en de verdichting van het blok in een “ever closer union” waren ideologische zekerheden en aan zaken als dat twijfelde je niet, als je met een geleende stropdas van pa meedeed aan schertsdebatten over de zeegrens tussen Chili en Peru.
Bovendien is het mijn stellige overtuiging dat zaken als internationale verdragen het domein waren van de diplomatieke dienst. Het is wellicht mijn gymnasiale snobisme en teveel kontakt met BuZa-kindertjes (en hun ouders) in mijn jeugd, maar ik zie toch liever Metternich dan Jan met de Pet aan de knoppen van de internationale politiek.
In mijn wereld was internationele diplomatie vooral het tactisch schaken op explosieve borden, waarbij een goede balans tussen realpolitik en idealisme gezocht moest worden door hyperintelligente en keiharde onderhandelaars - als zoiets al lastig genoeg was voor operators als Henry Kissinger en Jacques Delors dan zou toch zeker de gemiddelde SBS6-kijker maar weinig aan de discussie toevoegen. Het hele idee dat je dus zoiets gevoeligs als een internationaal verdrag zou overlaten aan de botte bijl van de publieke opinie…
Ik voerde dus mijn act als elitaire D66’ert met een afkeer van de mening van gewone mensen lekker op. Het hielp bovendien om onder het flyeren uit te komen. Ik haat flyeren en ben veel te onzeker om met de eindeloze angst voor afwijzing van het campaignen om te gaan. Voor D66 heb ik wel eens een half middagje campagne gevoerd omdat dat scheen te moeten voor je politieke carrière: na een middagje uitgekafferd te worden op een winderig pleintje in een groezelig stuk Den Haag (waar de zo bewonderde Diversiteit kennelijk niet zat te wachten op de yuppen in windjacks die ze wel even kwamen vertellen waar ze op moeten stemmen) was het dan ook voorbij met mijn politieke ambities, en ik had geen zin om het bij GeenPeil weer te proberen. Een gentleman flyert niet, bromde ik dan.
Door mijn wijfelende houding werd ik dan wel weer voortdurend gepest door Jan Roos en later Jan “Buttkicken” Dijkgraaf, al kon ik dat van de eerste wel all in good sport hebben maar van dat sneuïge figuur uit Eesterga met zijn onbeantwoorde briefjes een stuk minder. Even terzijde, maar het feit dat er nu alleen nog maar mensen in de politiek komen bovendrijven die het leuk vinden om sans ironie op een braderie stickers en buttons uit te delen drukt ongetwijfeld de kwaliteit van onze democratische vertegenwoordiging.
Democratie in actie
Waar het referendum au fond voor mij op neerkomt, is dat er toch een belangrijk verschil zit tussen democratische cultuur en democratische idealen zoals die gepreekt worden in de Verstandige Media en aan de UvA. Qua sociale achtergrond en zelfs kleur was de beweging een heel stuk diverser dan de zogezegd democratische insidersgremia. GeenPeil was een club waarin een tankstationeigenaar met een dikke jeep en een gouden ketting aan tafel kon zitten met een 180 IQ bestuursrecht-nerd om samen aan een mooi gedeeld project werkten - de hele bende staat mijlenver af van de Wiardi Beckmanstichting, zeg maar.
De scoutingsfeer van samen aan iets bouwen was hoe dan ook wel erg indrukwekkend (ondanks dat ik er maar matig aan meedeed) en het was ironisch genoeg precies het soort participatoire ‘democratie in actie’ waar ze het graag over hebben bij de Volkskrant en bij D66. Maar omdat het net aan de verkeerde kant van de ideologische streep plaats vond, werd het ook gewoon direct weer verketterd.
De tegenstanders van de campagne, onder leiding van de glibberige ex-columnist Joshua Livestro, proberen voornamelijk de campagne te framen als een duister complot van het Kremlin. Iedereen die zich met het referendum bemoeide was in zijn veelvuldig versterkte en verspreide frase een “Poetinvriendje”. Er is evenwel nooit bewijs geleverd voor inmenging van het Kremlin in de campagne van GeenPeil. Als iemand die dicht bij het vuur zat heb ik in ieder geval zelf nooit een infiltrant van de FSB gespot en nooit gezien dat er geld uit Moskou zich een weg vond naar de campagnekas, of naar de zakken van de individuele redacteuren of initiatiefnemers van het referendum. Ik heb zelf ook geen zak met Roebels ontvangen.
Waardeert u Nijmans Nieuwsbriefje, maar heeft u geen trek in een doorlopend abonnement? Een vrijblijvende donatie is ook altijd welkom!
Kies een bedrag en betaal binnen een paar seconden:
Als er al inmenging was van het grote geld dan was dat vooral aan de andere kant van de streep, waar de Open State Foundation van George Soros een bescheiden bijdrage leverde aan de tegencampagne. Dat betekent overigens verder niet dat er geen banden bestaan tussen Rusland en de populistische beweging. Met name in de kringen van Thierry Baudet en Forum voor Democratie zitten aardig wat suspecte types - Kremlin-propagandist John Laughland bijvoorbeeld, die niet alleen partijmedewerker was voor de partij in Brussel maar die ook veel pro-Poetinstukken schrijft voor de partij. In hoeverre er via die hoek gemasseerde en gefinancierde types betrokken waren bij GeenPeil is onbekend - wel werd gestreefd om dit soort lui zoveel mogelijk buiten de deur te houden.
Bovenal moet het toch echt even benadrukt worden dat de cultuur bij GeenStijl (en daarmee GeenPeil) juist allergisch is voor types als Poetin die de media gelijkschakelen met de staat door onafhankelijke media te muilkorven. De manier waarop Poetin zijn rivaliserende oligarchen uit de media heeft gedrukt, de staatspropaganda tot standje 11 heeft opgevoerd… Allemaal compleet tegenovergesteld aan de licht anarchistische blogcultuur waar kleine mannetjes met macht zoveel mogelijk afgepist worden.
Nog los daarvan stuurt Wladimir Wladimirowitsj jaarlijks tientallen collega-journalisten zonder pardon naar de Goelag. Voor zijn doen is dat nog mild: meerdere journalisten hebben in Rusland hun werk met hun leven moeten bekopen, zoals Anna Politkovskaja die geliquideerd is door haar kritische werk over de oorlog in Tsjetsjenië. Op Poetins 54e verjaardag werd ze doodgeschoten. Kortom, geen vriend van mij, die Poetin, en zeker niet van Bart die op het punt van VvMU en sgijt aan alles wat naar pakken en politiek ruikt nog veel radicaler is dan ik.
Een andere significante factor is MH17. Al vanaf het begin werd het de redactie duidelijk dat hier sprake was van foul play van de Russen en dat er een informatieoorlog gaande was om zoveel mogelijk onduidelijkheid te zaaien over de toedracht van het incident, waarbij er met een Russische BUK-raket een vlucht werd neergehaald met 197 Nederlanders aan boord. Flink wat dwaallichten in de Nederlandse (para)media lieten zich gretig lieten verleiden door de desinformatie, maar die werden keer op keer glashard uitgelachen op het roze weblog dat eerder ijverde om de onderste - Russische - steen boven te krijgen.
Deze houding hield de wodkadampen van de al te Russofiele types gelukkig buiten de deur en gaf de operators van de Russische geheime dienst waarschijnlijk het idee dat er weinig publicitaire winst te halen viel bij het maffe clubje bloggers. Het maakte ook dat de pogingen om alle tegenstanders van het referendum als trawanten van het Kremlin te framen een beetje wanhopig overkwamen. Livestro heeft trouwens later in een aflevering van Medialogica toegegeven dat het een gevalletje mislukte framing betrof, wat dan ergens wel weer netjes is, maar veel te laat en typerend voor de man die met alle ideologische winden meewaait.
Los van enkele zeer luide tegenstanders (die al dan niet zelf een zeker profiel probeerden op te bouwen door hun tegenstand, of die betaald werden door Europese of filantropische fondsen om tegencampagne te voeren) leek de zittende macht het referendum aanvankelijk weinig serieus te nemen. De partijen vaardigden wel een stemadvies uit maar er waren maar het was nou ook weer niet zo dat ze de straat op gingen om voor het associatieverdrag te pleiten.
Het was misschien apathie of desinteresse, of een onderschatting van het fenomeen, maar het is ook zeker aan te wijzen dat er voor gevestigde politici gewoon erg weinig te winnen was. Het afbreukrisico van een Europese campagne is bovendien levensgroot. In 2005 was er immers al een soortgelijke campagne voor de Europese Grondwet. De beroemde foto van Laurens-Jan Brinkhorst die op Scheveningen ongemakkelijk een flyertje aanreikt aan een dikke, getatoeëerde badgast staat wat dat betreft symbool voor heel veel meer (hier een vergelijkbaar beeld van Brinkhorst uit de ANP beeldbank - BN).
Nee, de elite wilde zich er niet aan branden en liet zo alle publicitaire ruimte aan het Leger des Peils dat het land in trekt met een geleende bus en heel, heel veel flyers.

Na de uitslag: teleurstelling alom
De nasleep van het referendum is bekend. Het volk stemde tegen. De progressieve politiek en de gevestigde media schoten meteen in de verdedigingsmodus. Het referendum zou te onduidelijk zijn geweest, of juist weer te weinig genuanceerd. Het associatieverdrag was “niet goed genoeg uitgelegd” aan de bevolking. Het toppunt was een of andere D66’er die op Twitter plaatste dat 55 procent van de Nederlanders niet had gestemd, en dat dat ook een signaal tegen het referendum was en dat je die stemmen dan ook bij hun kamp mocht optellen en “daarom” het JA-kamp overweldigend had gewonnen.
Dit soort gedrag lijkt een beetje op de vrouw die trots tegen haar man vertelt dat ze vandaag 300 euro heeft bespaard. Nou, zegt de man, dat is knap, hoe heb je dat gedaan? Waarop de vrouw zegt dat ze een paar schoenen van 600 euro in de uitverkoop tegen 50 procent korting heeft kunnen kopen. Girl math ter kwader trouw.
Sowieso was het referendum een ernstige ontmaskering van de progressieve beweging, met D66 als grootste uitschieter in negatieve zin. Jarenlang had de partij gestreden voor meer democratie. Het referendum was een van de “kroonjuwelen” van de partij. Men had zelfs nog geijverd voor een grondwettelijk veel sterkere vorm van het referendum. Toen echter bleek dat je bij referenda ook kan verliezen, werd het echter zo snel mogelijk weer afgeschaft. Alle grote plannen voor meer democratie gingen in de ijskast bij de partij die enkele jaren eerder nog op hoge toon een minister van Bestuurlijke Vernieuwing had geëist.
Er werd ineens ook geen woord meer gerept over andere kroonjuwelen zoals een gekozen burgemeester - een fundamenteel geloof in de democratie had definitief plaatsgemaakt voor een volstrekt wantrouwen in het oordeel van de kiezer.
Uiteindelijk wordt er door premier Mark Rutte een typisch Ruttiaanse list verzonnen: de regering legt de uitslag van het referendum naast zich neer door toch te tekenen, maar zegde toe dat er met een “inlegvelletje” recht gedaan werd aan de zorgen van de kiezer. In dit inlegvel zou komen te staan dat het Associatieverdrag geen opmaat was voor een toetreding van Oekraïne tot de EU.
De beloften bleken niets waard, zo blijkt op het moment van schrijven. De trein naar een Europese federatie dendert door - met telkens weer een nieuwe crisis als excuus voor meer gemeenschappelijke schulden en meer bevoegdheden naar Brussel, zeker nu we verlost zijn van die dwarsliggers aan gene zijde van de Noordzee. Het was een herhaling van zetten van 2005, toen de regering een referendum over de Europese grondwet naast zich neerlegde.
Bart en het kader van GeenPeil hebben nog geprobeerd om de gewonnen slag van het Oekraïne-referendum om te zetten in een bouwsteen voor een permanente beweging op basis van continue referenda. Met GeenPeil als politieke partij namen ze deel aan de landelijke verkiezingen van 2017, met als grote idee dat de GeenPeilers in de kamer in feite een permanente referendumclub zouden vormen, door elke stemming voor te leggen aan de achterban. Als zetelverwarmers in de kamer zouden ze dus niet meer doen dan de mening van het internetvolk vertegenwoordigen.
Het werd niets. Het idee was te moeilijk. Jan Dijkgraaf kwam totaal niet uit de verf als lijsttrekker - iemand omschreef hem als een “natte hamster” - en het electorale resultaat was verdrietig. Met slechts enkele luxe touringcars aan stemmen kwam de partij niet eens in de buurt van een lullig zeteltje. GeenPeil bleek met de kennis van nu dus een min of meer eenmalige actie. Pogingen om meer referenda te organiseren strandden of verdwenen naar de achtergrond. De mogelijkheid om een referendum te organiseren werd schielijk uit de staatsrechtelijke constellatie afgevoerd en afgezien van een paar losse voorstanders op links en rechts is het idee een tamelijk dode letter.
De bredere beweging viel ook uit elkaar in een spel van kleine egootjes. Jan Roos nam afscheid als verslaggever om het met VNL (Voor Nederland) te proberen, maar haalde ook de kiesdrempel niet. Van alle kopstukken van het referendum wist alleen Thierry Baudet en zijn Forum voor Democratie enige potten te breken op electoraal gebied.
Na prima resultaten in de Eerste en Tweede Kamer en bij de Europese verkiezingen viel de partij ook weer als los zand uiteen tussen de wat meer realistische types die vooral hoopten op een iets rechtsere VVD en mensen zoals hij, die in een woud van complottheorieën verdwaalden - anno 2026 is de partij vooral in het nieuws omdat allerlei Stormfronters en zedendelinquenten op de kieslijsten bij de gemeenteraadsverkiezingen huisden.
De geweldige energie die ineens vrij kwam en de uiteenlopende krachten die samenkwamen - van de kleinste flyeraar tot de internetmiljonairs - hebben elkaar daarna nooit meer echt zo gevonden in een democratische beweging als in deze campagne. Ergens is dat zonde.
Een niet terug te wisselen cheque
De grootste uitwerking van het hele referendum trof echter GeenStijl zelf. Waar voorheen het credo gold dat alle politici van alle partijen bij de enkels moesten worden afgezaagd was dit onuitgesproken contract met de lezer nu verbroken. GeenStijl was ineens zelf een politieke actor geworden en had zelf ook politici binnen de tent toegelaten: rechtse populisten zoals Thierry Baudet, maar ook referenda-voorstanders als Niesco Dubbelboer van de PvdA. Het veranderde de dynamiek van het medium op een significante manier.
De GeenPeil-campagne was weliswaar het inwisselen van langjarig opgebouwd krediet bij het lezerspubliek van GeenStijl; de gecultiveerde trouwe groep lezers waarin toch een hoop sociaal kapitaal zat in de vorm van capabele organizers. Het bleek echter wel dat dat contract bestond bij gratie van een soort nieuwmediale mores, waarin er werd gestreefd naar een soort neojournalistieke puurheid: geen schnabbels, wegblijven van de beruchte draaideur waarin dezelfde poppetjes continu opduiken aan beide kanten van de streep door afwisselend als journalist, woordvoerder of politicus op te treden.
Het beeld van zo’n Marcel van Dam die heen en weer schuifelde tussen de PvdA en publieke omroep is immers hét grote vijandbeeld van Geen Stijl-oude stijl. Het bleek ook een cheque die eens, maar niet weer kon worden ingewisseld - daarna is het rookgordijn weer opgetrokken, zij het dat de redacteuren nu wat zichtbaarder naar voren treden, onder andere door met hun eigen mombakkes op podcasts te verschijnen.
De vraag is natuurlijk hoe realistisch deze scheiding tussen journalistiek en politiek is en of het niet onvermijdelijk was dat de “nieuwe” internetjournalistiek van het bloggen in de patronen van de oude journalistiek van de kranten en televisie zou vervallen. Dat voormalig blogcoryfee ANanninga rond dezelfde tijdskader de overstap maakte van de bloggerij naar de actieve politiek bij het Forum voor Democratie was ook een teken aan de wand.
Er zit ook een grappige sinuscurve aan dit verhaal - voor de oorlog was het niet meer dan vanzelfsprekend dat je naast politicus ook publicist of politicus was. Niemand vond het raar dat Abraham Kuyper zich een slag in de rondte schreef of dat Carl Romme naast leider van de KVP ook jarenlang de stem van Rooms Nederland was in de Volkskrant. Na de oorlog professionaliseerde de journalistiek en werd de scheiding duidelijker gevoeld, omdat rationele en objectieve kernwaarden slecht te verenigen leken met activisme. Nu lijken we weer terug bij af: de journalistiek wordt steeds activistischer en de politiek weer meer een (social) mediadingetje.
Het populisme beleefde z’n zoete wraak door via informele kanalen (Twitter, Talk TV, YouTube, TikTok) media en politiek te versmelten tot een nog vreselijker beest dan dat het was toen Goebbels net de geinige trucjes van Volksempfänger ontdekte. De vraag hoe nu om te gaan met populisme wordt vooral vertaald naar de vraag of “fascisten wel een podium mogen hebben”, in een soort van stierlijk vermoeiend mediakritiektheater in de Verstandige Media - en daar is dan waarschijnlijk alles mee gezegd, qua onontwarbarheid van media en politiek.
Resumerend kunnen we stellen dat dit referendum een interessante meander was in de bredere stroom van het opkomende populisme. Vergeleken met de andere gebeurtenissen van dat jaar - Trumpie in het Witte Huis, Brexit - was het natuurlijk klein bier. De uitslag veranderde niets, behalve dan dat het democratisch bestel na een kleine poging tot openheid weer verder op slot ging.
De bittere nasmaak van het geitenpaadje van Rutte en de felle antidemocratische draai van partijen als D66 bleef echter hangen, net als dat de identiteit van GeenStijl voorgoed was veranderd door de deur even open te zetten naar actieve politieke participatie. Het randje van de associatie met echt nare populisten als Farage en Baudet heeft voor mij in al die jaren weinig aan ranzigheid ingeboet - sterker nog, de leuk en het dandy-achtige plagen is er wel af, nu we definitief in de eeuw van het populisme leven.
Ik ben ook nog steeds een vreselijke snob die qua politieke instincten maar weinig moet hebben van volksmenners, maar zeker ook nooit meer teruggaat naar het veilige wereldje van de progressieve schijndemocraten. Het was al met al een zinloze exercitie die de vertrouwensbreuk tussen publiek en politiek heeft verdiept en verbreed.
Postscriptum: de Drones en de Gladiolen
Hier had eigenlijk nog een heel stuk moeten staan, een disclaimer en een excuusverklaring zo u wilt, over de ongekende genocidale agressie die Wladimir Wladimirowitsj heeft uitgestort over Oekraïne en hoe anno 2026 de dappere burgers in weerwil van de meest vreselijke omstandigheden en tanende internationale aandacht blijven doorvechten. Door deze “speciale militaire operatie” heeft het land zich herpakt en ontwikkelt in een Europesere richting dan we in 2016 voor mogelijk hielden en met drones de wetten van de krijgskunst herschreven. In het licht van alles wat er sinds 24 februari 2022 gebeurd is, is alle onaardigheid en afstandelijkheid richting de Oekraïeners achteraf gênant (maar achteraf is mooi wonen).
Helaas zat ik al bijna aan de 5000 woorden - dus die rant houdt u tegoed voor deel 2. Als u dat lezen wilt, moet u E.A.A.M. Nijman maar eens vriendelijk aankijken.
Met genoegen,
Constanteyn Roelofs
Blogger in remissie








