Oorlog en algoritmes, een tragisch huwelijk
Zijn we van ver gekomen, of zijn we ver heen?
Epic Fury en Roaring Lion, de missies van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran, zijn pas een week onderweg maar gaan gepaard met een nu al zintuigelijke overdaad aan beeld- en geluidsmateriaal, duidingsretoriek, ketelmuziek en heel veel gemilitariseerde memes. De oorlog spat van je scherm alsof je een nieuwjaarsvuurwerk bekijkt door de bubbels van een glas champagne. Zijn we van ver gekomen, of zijn we verder heen dan we doorhebben?
De Vietnamoorlog verwierf vanuit een journalistiek perspectief de historische markering de eerste grote militaire strijd te zijn waar oorlogsfotografen hun stempel op drukten. Het naakte napalm-meisje, de brandende boeddhistische monnik, de Vietnamese politiechef die een kogel door het hoofd van een gevangene jaagt - je hoeft sommige afbeeldingen niet eens op te zoeken om ze direct voor je geestesoog te krijgen.
De Golfoorlog van 1990-1991 betekende hetzelfde voor live televisieverslaggeving, waar voornamelijk CNN z’n gloriemomenten pakte. Vierentwintig uur per dag kon je de korrelig-groene nachtkijkerbeelden zien van raketten en lichtspoormunitie boven de skyline van Baghdad. Een decennium later, tijdens de Amerikaanse inval in Irak in 2003, had de andere kant ook de microfoon gevonden en werd minister van Informatie Muhammad al-Sahhaf wereldberoemd vanwege zijn live persconferenties voor de wereldpers, waarin hij keer op keer beweerde de ‘infidels’ te zullen verslaan en dat er geen Amerikaanse troepen in Baghdad waren. Het leverde hem bijnamen op als Baghdad Bob en Comical Ali, en ons fascinerende beelden van hoe propaganda live op televisie wordt ontkracht door de realiteit.
Medio vorig decennium nam ISIS een leidende rol in oorlogspropaganda. Voor een koppensnellende terreurbeweging die in middeleeuwse religieuze dogma’s is geworteld, waren ze verdomd handig met sociale media, gelikte videomontages in HD en met beangstigend enthousiasme gemaakte ‘reportages’ van de meest gruwelijke onthoofdingen, martelingen en executies.
Inmiddels is het 2026 en in het Midden-Oosten hebben statelijke actoren achter de strijdende partijen de verslaggeving grotendeels bij de mainstream media weggehaald en de propaganda-rol met precisie naar zichzelf toe getrokken. De meeste beeldregie ligt nu in het Witte Huis of bij de regering van Israël. Media zijn meer toeschouwer dan nieuwsmaker.
Mainstream media zijn een sideshow geworden
Correspondenten van reguliere media mogen verslag doen vanaf het dak van een gebouw of langs een grenshek over “vaderfiguur” Ali Khamenei (Daisy Mohr, NOS), presentatoren spreken aan de studiodesk met “experts” als Thomas ‘Verkeersbureau Teheran’ Erdbrink. Of Erwin van Veen, die iets te graag in herinnering wil brengen hoe “genocidaal” Israël zou zijn, en wat voor “drama” en “tragedie” zich nu in Iran voltrekt (Nieuwsuur).
Aan de talkshowtafels wordt geborreld over de farce die ‘internationaal recht’ heet, en is het hip om Trumps Amerika en Bibi’s Israël te haten. Met enige krampachtigheid tracht men de teloorgang van het regime in Teheran te kaderen binnen een door D66 gedicteerde context van ‘de-escalatie’ en ‘terughoudendheid’, die ook veel Europese leiders vruchteloos en machteloos bepleiten.
Iedere WNL-ochtend en BNNVARA-avond dus Jan Paternotte, die als duider spreekt en niet als fractieleider van de grootste regeringspartij wordt bevraagd. Dagelijks Drankstrateeg des Vaderlands Rob de Wijk, wiens naam dieper in de NPO-klappers is getrokken dan een glas rode wijn in een goedkoop linnen tafelkleed, en die zich vorige week eens via Google is gaan inlezen over Iran - om ons vooral opnieuw te kunnen vertellen hoe erg Trump is.
Wie serieuze, nuchtere en echt ter zake kundige duiding zoekt, kan zich beter op de Britse defensie-analist Andrew Fox, de Amerikaanse militair historicus John Spencer of de Israëlische journalist Haviv Rettig Gur verlaten. Via Nederlandse media kom je nooit te weten hoe Iran (en ook Venezuela) verbonden zijn met niet alleen Trumps belofte dat Teheran nooit kernwapens mag verkrijgen, maar ook met de Chinese en Russische geopolitieke belangen en bedreigingen.
Zijn Uncle Sam & gabber Moos lekker bezig tegen een regime dat regionale en wereldwijde terreur financiert met de opbrengsten van olieverkoop (aan China en Rusland)? Ja, het is een noodzakelijke escalatie in een oorlog die niet vorige week begon maar minstens tot 7 oktober 2023 teruggaat. De Amerikaanse Iran-deal van Obama werd in 2015 al door Trump gehekeld. En de Iraanse Revolutie waar een decennialange repressieve theocratie uit geboren werd, voltrok zich 47 jaar geleden in 1979, onder instemmend geknik van de Europese en Amerikaanse politieke en academische progressieve avant-garde.
Andrew Fox, John Spencer en Haviv Rettig Gur kunnen (net als anderen overigens) uitstekend duiden waarom doel, timing en inzet logisch, verstandig en misschien wel onvermijdelijk zijn. Maar hier dan toch ook even over de online propaganda-oorlog.
Het morele vacuüm van de mainstream verslaggeving neemt niet weg dat de manier waarop zowel de Verenigde Staten als Israël de regie naar zich toe trekken, met wervelende shots (no pun intended) en beukende soundtracks, ook best een beetje bevraagd mag worden. Maar waarom kijken we naar oorlog alsof het een festival met een militair thema is?
Pang Pang Popcultuur
Op het White House-account en bij CENTCOM op X tot de diverse kanalen van de Israëlische overheid en hun defensie-takken verschijnen dagelijks video’s met “declassified” beelden van Iraanse raketinstallaties, marineschepen en hoofdkwartieren die aan gruzelementen worden geschoten.
De Amerikanen gieten er een flinke popculturele saus overheen, de Israëli’s benadrukken graag hoe hun vrouwen voorop vliegen in de squadrons jachtvliegtuigen die hun crosshairs op de vrouwenhatende tulbanden van het regime in Teheran richten. Creedence Clearwater Revival scheurt uit de speakers - Fortunate Sons, en thans dus ook Daughters - en citaten van president Trump vormen de baslijn onder muzikaal omlijste militaire meme-videos.
De beelden zijn voor de gewone oorlogskijker - not gonna lie - soms ronduit te gek. Khamenei al binnen een paar uur dood onder het puin van zijn eigen paleis, Israëlische F-35’s in formatie tegen schilderachtige decors van hardblauwe lucht en goudgerande woestijnduinen, de eindeloos fascinerende vleugelvorm en capaciteiten van de “Freedom Doritos”, die machtige Amerikaanse B-2 bommenwerpers, of de jongensboekbeelden van jachtvliegtuigen en heli’s die opstijgen en landen vanaf de dobberende startbanen van Amerikaanse carrier strike groups in de Straat van Hormuz: je kijkt naar westerse waarden als een kinetische kracht, en het geeft de doorzonburger goede moed. “We” kunnen nog wat op het wereldtoneel!
Bovendien wil ik een wereld waarin de Amerikaanse cultuur en mentaliteit, die is gebouwd op Europese waarden van democratie en recht (waar ook de democratie van Israël naar tracht te bestaan), meer te zeggen heeft dan de diepreligieuze, fanatische overtuigingen van het Iraanse regime en de islam in bredere zin. Dat lijkt mij een vrijere en rechtvaardigere wereld. In die zin zijn de beelden van Amerikaanse en Israëlische missie-successen bemoedigend (en is de lankmoedige staat van Europa zorgwekkend en zelfs een beetje beschamend).
Maar kijken we naar westerse waarden en zo ja, welke precies? Je kunt landen niet naar democratie bombarderen. De kans is groot dat Amerika zich terugtrekt voordat het regime in Iran volledig is opgeruimd en dan mogen de burgers van Iran de rest zelf doen - als dat lukt. In het recente verleden behaalde (Amerikaanse) resultaten in het Midden-Oosten bieden bovendien matige garanties voor de toekomst, en in de vorige eeuw door Europese koloniale staten volgens hun toenmalige westerse waarden getrokken grenslijntjes in het zand (Sykes/Picot) hebben een werelddeel getekend waar rust of vrede nooit echt geregeerd hebben. Ook Israël kan dit niet eindeloos volhouden.
Oorlogsretoriek is een vorm van outrage
De video’s met feestende Iraanse burgers (en vluchtelingen wereldwijd) en de Poerim vierende, niet klein te krijgen Joden in hun schuilkelders onderstrepen hoe groot de opluchting is over de val van het Iraanse regime bij volkeren die beter dan wij (willen) begrijpen met welke existentiële dreiging wordt afgerekend door de Grote Amerikaanse Satan en zijn Kleine Duivelse Helper.
Uiteindelijk blijft wat je ziet - en ondanks die vreugde - toch iets dat je niet wilt ondergaan, nooit wil hoeven meemaken en waar je ook nimmer een radertje van de machine in van zou willen zijn: oorlog. Oorlog is hel, maar oorlog is in 2026 uitgehuwelijkt aan algoritmes die er een feestelijk spektakel van willen maken. Ook oorlogsretoriek is een vorm van outrage, en outrage voedt de machine.
De gelikte, goed geproduceerde, meme-waardige en zelfs bijna uitdagend overmoedige oorlogspropaganda die wordt uitgestort, roept daarom toch ook enige weerzin op. Val je immers niet gewoon in de fuik van een digitaal aangejaagde morele zelfbevestiging?
Toen ISIS met dezelfde hoogmoed z’n gelikte en goed gemonteerde martelvideo’s produceerde, die radicale en radicaliserende moslims uit de hele wereld religieuze hoop gaven en naar het Kalifaat lokten, walgde ik van de beelden en de overtuigingen die eraan ten grondslag liggen. Haast niets ter wereld kan verder van me af staan dan een sharia-staat. Islam, zeker de zuivere, is het grootste gevaar voor individuele vrijheid en rechten.
Toen na 7 oktober 2023 de sociale media werden overspoeld door pro-Palestijnse propaganda (en geënsceneerde Pallywood-producties), ergerden het antisemitisme en het apathische slachtofferschap me hogelijk. De Palestijnse loser-mentaliteit staat me net zo sterk tegen als de afgunst en rancune die woke- en marxistisch-linkse westerlingen in Arabische armen drijft (en waarmee ze via EU, VN en ngo’s de rest van het Westen ook willen uithuwelijken aan de zelfdestructieve Palestijnse pauperzaak). Ga zélf eens wat bouwen in plaats van ánderen je ongeluk te verwijten.
De sterke sentimenten van deze recente oorlogsretoriek (en hun algoritmische bedwelming) roepen dus nu ook de vraag op waarom ik dan wel zou moeten klappen als de bommen uit Israëlische toestellen vallen, of de raketten vanaf Amerikaanse fregatten worden afgevuurd.
Enkel omdat het kamp waar ik de meeste affiniteit mee heb, de meeste culturele waarden en de meeste historische achtergrond mee deel, aan de winnende hand lijkt (lijkt, want gewonnen slagen zijn nog geen gewonnen oorlog)? Oorlog blijft oorlog, ook als jouw kant de bovenhand voert. En oorlog blijft hel.
Kijk andersom naar Oekraïne. Hoewel dat een oorlog is die ik niet als ‘de onze’ beschouw, valt op basis van beelden die daar vandaan komen echt helemaal niets te vieren. De Rus heeft zich vastgebeten en blijft onverschillig zijn meters maken - zo je al montages ziet van succesvolle Oekraïense drone-aanvallen met een opzwepend muziekje eronder, blijf je toch altijd het cynisme van deze strijd proeven.
Daarom moest ik aan Vietnam denken. Beelden van die strijd zijn eerder ingetogen dan imperialistisch. Indrukwekkend, en niet op een inspirerende manier. Tot stilte bewegend, niet tot instemmende retweets dwingend. Ze benadrukten de ernst van de situatie en niet alleen omdat de Amerikanen verloren. Zoals ook de meeste Vietnamfilms, net als trouwens de meeste Irak- en Afghanistanfilms, hooguit het kameraadschap onder soldaten vieren, maar nooit de oorlogen zelf.
Zo anders is het algoritme nu. Nooit zou ik willen pleiten voor censuur, een filter of poortwachters tussen afzenders (in dit geval de strijdkrachten van Amerika en Israël) en ontvangers (burgers op internet). Maar voor mezelf proef ik bij iedere vette foto van een B-2 die wordt bijgetankt in volle vlucht ook een beetje hoe het digitale huwelijk tussen corporate algoritmes en statelijke oorlogsmachines een wrange bijsmaak geeft. Je kunt niet het Pallierapaille verwijten achter propaganda aan te lopen, en dan zelf als een klappende zeehond naar beelden van bommenregens kijken omdat ditmaal de doelwitten wel in lijn liggen met je eigen wereldbeeld.
Je kijkt ook hier immers naar macht die probeert om steun te fabriceren en waar nodig te manipuleren. De Palestijnse autoriteiten en media deden dat met zieltogende slachtofferdrama, Uncle Sam & Neef Moos met memes en montage music onder succesvolle strikes. Maar alle partijen vinden zowel hun militaire acties gerechtvaardigd, als hun propaganda ‘de waarheid’.
Het burgerlijk huwelijk met de waarheid
Dat Perzische, Israëlische, Amerikaanse en Europese burgers via sociale media hun vreugde delen over de - mogelijke, hopelijke - val van het Iraanse regime, is een ander verhaal. Burgers zijn niet de macht. Burgers delen hun persoonlijke, emotionele, oprechte, realistische reacties. En burgers beelden, beter dan gedeclassificeerde video’s van beschietingen dat kunnen, een menselijke werkelijkheid uit die je niet kunt fabriceren of nabootsen.
Fotograaf Haim Goldberg deelde op X een foto van een jong stel dat gehuwd wordt in de parkeergarage annex schuilkelder onder het Dizengoff Center, een winkelcentrum in Tel Aviv. Hij heet Misha, zij heet Lior (als ik het goed nagezocht heb), en wat een bovengronds feest had moeten zijn, werd door luchtalarmen ondergronds gehouden. In de reacties op X verscheen Jozef Israëls’ schilderij van een Joodse bruiloft (1903), waar dit tafereel erg aan doet denken. Minus de smartphones, de camera’s en de onzichtbare algoritmes althans.

Nou hou ik niet zo van het dwepen met hoop (net zo min als van het dwepen met oorlog), maar dat is wel wat deze huwelijksfoto verbeeldt. Geen trotse slachtpartij van regime-kopstukken, geen hoogmoedige housemuziek onder exploderend vijandig materiaal, geen lustige en gulzige wraakzucht tegen de vijanden van het vrije Westen. Maar een foto, zonder geluid, genomen in het halfduister van een bijna steriele omgeving, waarop twee mensen die zijn omringd door hun naaste gemeenschap kiezen voor elkaar, en dus voor een toekomst.
De absolute veerkracht van het Israëlische volk zou een inspiratie moeten zijn. Maar het decor van eindeloze en uitzichtloze oorlogen, die via algoritmes de hele wereld besmetten, roept ook de vraag op: zullen ze ver komen, of zijn we verder heen dan we doorhebben?










Dit is waarom ik zo van jouw stukken hou! Want er zijn altijd 2 kanten aan een medaille, plus randjes. Dat besef is weer subliem in woorden gegoten, ter leringhe ende vermaeck.
Dat schilderij en die trouwfoto... het deed mij aan het huwelijk van mijn ouders denken, na de 2e WW oorlog.
Mijn vader kwam uit militaire dienst terug in NL waar toen nog aan alles gebrek was. Hij en mijn moeder besloten toch te trouwen (mijn moeder in een zelfgemaakte trouwjurk van parachutestof, buitgemaakt in de polder) en er samen het beste van proberen te maken. Ze moesten gaan inwonen, op 1 kamer. Toen het 1e kind op komst was, maakte mijn moeder babymeubeltjes van groentekistjes, die ze met behang beplakte. Want er was vrijwel niets.
Toch hadden deze mensen de veerkracht, het mouwen opstropen, de wilskracht en hoop om iets van hun leven te gaan maken.
Op die schouders staan wij.
Die absolute veerkracht is juist de grootste steen des aanstoots voor booslims en hun zuurlinkse strijdmakkers. Wie zelf niets kan, geeft de ander altijd de schuld van zijn eigen falen en misgunt de ander zijn succes, zijn bereikte resulaten, zelfs zijn huiselijk geluk of de tijd met de zijn familie.