Wie strijdt voor vrijheid, moet beseffen dat hij in angst moet leven - Theodor Holman
Een mens wordt lelijker van geboden dan hij al is
Waarschijnlijk komt het door mijn keurige maar ouderwetse opvoeding, die plaatsvond in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.
Dat levert niet zelden problemen op tussen mijn moraal en mijn esthetiek.
Ik zal het uitleggen.
Soms passeer ik een naaktstrand en vind ik alle menselijke wezens kwabbige monsters, op een enkele leuke jonge meid na. Er zijn dan zelfs momenten (vooral als ik vermoed dat ik mannen van boven de zestig ga zien) dat ik niet durf te kijken. Ongetwijfeld is dat projectie. Ouderdom laat je lichaam als een herfstblad aan de boom van het leven hangen; de wind kan je elk moment uit de tijd waaien. Enige bedekking op het strand, hoe miniem ook, vind ik noodzakelijk. Zo ben ik opgevoed.
Aan de andere kant ben ik uiteraard voor gezellige naaktloperij. De mens moet vrij zijn. Als men naakt over het Leidseplein wil paraderen, doet men dat maar. Ik zal niemand een strobreed in de weg leggen.
Als moslima’s geheel gekleed in de zee willen walrussen, is ruimdenkendheid mijn kompaan. ’t Lijkt me ongemakkelijk, maar dat lijkt mij naaktlopen op het Leidseplein ook.
Wat ik niet wil, is dat er regels komen die naaktlopen verbieden. Mijn gebod is: geen geboden. Een mens wordt lelijker van geboden dan hij al is.
Nu zou je kunnen zeggen: is het niet goed om rekening te houden met gevoelens van een ander?
Ja, dat is heel goed maar nogmaals: het mag geen verplichting worden. Het moet een vorm van beleefdheid zijn. Beleefdheid is in essentie: afstand tot elkaar bewaren. Ik stoor jou niet. Stoor mij ook niet! Alle beleefdheidsrituelen die wij kennen, zijn er om elkaar niet te storen. Met die regels ben ik ook opgevoed.
Hoe zit het dan met bidden op de openbare weg?
Ik heb foto’s gekregen van vrienden in Italië. Ze hadden een indrukwekkende processie meegemaakt. De jeugd was verkleed als engeltje en de burgemeester mocht met zevenenzeventig andere mannen een Mariabeeld dragen. Heb ik als ongelovige iets tegen processies? Absoluut niet. Processies kunnen mij niet dramatisch genoeg zijn. Geen conflict tussen esthetiek en ethiek wat betreft het gebruik van de openbare weg.
Maar hoe zit het dan met moslims die plotseling in groten getale op straat naar Mekka buigen? Ik word daar bang van. Ze bidden en toch vind ik het bedreigend.
Hoe kan ik iets wat me vrees aanjaagt mooi vinden en accepteren? Het vervelende is, mijn esthetisch en ethisch gevoel zegt: “Verbieden!” Maar mijn ratio vertelt me dat ik het moet toestaan. De openbare ruimte is van iedereen.
Toen ik in Parijs was, zag ik op een gegeven moment zeker zo’n vijftig moslims op straat bidden. Ik kreeg een Houellebecqiaanse ervaring: een uitzicht op een dystopische toekomst zoals ik in Soumission heb gelezen. Ik besef dat ik dat bidden niet mag afwijzen volgens de wet der wederkerigheid. Wat wij willen en mogen, willen en mogen zij ook. En toch… De islam is mijn overtuiging niet en ik krijg het benauwd als ik bedenk dat ze mij willen bekeren.
Een Parijzenaar (niet eens blank!) zei iets tijdens het moslimgebed wat me trof.
“Qu’ils fassent ce qu’ils veulent, ça ne me dérange pas, mais je veux pouvoir passer entre eux.” (“Ze mogen doen wat ze willen, maar ik wil er ook tussendoor kunnen lopen.”)
Ik vroeg: “Tu traverserais aussi une procession?” (“Zou je ook door een processie heenlopen?”)
Nee.
We keken elkaar aan en haalden bijna gelijktijdig onze schouders op. Het ene geloof is het andere niet. Vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting moeten ons beschermen tegen godsdienst- en andere twisten. Maar gebeurt dat ook? De grootste terroristische bedreiging in ons land komt nog altijd van islamieten. Daar moet ik meteen aan denken als ik biddende moslims zie.
Demonstraties ergeren me trouwens eveneens. Kom tezamen op het Malieveld, maar ik gruwel ervan en merk dat ik bijna vanzelf het tegenovergestelde standpunt ga innemen. Die wordt me als het ware opgedrongen omdat ik een demonstratie ervaar als een vrijheidsbeperking. Ik wil ergens heen, maar dat mag niet van een stel activistische moralisten op de A12. Tomatensoep op schilderijen gooien, beelden en monumenten bekladden of omvertrekken, bij mij wordt precies het omgekeerde bereikt van wat het doel is.
Geeft niet, moeten zij weten. Maar dat ik alles maar met de tanden op elkaar moet toestaan, wekt tegenwoordig zulke grote irritatie dat ik concessies wil doen aan mijn ratio. In de trant van: “Ja, ik weet wel dat er vrijheid van demonstratie is en vrijheid van godsdienst en vrijheid van mening, maar hoe jij die zaken in mijn ogen misbruikt, bezorgt mij zo’n angst en weerzin dat ik maar eens enkele van die vrijheden ga bestrijden.”
Als vrijheid betekent dat ik in angst moet leven omdat anderen die vrijheid willen beperken, wat moet ik dan doen?
Een demonstratie van duizenden idioten die roepen dat Israël genocide pleegt, maakt me meer dan angstig. Zelfs agressief. Het is alsof mijn ethiek dan in elkaar wordt geslagen. Blijkbaar ergeren zij zich aan mijn standpunten. Ik ben een ongelovige hond, ik sta achter de Joden, ik heb niets tegen homoseksualiteit, bah bah, bah. Zij vinden mij gevaarlijk. Soms zo erg dat het voor mij bedreigend wordt. Ik heb ten slotte meegemaakt dat ik beveiligd moest worden.
Ethiek, esthetiek en wetenschappelijk denken hebben een zeker evenwicht nodig.
Als de wetenschap zegt: “Te veel asielzoekers geven druk op onze sociale voorzieningen”, en ik wil dat wij een mooie verzorgingsstaat houden, dan zal ik moeten zeggen: “Ik wens minder asielzoekers. Minder, minder, minder!”
Ethiek, esthetiek en wetenschap zijn momenteel vijanden van elkaar.
Mijn ethiek is niet de uwe, mijn esthetiek is ook niet de uwe, en wat ik onder wetenschap versta, wordt door velen gewantrouwd. De grote crises van dit moment - van hittegolven tot giga bosbranden, van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland tot spanningen tussen Amerika, Iran en China, van migratie tot opvang van vluchtelingen, ik kan zo doorgaan - leiden momenteel tot te veel verschillende opvattingen, te veel controverses, te veel smerigheid, te veel van alles wat lelijk, dom en onlogisch is.
Wat is het gevolg? Dat onbeschaafdheid een middel wordt om te overleven. Dat agressieve ophef nog de enige manier lijkt om gehoord te worden. En dat het aanleren van leugens op de universiteiten gedwongen leerstof wordt voor onze studenten. Wie beleefd is, verliest. Wie strijdt voor vrijheid moet beseffen dat hij in angst moet leven.
Het schip De Wanhoop is dus de eerste ijsschotsen al gepasseerd en de kapitein is dronken en ligt op het dek zijn roes uit te slapen. Terwijl het eerste water al het benedendek binnenstroomt, laten in het restaurant de geile toeristen de gebraden duiven hun mond invliegen.
Eng.
Schunnige Zinnetjes
Waarschuwing! In de geheime bovenkamer van Timmermans mogen absoluut geen Joden onderduiken.
Complotdenker: Je weet toch dat die Fransen en Spanjaarden hun eigen land opstoken voor het verzekeringsgeld?
“Doet u mij maar een glas gerookte Bordeaux.”
Bernhard jr. verkoopt zijn zakenbelangen. Kan hij het koningshuis ook niet in de aanbieding zetten?
Moderne geleerde: “Het moet mogelijk zijn om die bosbranden te laten blussen door de smeltende ijsschotsen.”
God: “Ik zei: leg een stukje kip op de bbq! Niet heel Frankrijk en Spanje!”
Na afloop van haar concert zoekt Sophie Straat altijd achterin de zaal naar een lekker stuk.
Palestijnse vlaggen op de Pride waaiden als homo’s in de wind.
Heeft deze Blauwe Hap u goed gesmaakt? Dan wordt een fooitje gewaardeerd:
Of neem een betaald abonnement om Nijmans Nieuwsbriefje vrij, onafhankelijk, breed en kritisch te houden:
Theodor serveert ook columns en literaire stukjes op SlordigLeven.nl





