Wel abortus, geen kindermoord - Tamarah Benima
'Natuurlijk heb ik in mijn jonge jaren gedemonstreerd voor de legalisering van abortus'
De afschuwelijke discussie over het al dan niet verrichten van zogeheten ‘late abortussen’ is nu ook in Nederland ontbrand. De discussie wordt aangezwengeld door een proef van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Het ooit katholieke ziekenhuis (oh ironie, als er iets de teloorgang van de katholieke kerk in Nederland illustreert, dan toch dit) denkt erover om foetussen ouder dan 22 tot 24 maanden oud te gaan aborteren, zonder dat er sprake is van defecten. Omdat de moeder het kind niet wil. Met verhullende taal wordt dit ‘sociale indicatie’ genoemd, in tegenstelling tot ‘medische indicatie’.
Deze proef is mogelijk geïnspireerd door de praktijk in de Verenigde Staten. Daar heeft ‘late abortion’ een andere betekenis dan in ons land. Bij ‘late abortions’ is het toegestaan het leven te beëindigen van foetussen van zelfs zeven, acht of negen maanden. Dus tot vlak voor de geboorte. Let wel, dit zijn levensvatbare kinderen. En weet: zonder (!) dat altijd sprake is van geboortedefecten; de afwijzing door de moeder is ook daar dan de doorslaggevende reden.
Abortus was een groot thema tijdens de presidentscampagnes van Donald Trump en Hilary Clinton in 2015 en 2016. Het angstbeeld was dat een mogelijke president Trump een nationaal verbod op abortus zou doordrukken. Wat vreemd was (en is), want de bouwmagnaat is geen traditionele conservatief, die tegen abortus zou zijn. Het is de vraag of hij überhaupt een conservatief is, maar dat terzijde.
Trump won. Dat gaf hem de mogelijkheid om nieuwe rechters te benoemen in het Supreme Court. Het werden Neil Gorsuch, Brett Kavanaugh en Amy Coney Barrett. Het Hooggerechtshof veranderde van Democratisch angehaucht naar Republikeins angehaucht. Het nu met conservatieve rechters aangevulde Hooggerechtshof verwierp op 24 juni 2022 het vonnis dat bijna vijftig jaar eerder (22 januari 1973) werd geveld in de zaak Roe v. Wade.
Daarin was besloten dat abortus een grondrecht was. Gevolg: een vijftig jaar durend debat onder juristen of abortus inderdaad een recht was op basis van de Constitutie. Dat is het niet, zei het huidige Supreme Court. Of het mag, en zo ja onder welke voorwaarden, moet democratisch worden beslist door de kiezers binnen de individuele staten. Door de Democraten en andere voorstanders van abortus-als-grondrecht werd het terugdraaien van Roe v. Wade als ondermijning van de democratie neergezet, wat het niet is. Integendeel: de Amerikaanse kiezers kregen het democratisch recht terug om op staatsniveau te zeggen wat ze met abortus willen.
En dat deden ze. In dertien staten is abortus vrijwel volledig verboden. Meestal met de uitzondering dat het is toegestaan als het leven van de moeder gevaar loopt, of als de vrouw zwanger is geraakt door verkrachting of incest. In Florida, Georgia, Iowa en South Carolina is abortus toegestaan tot zes weken. Maar in acht staten en één federaal district is abortus tot aan de geboorte toegestaan. Dat wil zeggen, zo’n late abortion is niet expliciet verboden in Alaska, Colorado, Maryland, Michigan, Minnesota, New Jersey, New Mexico, Oregon, Vermont en het District of Columbia, waarin Washington ligt.
Baby’s ‘aan de dood prijsgegeven’
In de Verenigde Staten komt het trouwens ook voor dat het kind wordt geboren, en dan medische zorg krijgt, maar niet zodanig dat het niet zal sterven. In Minnesota, Arizona, Florida, Michigan zijn volgens staatsrapporten tussen 2017 en 2025 tenminste 115 babies levend geboren na abortus. Hoeveel van hen stierven doordat hen medische hulp werd onthouden, is onbekend. Hoe voldragen die baby’s waren evenmin, en ook niet om hoeveel baby’s met en om hoeveel baby’s zonder geboorteafwijkingen het ging. Maar dat deze baby’s na de abortus stierven, is wel bekend.
Onder hen waren ook baby’s die waren geaborteerd vanwege een ‘sociale indicatie’. Waarschijnlijk ging het bij de laatsten maar om een handjevol, maar ook dit handjevol is, ik kan het niet anders zien, domweg aan de dood prijsgegeven.
In Nederland komen dit soort abortussen, voor zover ik weet, niet voor. Dat wil zeggen: extreem late abortussen uitsluitend vanwege de wens van de moeder. Maar abortus van foetussen van 22 tot 24 maanden wel, en ook die zijn uitermate problematisch. De geaborteerde baby’s overleven buiten de baarmoeder zelden, tenzij ze met een tsunami aan medisch handelen in leven worden gehouden. Een foetus van 22 weken is ongeveer 27-28 centimeter groot, een foetus van 24 weken ongeveer 30 centimeter. Alles zit erop en eraan.
Wie wil weten hoe de abortus van een in feite levensvatbaar kind (want dat is het vanaf de 24ste week, dus zeker vanaf de 28ste week tot en met de 40ste) er procedureel aan toegaat, kan kijken naar het interview dat Konstantin Kisin en Francis Foster maakten met Calum Miller. De Triggernometry-interviewers lieten de Engelse arts aan het woord op 23 februari 2022. Van pro-abortus werd hij anti-abortus, op basis van de praktijk en intensief ethisch onderzoek.
(Waarschuwing: de volgende passage is minder geschikt voor gevoelige lezers.)
Wat Miller vertelt is dat het ongeboren kind bij late abortussen een zout-injectie in het hart krijgt, zodat het sterft. Of, als het te groot is om zo uit de baarmoeder te worden gezogen door een vacuüm-pomp (na 13 tot 14 weken) dat het in stukken wordt gesneden in de baarmoeder. Als het hoofd te groot is, wordt de schedel gebroken.
(Einde gevoelige passage)
Dit gaat volgens Miller om 9000 gevallen per jaar in Engeland. In Nederland schommelt het aantal abortussen van foetussen vanaf de dertiende week rond de 5000 (2022: 5150; 2023: 5032; 2024: 4691). De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt dat bij.
Levenslange gevolgen van vroeggeboorte
De prijs van vroege geboorte zijn mogelijke ontwikkelingsstoornissen, waar de kinderen hun hele leven last van houden. De cijfers van de Europese Foundation for the Care of Newborn Infants, de European Society for Paediatric Reseach, de American Academy of Pediatrics, de Canadian Paediatric Society, British Association of Perinatal Medicine en de Zweedse Extremely Preterm Infants in Sweden Study liegen er niet om.
De Zweedse studie keek naar kinderen van 6,5 jaar en van 12 jaar. Zij waren allen foetussen geweest van 27 weken of jonger. Van de kinderen van 12 jaar had 37,4% een matige tot ernstige neurologische ontwikkelingsstoornis. Bijna 15% had een vorm van autisme. ADHD: 12,2%. Motorische ontwikkelingsstoornis, bijna 30%. En één op de drie had gedragsproblemen. De stoornissen zijn geen kattenpis. Wat eronder kan vallen zijn verlammingen en spasmen, blindheid en doofheid, (sterk) verminderde intelligentie en (sterk) verminderde leermogelijkheden. En dat is nog niet eens alles.
De kans op ernstige beperkingen neemt uiteraard af naarmate de foetus meer voldragen is. Maar bij 22 weken is het 1 op 3, bij 23 weken 1 of 4, bij 24 weken 1 op 7, bij 25 weken ietsje lager, bij 26 weken nog iets lager. Maar alles bij elkaar, bij geboorte na minder dan 27 weken: 33 tot 37%. Moet je je voorstellen wat dat voor het kind en voor de ouder(s) en voor eventuele zussen en broers betekent. Hun leven lang!
Dat alles zou een pleidooi kunnen zijn voor de proef die nu wordt overwogen: het aborteren van foetussen van 22 tot 24 weken. Maar alles in mij verzet zich daartegen.
De periode waarbij zwangerschapsonderbreking wordt toegestaan omdat de moeder het wil, moet niet verlengd worden, maar verkort. Met een verkorting zou het probleem waar de Nederlandse Vereniging voor Obstretie en Gynaecologie (NVOG) nu een ‘oplossing’ voor zoekt er helemaal niet zijn (het probleem is dat abortusklinieken niet na 22 weken aborteren, en ziekenhuizen alleen bij ernstige geboorteafwijkingen).
Het gaat daarom ook helemaal niet om die paar weken, maar om de weg te bereiden voor maatschappelijke acceptatie van de ‘sociale indicatie’: aborteren in het derde trimester omdat de moeder dat wenst. De NVOG schat dat bij zo’n tweederde van de 331 in 2024 afgebroken zwangerschappen van 22 tot 24 weken sprake was van een sociale indicatie. Dat zijn zo’n 225 vrouwen. Zij waren dus 5,5 of 6 maanden zwanger.
De glijdende schaal van Baas in eigen Buik
Natuurlijk heb ik in mijn jonge jaren gedemonstreerd voor de legalisering van abortus. De beëindiging van zwangerschappen met zulk oneigenlijk instrumentarium als breinaalden of een duw van een trap, of een harde slag op de zwangere buik, was een schrikbeeld. Wij, de feministen (vrouwen én mannen), waren daar - terecht - mordicus tegen. Bovendien was ‘Baas in eigen Buik’ een leidend ideaal. Voor de autonome beslissingsbevoegdheid van vrouwen moest elk tegenargument wijken.
Helaas hebben wij, de feministen (vrouwen én mannen), toen cruciale onvoorziene gevolgen buiten beschouwing gelaten. We hadden er geen idee van dat het bij de gelegaliseerde abortus niet alleen om abortus in het allereerste begin van de zwangerschap zou gaan (als het nog niet meer is dan een hoopje ‘snot’ – zoals mij werd getoond bij mijn eigen abortus), maar ook om half voldragen of zelfs voldragen kinderen.
Ik durf er vergif op in te nemen dat we kindermoord, want dat is in feite wat er in de 7de, 8ste en 9de maand plaatsvindt (ik kan het niet anders zien), op geen enkele manier voor mogelijk hielden. Toen. Die ‘glijdende schaal’ hebben we gemist.
Wat we ook hebben gemist, zijn de spirituele en emotionele aspecten van zwangerschapsonderbreking. Een van de weinigen die er aandacht voor vroeg was NRC-columniste Emmy van Overeem. Ze kreeg een ongekende bak ellende over zich heen, wat toen nog ongewoon was. Maar ze hield stand. Ze had gelijk. Wij, de feministen, negeerden de negatieve aspecten. Het moet gezegd, de overgrote meerderheid van vrouwen waardeerden de mogelijkheid van een abortus zonder obscure toestanden.
Maar voor velen, zo is mij verteld door vrouwen die net als ik een abortus hadden ondergaan, bleek er toch een emotionele optater te zijn. Meestal onverwacht. Ook bij degenen die opgelucht waren dat hun zwangerschap artificieel was onderbroken. Ik kan me niet voorstellen dat de vrouwen die vijf of zes maanden zwanger zijn er zonder trauma vanaf komen. In plaats van het voorgenomen proefonderzoek zou een longitudinaal onderzoek naar de ervaringen van vrouwen die met een late abortus te maken hebben gehad, meer op zijn plaats zijn.
Uitstel, afstel en hoe mannen denken
Er waren nog tenminste twee gevolgen waar wij voorstanders geen rekening mee hielden: het uitstel van het daadwerkelijk krijgen van kinderen tot het niet meer lukte, en het effect op mannen.
Na de legalisering van abortus groeide het aantal ongewenst kinderloze vrouwen tamelijk dramatisch. Van de huidige honderd procent is vijf procent onvruchtbaar, vijf procent bewust kinderloos, terwijl tachtig procent kinderen had willen hebben, maar het te lang uitstelden en/of de juiste partner voor het ouderschap niet vonden. Zonder de brede beschikbaarheid van abortus, zouden de meeste ongewenst kinderlozen het moederschap ingerommeld zijn. Aanvankelijk tegen hun wens, maar Calum Miller geeft in het interview met Triggernometry aan dat 96 procent van deze moeders-tegen-wil-en-dank tevreden zijn met het feit dat zij het kind toch kregen.
Wat mannen betreft, in 2015 deden onderzoekers Catherine Coyle & Vincent Rue twee onderzoeken naar mannen die te maken kregen met abortus. In het European Journal of Counselling Psychology publiceerden zij bevindingen over 101 mannen, waarvan 49 een counselor hadden opgezocht en 51 een pastorale begeleider, die te maken kregen met abortus bij hun partner. Zij worstelden onder meer met verlies, rouw, machteloosheid en zingeving. Wie heeft er indertijd ooit aan de mannen gedacht? Wij voorstanders (vrouwen én mannen) niet.
Vooralsnog is het nog niet zeker of het OLVG of andere ziekenhuizen op deze heilloze weg doorgaan. De SGP heeft vragen gesteld aan de minister van gezondheidszorg. Het is maar de vraag of het parlement er ooit over hoeft te besluiten. Als dat toch gebeurt, hoop ik dat ze eerst naar Calum Miller luisteren. Of naar mij: doe het niet!
Wilt u Nijmans Nieuwsbriefje helpen groeien zonder doorlopend abonnement? Een vrijblijvende donatie is ook welkom!





“Maar abortus van foetussen van 22 tot 24 maanden wel”. Neem aan dat dit weken moeten zijn. Anders is het wel erg laat zeg maar.
Zeer verhelderend stuk. U bent een wijze dame.