Waarom zijn McDonald’s-filialen, ooit kleurrijke speelplaatsen in rood en geel, zo saai en grijs en bruin geworden? Hoezo gaan t-shirts en broeken van dure merken steeds korter mee dan vroeger, terwijl ze echt niet goedkoper zijn geworden? Waarom zijn nieuwe Billy-boekenkasten zo gammel in vergelijking met precies hetzelfde IKEA-icoon van twintig jaar terug? En hoe komt het dat auto’s steeds duurder en complexer worden terwijl ze van buiten lijken te plastificeren en van binnen alles kraakt, knarst en aanvoelt alsof het ieder moment kan afbreken?
Worden mensen die vroeger alles beter vonden steeds jonger, of moeten we de vraag omdraaien: waren alle jongere producten vroeger misschien beter? En zo ja, wat is er dan veranderd?
Het begint allemaal in de digitale dienstensector, de marktplaats voor een platform-economie van tussenhandelaren die vraag en aanbod met elkaar verbinden via handige apps, software en services.
Google creëerde aan het begin van de eeuw kunstmatige schaarste, en daarmee een hype, door Gmail aanvankelijk alleen via invites beschikbaar te maken. Het werkte - van de ene op de andere dag was een Hotmail-adres van marktleider Microsoft voor kinderen en ouwe tantes, @gmail.com is wat de cool kids nodig hadden!
Gmail werd gigantisch en is tot de dag van vandaag gratis. In geld, althans - de meeste gebruikers weten heus wel dat hun mailverkeer, persoonsgegevens en online bestelgedrag de handelswaren zijn voor Google, dat een imperium bouwde op zoekvragen, reisdromen, verlanglijstjes en porno-fetisjes, en daarvoor van de halve wereldbevolking het werkelijke product maakte.
Privacy kun je niet zien, voelen of aanraken en heeft voor de meeste mensen daarom te weinig meerwaarde om zich over op te winden. Het is immers niet dat Google geld van je rekening steelt (dat proberen de phishing-prinsen die je data van Google gekocht hebben), of een deuk in je auto schopt (waarvan de verzekeringspremie stilletjes hoger is geworden omdat je verzekeraar dankzij Google Maps-data weet dat je vaak op trajecten met bovengemiddeld veel ongelukken rijdt). Toch?
Wel biedt Google inmiddels betaalde upgrades voor cloud-opslag, betere AI-modellen en het weghalen van alle advertenties op YouTube. Dat laatste begint bij 14 euro per maand, duurder dan de meeste streamingdiensten. Want Google weet - heel gek - precies wat gebruikers willen, en wat ze ervoor over hebben. Zo harken ze aan de ene kant euro’s binnen van mensen die Google Ads inkopen op YouTube, en aan de andere bij mensen die willen betalen om deze reclames niet te hoeven zien. Een win/win om je libertarische vingers bij af te likken!
Dit artikel is alleen voor betalende abonnees. Lid worden kost slechts een dubbeltje per dag. Gebruik de kortingsknop:
’Then, they die’
Toch is de technische term niet enrichment, maar enshittification. De onderliggende theorie beschrijft een afbraak van dienstverlening tegen stijgende kosten. In het Nederlands heet dit platformverval. Je kan ook strontificatie zeggen. Poeperisering. Geen verrijking maar verschijting.
Enshittification is in 2022 gemunt door de Canadese blogger en journalist Cory Doctorow, een online inbeller van de oude stempel die als activist pleit voor auteursrechten-versoepeling en een rem op consumptie zonder eigenaarschap. Hij bedoelde in de eerste plaats streamingdiensten zoals Spotify en Netflix, of de verkoop van digitale boeken: productgroepen waarbij je ooit in ruil voor cash geld een fysieke cd, dvd of pak papier in handen kreeg, in plaats van streaming tegen een vaste prijs per maand maar zonder blijvende downloadrechten.
Doctorow denkt dat deze platform-economie onhoudbaar is, omdat aanbieders eerst klanten lokken met lage prijzen en hoge service om een marktpositie te verwerven, vervolgens hun klanten misbruiken om investeerders en aandeelhouders te plezieren maar tenslotte hun hand overspelen door hun product te duur te maken, met slechtere klantenservice of het voorwaardelijk maken van aanvankelijke standaardfuncties zoals account sharing.
’Then, they die’, volgens Doctorow, omdat deze bedrijven geen fysieke meerwaarde creëeren maar enkel optreden als tussenhandelaar die aanbod (nieuwe muziek van artiesten op Spotify) verbindt met klanten (luisteraars op zoek naar nieuwe muziek), totdat het concept volledig uitgemolken is en alle gebruikers afhaken.
Maar sterft zo’n platform uiteindelijk echt uit, of wint het volume van de vraag het van de arrogantie van het aanbod? En heeft de verschijting zich niet juist allang verplaatst naar fysieke producten in de echte wereld, en zich als een schimmel genesteld onder de planken vloeren en achter de spierwitte wanden van winkels, showrooms en restaurants?
Platformverval beperkt zich niet tot Google, Spotify of Netflix. Het sluipt overal in.




