Portugal, Arthugal en de kurk waar alles op drijft
Portugal: 'Het Oostblok, met een zonnetje'
In Silves is een vervallen kurkmuseum, dat was gevestigd in een van de oudste kurkfabrieken van Portugal, nieuw leven ingeblazen door Erik de Vlieger. Samen met Arthur van Amerongen toog ik op 4 juli naar het bloedhete stadje voor de opening, een glaasje bubbels en een summer chic Portugees dansje van een netwerk aan verzamelde lokale notabelen, ondernemers en aanwaaiers. Het werd een avond waarop Portugal en Arthugal elkaar ontmoetten. Ontkurk iets lekkers voor uzelf, ik gids u door beide gebieden.
Drop je mailadres en lees dit artikel gratis:
Financiële conflicten, vastgelopen papiersporen en een onvermijdelijke verwaarlozing hadden de deuren van het museum in de oude kurkfabriek zestien jaar gesloten gehouden voordat De Vlieger met zijn breekijzer en een nostalgie voor in onbruik geraakte industriële werktuigen zowel de deur van het museum, als de lokale bureaucratie openbrak.
In zijn verbale knip van het lintje pleitte Erik, wiens bedrijf Carvoeiro Branco in twintig jaar uitgroeide tot de grootste projectontwikkelaar van de Algarve, voor meer trots en ambitie vanuit het zuiden richting de hoger gelegen streken aan de stedelijke Portugese westkust. De Algarve moet tot Setúbal reiken.
De Vliegers roep om ambitie werd door een tweehonderdtal toehoorders onthaald met een applaus waarin je de zachte consensus proefde dat ambities van deze orde goed klinken en bij de ondernemende Hollander heus in goede handen zijn, maar daar ook mogen blijven.
Daarna was het woord aan Professor Doutor Jorge Custódio, een serieuze senhor op het gebied van industrieel erfgoed en nauw betrokken bij zowel het originele, vervallen museum als de renovatie. Zo iemand kan niet ontbreken want een Nederlander mag best herbouwen: enkel een Portugees begrijpt het sentiment.
Een blik op de stapel speechpapier ontlokte aan de ongeneeslijke Amsterdammer in De Vlieger de hardop uitgesproken hoop dat het officiële gedeelte wel voor het ontbijt zou worden afgerond. Voor Arthur, die naast me zat, was dit het sein om de bar op te zoeken. “Wegwezen, vriend. Dit gaat uren duren. Uren! Portugal is hierin echt de oude Sovjet-Unie. Het Oostblok, met een zonnetje!”
Ik bleef zitten. Eerst uit interesse, daarna uit beleefdheid en binnen vijf minuten stond ik naast Tuur aan de bar met het eerlijke smoesje dat ik de Portugese draad was kwijtgeraakt. De lezing kabbelde gevoelsmatig inderdaad uren door. Zo er al een opleving in ambitie was, werd daar resoluut de kurk weer in gepropt door o Professor.
Dit was wel het moment waarop Portugal en Arthugal elkaar overlapten.
Wie de columns, boeken en tweets van Arthur van Amerongen over de Algarve kent, is bekend met zijn beschouwingen over de ondiepe genenpoel van Zuid-Portugal, waar de besnorde vrouw als een van de zeven schoonheden geldt en flets tl-licht fluorescente flikkeringen werpt op getaande gelaten van stoïcijnse Portugese arbeiders, vissers en opaatjes, die in plastic Super Bock-stoeltjes aan met papier gedekte tafels huisgestookte vijgenbrandy drinken na hun prato van gekookte aardappeltjes met op de roetzwarte roosters van roestige churrascos gegrilde sardientjes.






