#Paris2024 en het Laatste Avondmaal, en een Portugees travestietenavontuur
OPHEF EN GEDOE! Is het kunst of kan het drag? Is dat een bobbel in je jurk of ben je blij om ons te zien? De volgende Franse Revolutie, die niet door Fransen zal worden begonnen, blijft nog even uit maar de vorige is door de christenen ook nog helemaal niet verwerkt. Daar bij die molen, die rode molen...
Bart:
Tuurtje, zaterdagmorgen werd ik plots wakker in een gisterenjaar! Overal boze christenen! ‘Christians’ en ‘Christendom’ waren trending op het ophefmolentje van Musk, samen met ‘Islam’ en ‘Mohammed’, dus ik dacht natuurlijk meteen: oh hemeltje de laatste kruistocht is begonnen, de heilige eindstrijd is nakende!
Ik wilde al wijwater gaan instralen, knoflook omhangen en de keramische kikker bij de poort een goede poetsbeurt en een kusje geven, allemaal uit pure radeloosheid over Wat Eigenlijk Precies Te Doen Op De Dag Des Oordeels? Ik heb namelijk geen NOS Noodpakket in huis dus ik ben in geval van apocalyps werkelijk aan de goden overgeleverd. Een hoogst ongemakkelijk gevoel!
Maar gelukkig zeg, er was helemaal niks aan de hand. De meute maakte zich slechts kwaad over een tafereel uit het draaiboek van de openingsceremonie van de Olympische Spelen te Parijs, in de voormalige Franse kolonie Frankrijk, waarin kruiskleders, heidenen en glitterjurk dragende baardvrouwen van de Moulin Rouge het laatste avondmaal uitbeeldden. Jezus is daarin een dik wijf en Zijn apostelen draperen zich in drag - het verbaasde me eigenlijk een beetje dat zoveel mensen kwaad nog worden van zo’n Fransekazig doorzontafereel uit de draaiboeken van obligatoire deug. En ohja, er lag een smurf in een schaal eten Dionysus na te doen - de god van feest en wijn. Het was een beetje een schrale hap, die dus bij velen uit de smaak viel en een kwade dronk bracht.

De Olympische ceremonie had ik vrijdagavond kats gemist, dus ik op YouTube prompt die volledige vier uur terugkijken (leugen, ik heb een uurtje door de registratie zitten skippen) en nou ja, goh, poeh poeh, zucht.
Een openingsceremonie met de gehele Lichstad als live decor, de Marseillaise door een operazangeres op het dak van het Grand Palais (mooi!), dansers op boten met verlichte discovloeren, rappers op een catwalk langs de kade, Zinedine Zidane met de Olympische vlam in de metro, stevige Gojira-metal met vlammen en onthoofde adel in de kozijnen van de Congiergerie, een Olympische heteluchtballon, een wederopgestane Celine Dion als Edith Piaf op de Eiffeltoren en er werd zelfs gedanst op de bouwsteigers die helaas de Notre Dame omgeven sinds die dramatische brand in 2019. Maar ach, wee ende ohjee, de levende verkleedkist van Moulin Rouge deed ook een act? Blasfemie!
De openingsceremonie was doorspekt van geschiedenis en cultuur van het gastland, met opvallend veel verwijzingen naar kunstwerken (hier las ik een gidsje). Zo’n laatste avondmaal, dat is gewoon een burleske parodie op Da Vinci. Zijn Mona Lisa dobberde nota bene in de Seine, te water gegaan na groteske nalatigheid door een horde Minions in een duikboot! Was dat ook een Weg Met Ons-symboliek? Het balanceerde allemaal toch aardig met de Serieuzere Culturele Uitingen en het overmatige Franse vlagvertoon, en het bracht een beetje Verlichting bovendien. Lady Gaga, met haar pastiche op een Franse chanson, was een nog groter cliché dan een catwalk vol Rode Molen-modellen. Ze deed exact wat je kunt verwachten wanneer je een Amerikaanse zangeres vraagt om een feestje met een Frans thema op te leuken.
Uiteraard snap ik ook de ergernis. Zowel de opdringerigheid van het superprogressivisme, waar zelfs geen enkel zebrapad meer van gevrijwaard lijkt te blijven, en het natuurlijk altijd dezelfden zijn die geschoffeerd mogen worden, omdat ze toch niets terugdoen en omdat het nou eenmaal bon ton is om blanke christenen en conservatieven boos te maken en te beschimpen. Het streven naar inclusiviteit ontziet de islam pertinent en heel expliciet, terwijl het christenen vogelvrij verklaart - net zoals de oprukkende islam dat op veel plekken in de wereld ook letterlijk doet. Het is uit balans, en daarom faalt de act met het Melaatse Avondmaal.
Maar ja. Moet je het dan maar niet doen? ‘Als je de grenzen niet mag opzoeken en rationeel beter afstand kunt houden tot die grens (zodat er geen grensdispuut kan ontstaan), verschuif je naar mijn mening de grens al’, sprak mijn kameraad Sywert op X. Dat is ook altijd mijn argument over GeenStijl geweest: als niet íemand af en toe de grens opzoekt, moet je accepteren dat de grens automatisch minder ver komt te liggen. Net zo lang, tot je allemaal in hetzelfde veilige maar bedompte en benauwde hokje komt te zitten. Dat moet je te allen tijde voorkomen, als je het mij vraagt.
Waar de grens ligt, wordt natuurlijk per onderwerp bepaald en in deze casus is het duidelijk: als ze niet het Avondmaal hadden uitgebeeld (en verontwaardiging hadden geoogst) maar de gevreesde profeet Mohammed, dan had die grens een stuk dichterbij gelegen omdat er vrijwel zeker geweld zou zijn geoogst. In die zin leidde de Rode Molen-act wel degelijk tot verdere discussie waarin de islam, ondanks de opzichtige weglating daarvan in de Olympische openingsceremonie, toch zeker niet onbenoemd bleef. Toch nog winst.

Het is voorts wel een beetje jammer dat drag en queer helemaal niet meer exotisch zijn, nu ze altijd en overal aanwezig zijn, worden gevierd en op handen worden gedragen door wereldwinkelvrouwtjes met houten oorbellen en stempels uit Ghana en Gambia in hun paspoort, dorpsambtenaren die alleen met Kerst nog te kerke gaan, brave bibliothecarissen die voorleesuurtjes faciliteren en natuurlijk de driedelige carbonkopie-normies van D66.
Ik stond ooit, lang voordat woke de witte wereldorde voor zich won, voor de Moulin Rouge in nachtelijk Parijs maar als jong en bescheten Brabants boertje durfde ik uiteraard niet naar binnen. Niet brutaal genoeg om aan de rafelrand te trekken, niet dronken genoeg om de branie op te werken. Ook bij de oer-Hollandse Bananenbar ben ik nooit verder gekomen dan voorlangs stiefelen - grinnikend als een bleue puber. Maar nu ieder zebrapad naar Trans-Sylvana-Land leidt, is de spanningsregenboog een vlakke meerkleurenstreep geworden. De lat ligt letterlijk op de grond. De westerse wereld is Moulin Rouge met het zaallicht aan, een goochelshow waar je door het truukje heen kijkt. Woke heeft alle mystiek weggenomen, de nieuwsgierigheid daarnaar is vervangen door een - frankly, strontvervelende - eis om aandacht en erkenning.
Drag is aldus niet meer spannend, niet meer stiekem, niet meer sexy, niet meer vuig. Het is niet meer dat groezelige deurtje opzij van het Rembrantplein, het is center stage op het grootste evenement ter wereld: de Olympische Spelen, het fata morgana van de mondiale bordopschootburgers. Drag betekent nu letterlijk sleur. Sleurkoningin. Of, als ze wat ouder zijn: sleurhut.
Maar allez mon ami, we moeten toch blij zijn dat de vrijheid bestaat om je als harige vent in een jurk te hijsen en een klassiek schilderwerk met religieuze connaties uit te beelden als onderdeel van een spel met de Franse cultuur, geschiedenis, Verlichting en Laïcité in de openingsshow van een sportfestijn dat streeft naar internationale verbroedering?
Noem mij maar naïef, maar ik dacht dat we zeker in het Westen graag deze vrijheid wilden uitdragen naar de wereld. Ik wil in ieder geval mijn eigen afkeer van de islam en zorgen over de westerse koers niet afzetten tegen de vrijheid van mannen om een jurk aan te trekken en een christelijk tafereel uit te beelden. Ja, de selectiviteit zie ik, en de hypocrisie daarvan ook, maar het ene níet doen, maakt het andere wél doen nog niet onwenselijk of laakbaar. De afwezigheid van het één moet geen aanklacht worden tegen het ander. Liever een mild hypocriete uiting uit het culturele B-segment met een lauw standpunt in de verkeerde vermomming, dan helemaal geen satirische uitingsvrijheid.
Enfin & ensuite. Wat jij, ouwe schuinsmarcheerder van me?
Arthur:
Zal ik je eens wat vertellen, buurman Bart? Ik heb de hele opening gemist wat ik was al om 8 uur met de kippen op stok gegaan en als ik jou moet geloven heb ik niks gemist. Ik ga sowieso geen seconde naar de Olympische Spelen kijken want het zal me allemaal worst zijn, die sportverdwazing. Ik stop wel een VHS’je van de Olympische Gay Games van Kreatief met Kurk in de gleuf van mijn recorder, als ik van sport wil genieten.
Uiteraard heb ik wel wat kanttekeningen bij jouw essayette. In de vroege jaren tachtig had ik zo’n nichtenceremonie als opening van de Spelen natuurlijk geweldig gevonden maar nu vind ik het ronduit kinderachtig. Lekker makkelijk hoor, de brave katholieken die massaal op Le Pen hebben gestemd provoceren met een queerversie van het Laatste Avondmaal.
We lachen toch ook allang niet meer om deze flauwekul?
Doe dan een wervelende dragqueenshow met een iftar: een enorme tafel met de Profeet (de vrede zij met Hem), de eerste vier kaliefen, alle mogelijke Ottomaanse sultans en nog wat Bekende Mohammedanen (BM’ers) en het volledige Nederlandse ambtenarenapparaat en de politie, als je de boel echt op stelten wilt zetten. Mr. Cindy Smeets zorgt voor de kinderopvang! Nu is de organisatie van de OS blijven steken in een slappe reprise van La Cage Aux Folles, die hilarische Franse speelfilm uit 1987.
Ken je trouwens de Finalmente in Lissabon, ‘s lands oudste nichtenkit? De klandizie daar heeft zitten genieten hoor, van de ceremonie in Parijs, want dat zijn nog echte orginele bouwdozen en gilnichten comme il faut, en gelukkig totaal niet woke want daar doen wij in Portugal niet aan.
We kijken even naar de beelden, popje
Ik heb een mooi en vooral echt gebeurd verhaal over de Finalmente want ik was daar eens met Charles Hofman, de weduwnaar van ons aller Gerrit Komrij. Charles had de homofiliteit uitgevonden en verbeterd en ik kon vreselijk lachen om zijn valse nichtenhumor, die ook nog eens smaakvol was.
Gerrit beschreef de tent in Een zakenlunch in Sintra: en andere Portugese verhalen. Die bundel verscheen in 1996 maar het heerlijke verhaal Naar de grote stad, over een lange nacht schuinsmarcheren in Lissabon, dateert uit 1984.
Gerrit en Charles hebben die avond voordat ze naar de Finalmente gingen, al flink witte port (‘wetend dat die nogal koppig is’) zitten slobberen in de Brasileira, de bonte hond onder de koffiehuizen, en dan moet de avond nog beginnen. Met een gemêleerd gezelschap Braziliaanse en Portugese artiesten wordt het feest voortgezet in fadorestaurant A Cesária en dan is het tijd voor ‘rookwaar van verslavende aard’. Enfin, de troupe eindigt zalig wappie in de Finalmente.
Komrij:
Het meeste wat daarna, tot het ochtendgloren, is gebeurd weet ik niet meer. Ik herinner me dat ik in een park luidop sprookjes stond te vertellen over een oud moedertje met haar koekoeksklok, en dat we toepasselijk en als altijd, eindigden in de Finalmente, een oord vol verderf en riskante zoetigheid, waar ze je de drank uit een soort leeuwenkuil aanreiken en waar ik, terwijl op een verhoging een travestiet Liza Minelli imiteerde, voor een laatste maal achterom keek en honderden donkerharige jongens zag, in devote aandacht op de grond gezeten, met een schijnsel in hun ogen dat men zelden bij mensen aantreft, maar vaak bij wilde dieren in het schemerlicht.
Charles wilde met mij en Arie Pos, de biograaf van Gerrit en vriend van onze show, zoete herinneringen aan zijn dierbare man ophalen in de Finalmente. Charles was die avond als altijd picobello gekleed maar toch lichtelijk verwaaid en verfomfaaid na een dagje pierewaaien door Lissabon. Plechtig wees hij naar naar de bomvolle dansvloer en zei op zijn Mokums-deftig:
Nou, dan had je daar beneden die put die Ger beschrijft, snap je, en daar stonden allemaal beeldschone jongens in en die gaven dan de koude biertjes naar boven door. Het was echt stampend vol, net als nu. Op een gegeven moment stond er gewoon iemand tegen mij aan te piesen! Dat was echt de eerste keer dat me zoiets overkwam. Later bood ie zijn excuses aan, Portugezen zijn wat dat betreft enorm hoffelijk.
Vervolgens dartelde hij als een jong hert over de dansvloer. Arie (1958) en ik (1959) sprongen maar wat op en neer als twee oude discopunkers maar we hadden toch sjans met twee bloedmooie negerinnen die na enige nadere inspectie bouwdozen (Charles: ‘die handen, Tuurtje, kijk nou naar die handen. En die één enorme adamsappel, zie je dat nou echt niet?’) én bovendien kommersjele sekswerksters bleken te zijn maar wat donderde het. De sfeer in de Finalmente deed ouderwets, lief en onschuldig aan. Zo moet het COC in de jaren zestig zijn geweest.
Er werd flink gezopen – een biertje voor de lachwekkende prijs van 2 euro – maar niemand was agressief. Wonder boven wonder waren er - godzijdank, stel je voor! - geen drugs van wat voor aard dan ook verkrijgbaar, zo bleek uit enig rondvragen mijnerzijds. Kom daar maar eens om in dat vermaledijde Amsterdam.
Tussen het dansen door vertelde Charles mij het wonderbaarlijke verhaal van de verdwenen Dunhill-aansteker. Tijdens een van de laatste bezoeken van Hofman & Komrij aan de Finalmente werd Charles’ peperdure aansteker en het chique sigarenkokertje van Gerrit gerold. Charles:
De uitbater van de bar had een kennis die vermoedelijk wel wist wie de dader kon zijn. We spraken ‘s anderendaags met die man af en hebben tientallen smoezelige kroegjes afgelopen, op zoek naar de dief. We kenden toen natuurlijk nog geen meter Portugees, dus hij was wel handig. Wij die rare snuiter maar fêteren met drankjes en hapjes. Uiteindelijk bleek hij zelf onze spulletjes bij zich te hebben! Nou ja! Heb je het ooit zo zout gegeten? Die sigarenkoker van Gerrit heb ik trouwens nog steeds.
Inmiddels was het bijna 3 uur ‘s nachts en Team-Hofman stond wat wankel op de benen. Gelukkig ging de show eindelijk beginnen, met klinkende namen als Jenny Larrue, Samantha Rox, Deborah Krystall, Nyma Charles en Stefani Duvet. Charles zat op het podium, vrijwel tussen het variété in, en fluisterde in mijn oor:
Ik vind die neger het mooist. Of moet ik negerin zeggen? Mag dat eigenlijk nog wel? Vooruit: ‘persoon van kleur’ .
De show was wervelend en gelukkig werd geen cliché geschuwd. Ze kwamen allemaal voorbij, van Shirley Bassey via Marlene Dietrich tot Amalia Rodrigues. Net Parijs afgelopen vrijdagavond, maar dan leuk en zonder regen.
Tegen het ochtendgloren verlieten we als laatsten de tent. Toen brak er paniek uit bij professor Pos: de schoudertas met telefoon en pasjes van Pos, paspoort en belangrijke manuscripten waren verdwenen. Ik dacht meteen aan die twee opdringerige kommersjele sekswerksters met handen als kolenschoppen en aan de aansteker van Charles.
Veel later in ons appartement aan de Rua da Alegria blokkeede professor Pos – zo goed en kwaad als het ging op dat uur – zijn rekeningen nadat hij eerst al zijn spaarcentjes op de privérekening van mevrouw Pos had geparkeerd. Charles:
Nou, daar zal ze blij mee zijn. Morgen is het Moederdag, ze gaat natuurlijk lekker shoppen met je dochter, Arie. Ik wil niet veel zeggen maar volgens mij heb je die tas gewoon afgegeven bij de garderobe. (Nee, schudt Arie.) Charles: Wie bewaart er nou zijn hele hebben en houden in één tasje? Je lijkt wel een wijf!
Charles bleek uren later in zoverre gelijk te hebben dat de tas in de garderobe was beland en ons vertrouwen in de Portugese mensheid en transgenders in het bijzonder was geheel hersteld.
Nog even wat queer-Portugal betreft: wij lopen natuurlijk in alles een beetje achter en ik denk dat al die mennekes in die vieze visserkroegjes waar ik graag mag verpozen met blozende konen naar de ondeugende opening van de Franse Queer Games hebben zitten staren. Hadden ze maar zo’n lekker “wijf” thuis, zonder snor en met grote ballontieten, met vaardige handjes en getrainde mondjes!
Laten we er binnenkort eens heen gaan, buurman, naar die gouwe ouwe Finalmente, dan organiseer ik een busreisje met de Nederlandse Club Algarve. Ik heb wel zin in wat good clean fun!
Trouwens: de laatste keer dat ik een travestietenbar in Nederland heb bezocht, moet begin jaren tachtig zijn geweest. Madame Arthur lag aan de Amsterdamse Warmoesstraat, een groezelig pijpenlaatje vol spiegels en versleten pluche waar het vooral tegen het ochtendgloren wemelde van de paradijsvogels. Eerlijk gezegd was ik er kind aan huis tot ik van Marlene Dietrich een keiharde knal op mijn kanis kreeg met een microfoon die vermoedelijk van bakeliet was. Nou had ik het er wel naar gemaakt want ik zat dwars door Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt heen te tetteren.
Ik donderde met stoel en al om, trok een tafel vol glaswerk mee, stond heel elegant weer op, maakte een diepe buiging en zei: oeps, danspasje. Aan het gejoel van de clientèle te horen was ik op dat moment geliefder dan Marlene. Dat was het einde van mijn loopbaan als aspirant-travestiet. Ik kon nog altijd columnist worden, dacht ik toen beteuterd.
Allez. Ik sluit af met een fijn clipje, broeder:









