Ondergewaardeerd en onderbetaald: de taxichauffeur
Arthur heeft Uber ontdekt en verbaast zich over de lage prijs van het moderne gemak. Dat was in taxioorlog voerend Mokum wel anders. Bart herinnert zich zijn eigen tijd als taxichauffeur, in het beduidend minder onstuimige West-Brabant.
Arthur:
Buurman, we moeten het eens over het taxiwezen hebben in de Algarve, en met name die in ons aller Olhão. Toen ik hier twaalf jaar geleden landde, was er nog geen Uber. De standplaats van de taxi’s was en is op de Avenida da Republica 72, midden in het stadje dus. Ik moet zeggen dat de chauffeurs beste kerels zijn: altijd keurig gekleed, soms jasje-dasje, en ze lullen je niet de oren van de kop met racistische taal zoals de mannenbroeders van Taxicentrale Amsterdam (TCA) dat vroeger gewoon waren.
In de jaren tachtig nam ik nog regelmatig een taxi in Mokum, en die taxistas van de TCA hadden dan altijd stickers liggen van de Yab Yum of andere hoerenkasten. Als ze klanten afleverden bij het bordeel, vingen ze zo een beloning voor paar meier. Ze kankerden aan een stuk door op buitenlanders en snorders (illegale chauffeurs) en het is net als bij de kapper, die moet ook niet in in een moordtempo zijn hartverscheurende levensverhaal vertellen en larderen met zijn politieke opvattingen ventileren. Gewoon je werk doen, beste man/vrouw/hun/hen/haan. Een goede kennis van mij was een officiële chauffeur bij de TCA en heeft destijds een snorder in de vernieling gereden, na een klopjacht vanaf Schiphol. Dat was behoorlijke “messy” en de moordaanslag haalde alle kranten. Uiteindelijk is hij naar Belize gevlucht en daar heeft hij nu een duikschool.
Toen kwam de taxi-oorlog. TCA had tot 2000 het monopolie op peperdure taxilicenties, waaraan het bestuur van TCA flink verdiende. Toen de markt werd geliberaliseerd, kwam er concurrentie van bijvoorbeeld Taxi Direct en waren de licenties niks meer waard, tot ongenoegen van TCA en de chauffeurs. Ik meen dat een licentie voor een nummerbord tot die briljante liberalisering door het politbureau van Pyongyang aan de Amstel een ton kostte, of zelfs twee ton, misschien weet jij dat.
De markt werd vervolgens overspoeld door Marokkanen en Turken en dat was op zijn zachtst gezegd geen verbetering. Hondsbrutaal, handtastelijk bij vrouwen, vreselijk omrijden, de weg niet weten (of zogenaamd niet weten) en altijd de boel tillen. En ze hadden altijd zo’n stinkende denneboom aan hun spiegel hangen, een glimmend cd’tje, een dobbelsteen of een sleutelhanger met een Koranspreuk. Nog erger: zo’n foeilelijk massagegeval van de Xenos op hun stoel, van kurk en bamboe en touwen met knopen, dat tevens de stoel tegen het penetrante zweet moet beschermen.
De laatste keer dat in Amsterdam in een taxi zat, schampte de Marokkaanse chauffeur een andere Marokkaanse taxista achter het Paleis op de Dam. Hij stapte uit, en ze begonnen te schelden als viswijven, terwijl de meter als een razende doordraaide. Toen ik er wat van zei - ik had een afspraak in De Balie - was ik ineens een racist en een islamofoob. Nou ben ik vrij goed in takkietakkie en toen heb ik hem in zijn moerstaal voor rotte vis uitgemaakt. De belediging aller beledigingen voor een naffer is “nik bebek” en die moet je zelf maar opzoeken want de kinderen lezen mee. Sindsdien loop ik alles of pak ik de tram (ook een hel) maar liever kom ik helemaal niet meer in dat hellegat.
Oh ja, er was ook nog een fase dat er een soort stammenoorlog plaatsvond op de taxistandplaats voor het Centraal Station. Een nietsvermoedende toerist kwam dan de hal uit gelopen en werd door een roedel vollidioten belaagd, en aan alle kanten aan zijn of haar kleding getrokken. Het was onvoorstelbaar, daar is de burgeroorlog in Afghanistan een picknick mee in vergelijking. Toen kwamen de poortjes, de boa’s, en het bleef een grote rotzooi.
Maar goed, ik zou het over de taxistas in Olhão hebben. En er zitten ook nog een paar dames tussen en die hebben haar op de tanden en kunnen zo meedoen aan het mannenboksen op de Olympische Spelen. Overdag stonden er staan er gemiddeld wel een auto of tien, op de parada, maar ‘s avonds is het kut met peren.
Ik heb er een paar keer op zaterdagavond rond half twaalf staan wachten en er kwamen gewoon 0 taxi’s. Nul. Er hangt zo’n roestige telefoon maar dat is enkel voor de sier. Dan moest ik weer die dodenmars maken naar mijn hut, door de hel van de Ria Formosa, met zijn kolkende stroom die alles en iedereen meesleurt. Ook zoiets: ik ging regelmatig een visje eten in Fuseta en dan wilde ik met de taxi naar huis (er is geen busverbinding) en dan moest ik dus de taxicentrale in Olhão bellen. En die kwam niet, want die gasten hadden geen zin om mij in Fuseta op te pikken. Te gek voor woorden. Gewoon geen enkel gevoel voor dienstverlening. Als ik zo’n chauffeur dan vroeg waarom ze bijvoorbeeld niet op zaterdagavond op prime time op de parada gingen staan, mompelden ze iets van: geen zin, liever lekker in de kroeg voetbal kijken met de mannen.
En toen kwam Uber. De verlossing! Met de reguliere taxi kost een rit naar mijn hut in de Ria Formosa rond de 9 à 10 euro, met de Uber soms 3.95, soms 4.95. Als er heel veel vraag is naar auto’s, vooral tegen lunchtijd en aan het einde van de middag, kan een ritje oplopen tot maximaal 5.95. Het is nooit een rond bedrag, waarom weet ik ook niet. Een rit van mijn huis naar Faro kost soms maar 8 euro.
Ik maak altijd een praatje met de chauffeurs, die vaak uit Brazilië komen, uit India en uit Oekraïne. Altijd leerzaam. Er zitten ook veel Portugezen tussen, uit alle lagen van de bevolking. Ze vangen iets van 23 procent van de ritprijs, en daar moeten ze ook nog belasting over betalen. Een hondenbaan. Ik geef ook altijd 2 euro tip. Cash, niet via de app want dan moeten ze zelfs daarover nog eens belasting betalen. De vorige regering wilde ook nog dat de Uber-chauffeurs een taximeter in de auto moesten plaatsen, maar dat krankzinnige idee ging niet door.
Ik heb geleerd dat de korte ritjes het meest rendabel zijn voor de chauffeurs, en dan met name op het traject tussen Faro en Tavira. De meeste chauffeurs rijden voortdurend op en neer op de N125, onze nationale dodenweg.
Lange ritten zijn niet aantrekkelijk, want soms moeten ze dan leeg terug. Ik heb geleerd dat je altijd je exacte locatie moet intikken. Laatst stond ik bij de Lidl met 2 zware boodschappentassen, en ik tikte niet Lidl in, maar liet het aan de computer over. Moest ik snotverdorie de N125 oversteken, waar een of andere mafkees uit Salvador de Bahia op een levensgevaarlijke plek stond te wachten! Ik moest met gevaar voor eigen leven die kutweg oversteken, want als ik er niet snel ben, komt er zo een euro boete bovenop, op de ritprijs! Vervolgens moest die knakker nog helemaal naar de rotonde richting Faro rijden, om weer te draaien en om naar de Praia dos Cavacos te rijden. Maar goed, dat zat in de prijs vast. Echt kloten kunnen de Uber-chaffeurs niet, en ik vind het een geweldig systeem.
Bolt opereert ook in de Algarve, maar daar zijn de meningen verdeeld over. Oh ja, en alle chauffeurs gebruiken Waze in plaats van Google Maps, want Waze geeft veel meer actuele informatie over ongelukken en wat dies meer zij.
Jij gaat natuurlijk nooit met de Uber maar je hebt me weleens verteld dat je vroeger taxista in Roosendaal was. Moest je dan ook de hele tijd naar hoerenkasten en parenclubs net over de grens in België pendelen?
Bart:
Ja, klopt, al ben ik wel van na de taxi-oorlog en het vrijgeven van de markt. Altijd met blauwe platen gereden dus, die vanaf toen zijn ingevoerd, en zelfs nog m’n chauffeurspas gehaald omdat ze dachten dat je met een soort extra rijexamen het fatsoen terug in de agressieve eenlingen kon bureaucratiseren. Het kan zijn dat die oorlog nog woedde, maar dat was een Randstadding en daar merkte je in Roosendaal niks van.
Ik ging in de zomer van 2001 bij Roosendaals meest deftige centrale werken en heb het daar een jaar of acht volgehouden, voornamelijk als student en weekendkracht maar ook nog een jaar of anderhalf fulltime, tussen twee studies in. Werkte ik tegen de 300 uur per maand, zodat het aan het einde van de maand nog een aardig salaris leek. Maar vooral omdat het geweldige tijden waren. Niet omdat het nou zo’n vreselijk spannende baan was trouwens, ik reed en rijdt gewoon heel graag auto.
Ja, sure, in de weekenden kwam je wel eens bij sauna Club Diane in Zundert, of dichterbij huis in een Roosendaals bordeel, maar sins de invoering van de euro mocht je blij zijn met vijf euro tot een paar tientjes van de portier. Het meest spannende op de ritten naar zo’n huis met roodfluwelen behang was dat ik een keer een oud-klasgenootje van m’n broertje zag. Die werkte daar. Vond ik sneu voor het meisje. Einde anekdote.
Het gros van het taxiwerk is ouden van dagen, retourtjes om boodschappen en naar de bingozaaltjes of als ze nog ouder en verder afgetakeld zijn: naar dagopvang en dementiezalen. Dat wissel je af met schoolkinderen, gehandicapt of moeilijk opvoedbaar. Ik moest eens stoppen op de vluchtstrook van de A58 om twee vechtende pubers op de achterbank uit elkaar te trekken, dat was lachen.
Het gedeelte van het werk dat langs de kroegen en door de nachtelijke krochten gaat, was beperkt, zeker in Roosendaal en omgeving. In Amsterdam of Den Haag had ik niet graag chauffeur willen zijn, mij te veel mafkezen en eenmalige passanten met een kwade dronk, wanbetalen of het risico op kotsen. In Roosendaal kende je de cafés, de kroegbazen en hun clientèle en dan blijft alles in het betamelijke. De enige echt negatieve ervaringen waren, je zal het nooit verwachten, met Marokkanen. Eén keer een poging tot beroving, meerdere keren uitstappen en wegrennen zonder betalen. Maar dat zal allemaal wel aan mijn vooroordelen gelegen hebben.
Door de bank genomen heb ik wel echt fantastische tijden beleefd bij Taxibedrijf de Groen, een familiebedrijf dat tegenwoordig ook in touringcars en rijopleidingen doet, maar destijds vooral taxi’s en busjes plus een trouw- en uitvaartservice deed. Je mag dagen- en nachtenlang met Mercedessen rijden, een ander betaalt de peut en iedere klant is een kans op een nieuwe anekdote. Het was voor mij als verlegen jong menneke ook één grote assertiviteitscursus en het bracht me in alle lagen van de bevolking, met alle verhalen van dien. Het zou een goeie vorm van sociale dienstplicht zijn, taxirijden. Ik maak hier geen grap.
Het meest bizarre wat ik daar trouwens deed, was dode mensen ophalen. Die moeten ook vervoerd worden, en ik reed regelmatig mee met het ‘overbrengteam’. Die hadden gek genoeg altijd haast, ook al is de passagier ijskoud en zal die nooit klagen. Met van die Amerikaanse slagschepen met 160 over de A17 laagvliegen omdat er twee overbrengingen te kort op elkaar gepland stonden, dat leidt tot alleraardigste verbaasde blikken bij andere bestuurders. En dan in het Lievensberg Ziekenhuis de verkeerde deur opentrekken: niet die van de overleden mensen, maar die met de grote hangende hammen. De lijkenkast is altijd in de keuken, want daar zitten de koelcellen. Enfin, ik zou qua taxitijd een boek kunnen schrijven over alleen al het zeulen met de dood.
Doorspoelen naar de nieuwe Heimat. Alhier heb ik nog nauwelijks van taxi’s gebruik gemaakt. We doen alles met de eigen auto, dat houdt je eerlijk ten aanzien van de alcohol tijdens het tafelen. Die paar taxi’s die ik nam, vielen op door hun prijs. Zeker de Ubers, wat je al zei. Ik snap echt niet dat ik voor 13 euro van de BMW-garage in Faro naar Olhão kan - dat ben je bijkans aan diesel kwijt. Ook de fooien zijn in de Uber-app anders. In Nederland suggereert ie 1, 2 of 5 euro, dacht ik. Hier is dat 50 cent, 1 of 2 piek.
Toen ik op de taxi begon reden we nog net in de guldentijd, en liep de fooi soms aardig op in de weekenden. Na de invoering van de euro was dat rap gedaan en klaagden we daar onderling nogal over. Het ging namelijk echt van 100, 150 gulden op een zaterdag terug naar hooguit 20, 25 euro, zeker in het begin van de eurotijd. Maar als je ziet voor welke bedragjes de chauffeur hier hun ritjes rijden en hun fooitjes sprokkelen - zelfs een Nederlands studentje met een weekendbaan had het twintig jaar terug al beter.
Zal ik eens heel goedkoop afsluiten met een Xenosgezegde, dat ik zo veel jaar later nog steeds veel kan leren van het taxibestaan?
Okee okee ik ga al, tot volgende week, pai.







