Ik ook van jou, Maarten
Hier, nu en in de eeuwigheid
Het moet ergens tussen vier en vijf in de ochtend zijn geweest, op een doordeweekse nacht. Als ik opsta omdat ik nu écht besloten heb naar huis te gaan, met de fiets en de pont over het IJ, staat Maarten ook op. Hij kijkt bijna plechtig. “Ik bedacht me net, dat ik enorm van je hou. Dus dat wilde ik even uitspreken.” Het is ontzettend Maarten om te zeggen wat gezegd moet worden, nu en direct. Ja man. Ik ook van jou. Stevige knuffel.
Via het trapje van de stuurhut klauter ik omhoog en verlaat zijn woonboot vanaf het achterdek. Uiteraard waren we op dat tijdstip niet nuchter, maar het warme gevoel was niet alleen de drank. Maarten en ik kennen elkaar al jaren, via een gezamenlijke vriendin, en zochten elkaar steeds vaker op. Die nacht, in de corona-mist van 2020, werd het uitgesproken en bezegeld, en het is geheel wederzijds.
Maarten is moeilijk uit te leggen en zal dan nog steeds niet begrepen worden. Te zeldzaam in zijn soort. Kluizenaar en zwerver. Stadsmens en stiltezoeker. Vrijbuiter met vele vrienden. Hardwerker met een democratisch hart voor stad en samenleving. Vlijmscherp maar nooit nadrukkelijk op de voorgrond. Altijd een invalshoek paraat die nog niemand had geopperd, niet zelden eentje die niemand zou durven uitspreken, en heel vaak ingebracht met een onverbiddelijke humor.
Maarten is iemand die, ook door schade en schande wijs geworden, altijd in het moment tracht te leven. In het nu, dat een goed verborgen plekje is tussen spijt van gisteren en piekeren over morgen.
Je herkent het als je met hem bent, vooral op zijn woonboot waarop iedereen welkom is, met een B&B in de boeg waar toeristen zichzelf kunnen in- en uitchecken, en de schoonmaakster de rest doet, want waarom zou hij het zichzelf lastig maken? In het hoogseizoen is hij gerust wekenlang in Oost-Europa of het Midden-Oosten, alleen of met vrienden. Er staan foto’s van Tsjernobyl van hem in de ANP Beeldbank, en van zwerfhonden in Georgië.
Talloze nachten heb ik op die boot doorgebracht, in gezelschap maar vaak met z’n tweeën. Bier (glutenvrij), rum, soms wat anders. Mark Knopfler, Pink Floyd, R.E.M. of Nick Cave. De open haard. Gitaren, cameraspullen en kabels. Sinds ik in Portugal woon, logeer ik regelmatig bij Maarten als ik in Nederland ben. ‘s Winters in de B&B, vanaf het voorjaar op de bank. De laatste keer was in april.
Donderdagmorgen 13 augustus 2026. Als ik parkeer bij de garage, stapt Dieuwertje uit haar auto en zegt dat ik níet op WhatsApp moet kijken voordat de mijne is ingeleverd voor het geplande onderhoud. Haar gezicht verraadt slecht nieuws. ‘Het is niet je vader’, voegt ze toe. Okee, wie dan wel?
Maarten.
Overboord gegaan vanuit een sloepje aan zijn pier, waarop hij met vrienden zat. Zomaar achterover, alsof hij onwel werd. Iemand dook achter hem aan, in het zwart van de nacht. Onvindbaar. Hulpdiensten. 25 minuten buiten bewustzijn. AMC. Kunstmatige coma. Omineuze MRI-resultaten.
Dagen van verdoving volgen, waarin de geest weigert te geloven wat het brein al lang weet: 25 minuten. Dat is te lang. Veel te lang.
Een appgroep vult zich met tientallen namen en spaarzame updates. Niemand durft het ondenkbare te zeggen, de meeste uitingen beperken zich tot emoji’s. Een onaangename stilte, enkel verbroken door IC-berichten die iedere keer erger zijn. Twee stappen naar voren richting het onvermijdelijke, één stap terug vanwege de medische protocollen.
In een andere, kleinere appgroep van jarenlange kameraden wisselen verdriet en zwarte humor elkaar af, over onze bijzondere vriend die na jaren op een woonboot kennelijk nog steeds niet snapt aan welke kant van het water je dient te gaan zitten. We vervloeken hem liefkozend, betreuren het lot van zijn arme oude vader, en durven tegen elkaar uit te spreken dat we wachten op wat we al weten: Maarten heeft ons allang verlaten.
Ik zorg voor zoveel mogelijk ruis op mijn eigen lijn door iedere stilte op te vullen met tweets - het meest zinloze ding om te doen wanneer de meeste dingen even zinloos voelen. Dieuw begraaft zich in trash tv. We gaan uit eten, even er uit. Nog een avond, nog een avond. Het lukt wonderwel de drank te laten staan. Het hoofd gloeit zo ook wel. Meer tweets, meer scrollen, mensen bellen en met anderen sms’en. Een hondenopvang zoeken. Wat kosten vliegtickets in augustus. Wat voor weer is het in Nederland.
Iedere loze tweet of kleine logistieke handeling is een verzet tegen onmacht. Het brein een pak watten, de geest een slappe vaatdoek. De hardnekkige onwil om te accepteren wat onafwendbaar lijkt. Is. Lijkt. Is. Verdriet zal pas komen als het voldongen is.
Een ander besef dringt zichzelf ook op: er is geen spijt. Er wringt niets en er trekt niets, er staan geen rekeningen open, alles is gezegd en er is niets op tafel blijven liggen.
Maarten en ik delen diverse vrienden, we zagen elkaar nagenoeg wekelijks bij Inge aan de stamtafel, maar vooral tijdens corona is iets heel hechts gesmeed.
Voor mij was de pandemie een soort secundaire ergernis. Een vervelend decor waar je in opgesloten werd. Andere zaken liepen moeizamer en vielen me zwaarder, om redenen die hier niet relevant zijn maar waar Maarten beter dan de meeste mensen naar luisterde, meer begrip voor toonde en waardevolle adviezen bij gaf. Ingepakt, uiteraard, in vileine ironie.
Als een soort sociale kluizenaar stond hijzelf tamelijk onverschillig tegenover de verstoringen door het virus. Maarten bewoog op zijn eigen manier en in zijn eigen tijd door het decor des levens. Je zou bijna zeggen: op zijn eigen voorwaarden.
In die jaren van uitgedund sociaal contact en verbeten stellingnames was het drijvende huis in het hart van de hoofdstad een baken van rust en ontspanning. Het hier en nu hangt op die boot als een aangename, kalmerende geur. Gisteren is geweest en morgen moet nog komen, dus het hier en nu is het enige moment om te doen wat je wilt, en te zeggen wat je denkt.
Wat je denkt, kan alles zijn. Gedachten zijn volledig vrij, ze gaan hun eigen gang en zijn daarin onvoorwaardelijk en onvoorstelbaar eerlijk. Dus wat er ook in Maarten op kwam, dat kwam er ook onmiddellijk uit. (Daarom zou niet iedereen hem begrijpen, want niet iedereen wil alles horen.)
Je wist daarom wel altijd wat je aan Maarten had. Want dat zei hij gewoon hardop. Open, zonder oordeel, matter of factly, meestal met een grijs of een grinnik. Een diepgevoelde overtuiging, een opmerkzame relativering, een geweldige zwarte grap. Of dat hij enorm van je houdt.
Op dinsdag 18 augustus concludeerden de artsen in het AMC dat ze niets meer voor hem konden doen. Om dertien minuten over zes verruilde hij het hier en nu voor de eeuwigheid.
Ik ook van jou, Maarten. Maar dat weet je.
When you’re standing on the crossroads
That you cannot comprehend
Just remember that death is not the end
— Nick Cave
Maarten Brante, 27 december 1977 - 18 augustus 2026











Jouw pen , jouw woorden diep doorleeft , de liefde die er in doorklinkt, zijn een bewijs dat de pen machtiger is dan welk wapen dan ook. Sterkte.
Sterkte.