Een kudde gouden koeien met gevaarlijke hoorns - Tamarah Benima
Met goede bedoelingen het ravijn in
De Verenigde Staten zijn hét kapitalistische land bij uitstek. Toch?! Dat weet iedereen. Maar is het ook zo? Misschien zit het toch anders. De Amerikaanse economie is kapitalistisch. Met minder staatsregulering, zeker in vergelijking met de regels die de Nederlandse overheid uit de oneindig grote Hoge Hoed tovert. Met daarbij de voorschriften die de Europese Unie haar lidstaten oplegt en die door de Nederlandse politici, ambtenaren en rechters ruimhartig worden geïmplementeerd. Maar vergis je niet, de voorschriften voor goed omgaan met het milieu (om maar iets te noemen) kunnen in de VS per staat wel degelijk heel streng zijn. Vergeet niet dat de moderne milieubeweging voornamelijk op gang kwam in de Verenigde Staten in de jaren ’60 en ’70. Dat is nu vergeten, maar ik heb dat zien opkomen – en overwaaien naar Europa.
Robert F. Kennedy (zoon van de vermoorde Robert – Bobby – Kennedy en neef van de eveneens vermoorde president John F. Kennedy) is nu vooral bekend om zijn pleidooi om de effectiviteit en de bijverschijnselen van vaccinaties serieus wetenschappelijk te laten onderzoeken in plaats van simpelweg af te gaan op wat de producenten erover zeggen. (Ja, dat gebeurt echt!)
De huidige minister van Gezondheidszorg en Sociale Diensten werkte echter jarenlang voor milieuorganisaties als Riverkeeper, Waterkeeper Alliance en de Natural Resources Defense Council. Zo hielp hij mee om de Hudson Rivier weer schoon te krijgen en de vervuiling van het grondwater door agrarische bedrijven en door kolencentrales tegen te gaan.
Wat schone lucht, water en riolering betreft, behoren de Verenigde Staten tot de top van de wereld. Net als Europa, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Mede dankzij iemand als deze telg uit de Kennedy-clan. En als het om fijnstof gaat, antwoordt ChatGPT op mijn vraag: “Ademt de gemiddelde Amerikaan schonere buitenlucht in dan de gemiddelde Nederlander?” zonder meer “Ja.” Voor wat dat antwoord waard is, natuurlijk.
Een kapitalistische economie dus, maar de Staat, zowel op federaal niveau als via de federale geldstromen naar de individuele Amerikaanse staten, zorgt voor financiering van ziekenzorg, armenzorg, pensioenen voor ouderen, pensioenen voor veteranen en wat dies meer zij op ongekende schaal.
Kapseizen door een enorme staatsschuld
Peter Robinson van het Hoover Institution maakte in 2017 een fascinerend interview met John F. Cogan. In het kader van de serie ‘Uncommon Knowledge’. Cogan is ook zelf verbonden aan het Hoover Institution en publiceerde in dat jaar het boek ‘The High Cost of Good Intentions. A history of U.S. federal entitlement programs’. Tijdens de regering-Reagan was Cogan de hoogste baas van de regeringsinstelling die over het federale budget ging.
Wat is een ‘entitlement’? Een wettelijk recht. Specifiek in het huidige tijdsgewricht kan het betekenen: aanspraak op uitkeringen en/of voorzieningen. Ik heb als Nederlands staatsburger en bejaarde recht op AOW. Daar heb ik niets voor hoeven doen afgezien van het bereiken van een bepaalde leeftijd. De AOW-leeftijd gaat langzamerhand omhoog (omdat de bevolking ouder wordt, langer gezond blijft en de AOW wel betaalbaar moet blijven), maar dat verandert aan het principe niets.
Een toekomstige regering zou de AOW kunnen afschaffen omdat Nederland economisch ten onder gaat onder de schuldenlast, maar nu al zijn de gezamenlijke AOW’ers zo’n groot kiezersblok dat zo’n regering daarover onherroepelijk zou struikelen. Het recht op AOW is in de wet verankerd, en daarmee basta. En dat geldt ook voor andere uitkeringen.
In de Verenigde Staten is het niet anders. De staatsschuld is zo bizar hoog dat het land kan kapseizen als er niets aan gedaan wordt. Dat ‘iets eraan doen’ behelst snijden in de uitkeringen en voorzieningen. Dat zou moeten, maar of het ervan zal komen is zeer de vraag. Want het overgrote deel is ervan afhankelijk.
Volgens Cogan is de sociaal-economische steun enorm: “Vijfenvijftig procent van alle Amerikaanse huishoudens ontvangt contant geld of materiële steun uit ten minste één groot federaal programma voor sociale voorzieningen of uitkeringen. De 2,4 biljoen dollar die de federale overheid momenteel jaarlijks aan dergelijke uitkeringen besteedt, komt neer op 7.500 dollar voor iedere man, vrouw en ieder kind dat in de Verenigde Staten woont.”
Een goedbedoelde menselijke neiging
Vijfenvijftig procent betekent dus een nog veel groter gedeelte van de Amerikaanse bevolking, Het gaat vooral om AOW, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, WW, weduwen- en wezenpensioen, ziektekostenverzekering (Medicare), gezondheidszorg (Medicaid), maar ook pensioenen voor veteranen, andere oud-militairen en verschillende hulpprogramma’s voor arme mensen (voedselbonnen, belastingkortingen- of -kwijtscheldingen, kinderbijslag, noodhulp voor arme gezinnen, enzovoort). Steun die betaald wordt door de federale regering, lees ‘Washington’ want het Congres beslist erover.
Het hele systeem van sociale uitkeringen begint in de Verenigde Staten na de Onafhankelijkheidstrijd. Die begon in 1775, en duurde ruim acht jaar, tot september 1783. Maar het vechten hield al in 1781 op. Meteen daarna werd bepaald dat militairen (van het Continental Leger) een pensioen kregen, mits zij gehandicapt waren geraakt. Minder dan twee decennia daarna krijgen ook leden van de militia een pensioen. En daarna de niet-gehandicapte militairen.
In 1818 volgt pensioen voor arme veteranen uit de Revolutionaire Oorlog (zoals de Onafhankelijkheidsoorlog van de VS ook wordt genoemd). Tien jaar later: alle veteranen, al dan niet arm. Weer vier jaar later, in 1832: een verdere verruiming.
Cogan legt het proces uit. Er is sprake van “een goedbedoelde menselijke neiging om alle mensen die zich in vergelijkbare omstandigheden bevinden, gelijk te behandelen voor de wet.” De groep die aanspraak kan maken op een uitkering is aanvankelijk duidelijk omschreven. Cogan: “[…] om beleidsmatige of budgettaire redenen. Maar na verloop van tijd beginnen de mensen nét buiten die groep die voor de regeling in aanmerking komt — die dus niet voor de uitkeringen in aanmerking komen — om hulp te vragen, met als argument dat zij niet minder recht hebben op hulp dan de mensen die wél een uitkering ontvangen.” Hij geeft het voorbeeld van de militia, de eerste groep na de permanent gewonde militairen.
Naast deze op zichzelf goedbedoelde menselijke neiging speelt er een tweede factor bij de uitbreiding van de uitkeringsgroep: politici ontdekken dat ze kiezers kunnen ‘kopen’ door uitkeringen in het vooruitzicht te stellen. De eerste die dit begreep was de Republikeinse Partij. Ze consolideerde aan het eind van de negentiende eeuw haar macht op die manier. Ze kon dat ook doen omdat de regering veel geld had, vooral door tarieven op import (Donald Trump heeft het idee niet van een vreemde).
In 1933 was het Franklin D. Roosevelt die, vier jaar na de Crach van Wallstreet, met The New Deal kwam. Hier was sprake van een fundamentele verandering. The New Deal was een pak noodmaatregelen waarvan de hele economie en de hele samenleving moest profiteren, niet alleen mensen die iets voor de maatschappij hadden betekend.
Dat hield in 1935 in: ouderdomspensioen voor de hele (!) bevolking (wat overigens niet hetzelfde is als AOW). Met Roosevelt begint als het ware een socialistische rode draad in de Amerikaanse politiek. Die dertig jaar later een dikke rode kabel wordt onder Lyndon B. Johnson. Deze president wil de armoede echt bestrijden.
The War on Poverty wordt gestart. Het is een onderdeel van een bijna messiaans project: The Great Society. Medicare and Medicaid zijn andere onderdelen. Plus vernieuwingen in het onderwijs en Head Start, een programma om peuters uit arme gezinnen zoveel mee te geven dat ze op de basisschool niet zouden achterblijven.
The Great Society was in zekere zin utopistisch. Eigenlijk is hij ook mislukt. Het voert te ver om daar hier verder op in te gaan. Behalve dan, dat zwarte critici stellen dat The War on Poverty de slagkracht van de zwarte gemeenschap heeft ondermijnd. Een van de ondoordachte gevolgen was namelijk dat het idee van meritocratie – het fundament van de Amerikaanse samenleving – aan erosie onderhevig raakte. Hoe dat zit, kan nu ook niet genoeg aan de orde komen.
Oude discriminatie wordt nieuwe discriminatie
Hoe het zij, de trend om de Staat voor een steeds grotere groep inwoners te laten zorgen, was er al. Bijna 2,5 eeuw geleden begon een ontwikkeling die uiteindelijk uitloopt, qua logica, om voor elke burger te zorgen. Want elke burger ‘is gelijk voor de wet’, en als dat wordt geïnterpreteerd als ‘gelijke uitkomsten’, heeft volgens die ideologie iedereen recht op huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, voedsel, en alle voorzieningen die in een moderne maatschappij maar mogelijk zijn. Ongeacht welke bijdrage je kunt leveren aan de maatschappij. Ondanks de bijdragen die je al hebt geleverd.
Door DEI, de beweging voor Diversity, Equity and Inclusion, is de trend die door Cogan is beschreven trouwens ook van richting veranderd. Niet het burger-zijn zelf geeft volgens DEI rechten, de mate van discriminatie die jij als individu misschien niet, maar het collectief waartoe je behoort heeft ervaren, maakt dat je meer recht hebt dan de ‘onderdrukker’ op alles wat de samenleving aan goeds te bieden heeft.
De ‘oude’ discriminatie – van zwarten, inheemse volkeren, vrouwen, buitenlanders, etc. – is vervangen door de ‘nieuwe’ discriminatie – van blanken, mannen, iedereen met ‘privilege’. Dat het het overgrote deel van blanke mannen in de loop der geschiedenis uiterst miserabel ging, wordt onder het tapijt geschoven.
Dat inheemse volkeren slavenhandel bedreven, wordt onder het tapijt geschoven. Dat Joden de meest vervolgde groep waren gedurende 2000 jaar, wordt onder het tapijt geschoven, want zij zijn blank (wat niet voor allen geldt, en zij zijn rijk, wat voor de meesten ook onzin is).
Dat vrouwen en mannen eeuwenlang veel gelijkwaardiger waren dan door feministen wordt beweerd, wordt onder het tapijt geschoven. Dat wat nu een ‘privilege’ lijkt te zijn, het in vroeger tijden helemaal niet geweest hoeft te zijn, wordt onder het tapijt geschoven.
Een kudde gouden koeien
De politieke uitkomst van dit alles is dat extreem links steeds machtiger wordt in de Democratische Partij en daarbuiten. Kijk bijvoorbeeld naar het burgemeesterschap van New York van Zohran Mamdani. En naar het scala aan politici die streven naar een zetel in het Huis van Afgevaardigden of de Senaat en die lid zijn van de Democratic Socialists of America.
Voor hen is het niet enkel meer: ‘je begint met het helpen van veteranen die voor hun land arbeidsongeschikt zijn geraakt en je breidt dat uit tot het recht voor iedereen op ouderdomspensioen’ - nee, dat breidt je verder uit tot een recht op een heel leven met alles wat je hartje begeert, te leveren door de Staat.
Naar wat het kost, kijken we niet. Naar wat het teweegbrengt aan sociale spanningen, kijken we niet. Naar het onrecht dat mensen die voor alles hard hebben gewerkt en bijna alles afgepakt zien worden (want anders zijn de eisen van extreem links niet te financieren), kijken we niet. Naar het gevaar dat het hele economische systeem in elkaar stort, inclusief de samenleving die ervan afhankelijk is, kijken we niet.
Het principe ‘gelijkheid voor iedereen’, in de zin van ‘gelijke uitkomsten voor iedereen’, is hét heilige principe geworden. Het gouden kalf, zoals de afgod die door Aharon, de broer van Mozes, in de woestijn werd gemaakt, is een kudde gouden koeien geworden. Koeien met horens, die levensgevaarlijk zijn. Gouden, gehoornde koeien die ons naar het ravijn kunnen leiden. Want wat voor de Verenigde Staten geldt, geldt in grote mate ook voor ons.
Wilt u Nijmans Nieuwsbriefje helpen groeien zonder doorlopend abonnement? Een vrijblijvende donatie is ook welkom!
Steun de missie: hou NN vrij en onafhankelijk
Nijmans Nieuwsbriefje is volledig onafhankelijk van uitgeverijen of bemoeienis van bovenaf en bestaat zonder reclames of subsidies, louter op basis van lezers en donateurs. Ik wil dat NN zowel onafhankelijkheid van geest als de vrijheid van meningsuiting hoger in het vaandel voert dan een vaste politieke positie of ideologische kleur.





Ik blijf het zo fascinerend vinden hoe dat niet kijken werkt bij die mensen. Wat is de gedachten hierover? Wie na mij komt red zich wel?
Elk nadenkend mens kan toch zien dat dit de weg naar het ravijn is? Is het dan dommigheid of kwaadaardig? Waarschijnlijk een beetje van beide
Dat aanbidding leidt tot problemen en geweld, weten de meesten hier Allahng.