Woord op Zondag - Slangen en Ladders: de Tragische Queeste van Jason Arday
De autobiografie van Arday is fundamenteel mythologisch
Opening van de dienst: Jan-Jaap van Peperstraten krijgt het Woord op Zondag. Tweewekelijks zal de praktiserende pastoor onder de deken van NN schrijven over aardse zaken en aanverwanten.
Hieronder volgt deel één van een vierluik over Jason Arday. Het toeval van de tragedie wil dat de van plagiaat en wetenschapsfraude betichte professor aan Cambridge University vrijdagavond dood is aangetroffen in zijn woning. Onderstaand artikel is vóór vrijdag geschreven. JJ schrijft derhalve in een onderstaande woord vooraf:
“Dit deel is geschreven voordat bekend werd dat Jason Arday is overleden. Onze gedachten zijn bij alle dierbaren van deze unieke man, wiens échte verhaal nog steeds niet verteld is. Mijn analyse gaat juist over verhalen, en hoe je verhalen betekenis krijgen en houden. Wie een tragisch verhaal vertelt, en het verhaal van Arday is tragisch, moet dat met een houding van mededogen doen. Mededogen is iets anders dan stilte: want juist een jarenlange cultuur van stilte - de weigering om respectvolle kritiek te delen - heeft ons tot dit punt gebracht” - JJ van Peperstraten.
‘De beste in zijn vakgebied’
“Jason, je bent de beste in je vakgebied!”, zegt professor Cremin ademloos. “We zijn zo blij dat je bij ons komt.” Ze valt hem bijna in zijn armen terwijl ze oogcontact maken. Professor Cremin lijkt een soort godsontmoeting of mystieke ervaring te hebben. Jason Arday, nee, professor Jason Arday, versgebakken hoogleraar onderwijssociologie aan de Universiteit van Cambridge. De jongste zwarte hoogleraar ooit aan die universiteit. Hij is een prachtige vertoning. Hij zit goed in de kleren en heeft lange zwaaiende dreadlocks. Een knappe man met mooie, diepe ogen. Hij lijkt ervoor gemaakt dat anderen hun ogen op hem laten vallen. Hij is iemand die niet onopvallend kán zijn, al zou hij het willen.
Zijn benoeming haalde internationaal de kranten. Hij had mutisme en groeide op zonder taal. Hij leerde pas lezen en schrijven op zijn achttiende, rondde vervolgens een gymlerarenopleiding voor hij promoveerde aan de John Moores Universiteit van Liverpool in de onderwijskunde. Daarna maakte hij stormachtig carrière en liep ook nog eens dertig marathons voor het goede doel (of, zoals sommige berichten het brachten, zeshonderd mijl in zes dagen). Na vijf eredoctoraten, een docentschap in Durham, en een hoogleraarschap in Glasgow werd hij tenslotte door de universiteit van Cambridge beroepen als hoogleraar onderwijssociologie.
Daar begint het verhaal te ontrafelen. De bijzondere prestaties waarvoor hij meerdere eredoctoraten kreeg, lijken niet verifieerbaar, om het voorzichtig te zeggen. Zijn publicaties waren niet alleen methodologisch zwak maar lijken nu ook deels gebaseerd op gefingeerde interviews. In zijn proefschrift zijn meerdere voorbeelden van plagiaat te vinden. Veel academici wisten dat het onderzoek van Arday problematisch was. Het proefschrift was zelfs al eens eerder aangevochten en daarna voor een tweede keer goedgekeurd.
‘Sociologie is een nepvak! Zie je wel!’
Hoe dit kon gebeuren is niet duidelijk. Agenten en advocaten werden op critici afgestuurd om hen het zwijgen op te leggen. Uiteindelijk was het de Amerikaanse wetenschapsfilosoof Nathan Cofnas die de toen bekende feiten op zijn blog naar buiten bracht. De kranten durfden het vóór dat moment niet aan.
In de Glasgow Herald is te lezen dat we het beter eens zouden hebben over de bezuinigingen op het hoger onderwijs, of het toenemend marktdenken in plaats van voor zo’n losse gebeurtenis. Men heeft het er liever niet over. Begrijpelijk. Juist daarom moeten we het er wel over hebben. Arday zijn gehele carrière lijkt niet gebaseerd te zijn op diep wetenschappelijk inzicht, maar tientallen begeleiders, examinatoren, collega’s, redacteuren, benoemingscommissies, en media zagen niks of durfden niks te zeggen. Dat is niet meer een los incident. Het voorval is niet meer te isoleren en legt een bom onder een heel onderzoeksveld. Is onderwijskunde, of sociologie nog ergens op gebaseerd?
Columnisten en opinieschrijvers buitelen over elkaar om verklaringen te vinden en elke verklaring bevestigt hun eerdere gelijk. Universiteiten zijn woke! Standaarden zijn weggezonken! Sociologie is een nepvak! Zie je wel!
De verdedigers van Arday zijn even eendimensionaal. Universiteiten mogen niet worden bekritiseerd! Arday is een genie! Tegenspraak is racisme! De commissie was al bij elkaar geweest en heeft niets gevonden! Buitenstaanders kunnen helemaal niet bepalen wat plagiaat is! Zwarte mannen mogen in dit land geen succes hebben! Zie je wel!
Verkiest u vrije, onafhankelijke media boven DPG of NPO? Neem een betaald abonnement op Nijmans Nieuwsbriefje en volg verschillende auteurs, podcasts en columnisten voor maar één prijs! Bijna dagelijks iets nieuws, voor maar een paar cent per dag. Abonneer nu via deze link of met de knop hieronder en maak vrije geluiden groter!
Een Professoraat voor Antiracisme
Er is meer aan de hand dan dat. Dat ‘meer’ staat niet los van ras, van de vraag wat wetenschap is, en wie succes mag hebben en wie niet, maar dat zijn maar scherven van de waarheid. Je moet integendeel een goede lens hebben om te zien wie Arday is, waarom zijn verhaal niet kan kloppen, waarom hij zo bijzonder gevonden werd, en wat dat tenslotte zegt over universiteiten, en een vakgebied als onderwijskunde. En tot mijn eigen verbazing ben ik haast komisch toegerust om daar wat over te zeggen.
Om te beginnen ben ik zelf gepromoveerd onderwijskundige. Ik was van 2006 tot 2009 verbonden aan de University of the West of Scotland. Ik ben zodoende opgeleid in een intellectuele structuur die ook een Arday heeft voortgebracht. De situatie heeft mij dus zeker geschokt, maar niet compleet verrast. De leerstoel van mijn eigen promotor is na zijn pensioen omgekat tot een Professoraat voor Antiracisme. Ik durf de publicaties van de vrouw die deze functie bekleedt niet open te slaan. Eén crisis tegelijk, graag.
Ten tweede ging mijn proefschrift over de kracht van verhalen. Hoe structureren verhalen onze levenservaring, hoe drukken we door het vertellen van verhalen uit wat belangrijk is in ons leven? Hoe maken we door verhalen onze levenservaringen leesbaar voor anderen? Waarom vinden we sommige verhalen onweerstaanbaar? Dat heeft alles te maken met genre, het soort verhaal dat je vertelt.
Verhalen kun je op technische manieren analyseren, dan kun je zien wat er onder de motorkap zit, of zie je opeens in een schema waar dat ‘iets’ zit dat je onder het lezen niet lekker zat. Iets klopte niet (los van de onwaarschijnlijke feiten), maar wat? Ik heb zo’n analyse gemaakt en de uitkomst is heel mooi. Het klopt niet, maar wat niet klopt is anders dan je denkt.
Het verhaal van Arday is onweerstaanbaar
Ik ben dus, ten derde, dol op verhalen, vooral als het gekke verhalen zijn. Hoe gekker hoe beter. En omdat ik hard heb moeten werken voor het kleine beetje dat ik bereikt heb in het leven, sla ik ook altijd bijzonder aan als academici plagiëren, frauderen, mistbanken opwerpen of lopen te foefelen met de bronnen. Soms komt mijn fascinatie voor verhalen en de ontmaskering van hogere foefelarij bij elkaar. Zoals hier. U begrijpt, het verhaal van Arday is ook voor mij onweerstaanbaar. De autobiografie van Arday, die net is uitgekomen, brengt al mijn fascinaties bijeen.
Ten vierde: ik ben pastoor. Ik werk professioneel met levensverhalen van mensen, en de mythologische verhalen uit de Bijbel. Ik vertel zelf elke week een verhaal aan de hand van christelijke mythen en symbolen. En het komt goed uit dat ik daar zoveel oefening in heb, want de autobiografie van Arday is, zoals ik straks zal uitleggen, fundamenteel mythologisch.
Terug naar de verhalen. Als je kijkt vanuit een verhalend perspectief zijn de ‘feiten’ iets minder belangrijk. Niet dat feiten niet uitmaken, maar een goed verhaal wordt niet goed omdat enkel ‘de feiten in orde zijn’. Als een verhaal gebaseerd is op feiten dan is dat vast prettig, maar de feiten staan niet in het verhaal omdat ze waar zijn. Er gebeuren elke dag honderden ware dingen die niet bruikbaar zijn voor de verhalen die wij over onszelf vertellen.
Gebeurtenissen worden verhaald omdat ze passen in de structuur van het verhaal. Omdat zij werkzaam zijn. Er wordt vaak gedacht dat verhalen gewoon wat zijn dat we verzinnen. Als we over iemand zeggen dat “hij verhaaltjes verzint” of “een sprookje vertelt”, bedoelen we dat hij buiten de werkelijkheid staat. Maar dat is niet zo. Door verhalen te vertellen stap je in een communicatief netwerk waar we allemaal deel aan hebben, of we dat doorhebben of niet.
Het verhaal van Arday factchecken is zinvol. Het moet gebeuren en in de komende dagen en weken zal er – zo voorspel ik – geen eind komen aan de ontmaskeringen. Maar ook een goede factcheck blijft toch aan de oppervlakte. De biografie van Arday is immers geen opsomming van feiten. Het is een ongelofelijk werkzaam verhaal omdat het ten diepste ons eigen verlangen naar erkenning, bevrijding en betekenis raakt.
Een queeste van een sjamaan
Ik weet bijvoorbeeld niet of hij echt autistisch is. Hij zegt van wel natuurlijk maar interessanter dan die feitelijke vraag is bijvoorbeeld hoe dat autisme als motief in zijn verhaal functioneert - bijvoorbeeld als ‘brandmerk’ van het bijzondere, voorbestemde en mystieke-unieke kind.
Dat is waar het hier over gaat. Het verhaal dat Jason Arday is grotendeels mythologisch en dat is juist zijn kracht. Je moet de autobiografie lezen als semireligieuze vertelling die qua structuur het meeste wegheeft van een sprookje. Ik gebruik dat woord hier niet als negatief begrip maar als categorie. Je moet de biografie van Arday eerst lezen alsof het een sprookje is, een queeste met opdrachtgevers, boodschappers, ware en valse helpers, een duister bos, een glimmend kasteel in de verte en allerlei magische objecten. Dat zijn de onderdelen van zijn verhaal.
Arday figureert als een soort held-als-sjamaan: iemand die, door zelf gewond te zijn, anderen kan genezen, mensen met elkaar kan verzoenen en hen een diepe waarheid over zichzelf kan leren zien.
In een gedeprimeerde samenleving die niet meer samengebonden wordt door een groot verhaal is zo iemand onweerstaanbaar. Maar we zien niet zomaar waarom het onweerstaanbaar is. We leven immers in een seculiere samenleving. We denken dat we ‘rationeel’ zijn. We geloven niet in mythes en sprookjes. We geloven, zo denken we, alleen in harde feiten. Maar dat is natuurlijk niet zo. Mythes, verhalen, beelden, sprookjes zijn en blijven er altijd. Als we onze ogen toedoen en zeggen dat ze niet bestaan, verschieten ze gewoon van kleur. Dat kan ook niet anders, want de verhalen zijn groter dan wij.
Het verhaal over de eenzame man die overwint tegen alle tegenwerking in? Een betekenisvol sprookje. Een liefdesroman over twee mensen die elkaar bijna mislopen, maar elkaar toch vinden omdat het nu eenmaal voorbestemd was? Een heerlijk sprookje. Je kan de tv niet aanzetten, of zelfs de deur niet uitgaan zonder in een wereld van sprookjes en mythes terecht te komen. Onze werkelijkheid is verhalend.
Juist als je niet in de werkelijkheid van sprookjes en mythes gelooft, sta je er hulpeloos tegenover. Jij bent niet sterker dan de verhalen van ons leven. Integendeel: het is minder dat jij een verhaal vertelt dan het omgekeerde: uiteindelijk vertelt het verhaal jou – zoals de Franse antropoloog Lévi-Strauss dat zei. ‘Hamlet’ van Shakespeare, en ‘Rosencrantz and Guildenstern are Dead’ van Stoppard delen één universum, maar zijn niet hetzelfde verhaal.
De jongen en het meisje die ‘s nachts zoenen op de verlaten parkeerplaats denken misschien dat ze thuishoren in een romantische komedie, maar blijken eigenlijk figurant in de horrorfilm Machete Slasher IV: The Lovers’ Lane Killings. Zo begint Great and Unfortunate Things als een sprookje maar dat blijkt het niet te zijn. Je weet niet van tevoren welk verhaal jij uit gaat beelden. Pas na verloop van tijd wordt dat duidelijk. Volwassen worden betekent ook: leren welk verhaal het jouwe is.
Great and Unfortunate Things
Dit essay is gesplitst in vier delen: na deze inleiding – het eerste deel – ga ik het de komende weken hebben over Arday’s biografie Great and Unfortunate Things en wat er gebeurt als je de verhaalstructuur serieus neemt. Zo wordt duidelijk dat het verhaal als sprookjesachtige tekst probeert te functioneren. Probeert, want het sprookje ‘werkt niet’. Er klopt iets niet. Er ratelt wat onder de motorkap.
Onder de sprookjesmotieven verbergt zich namelijk een tegenmotief. Je ziet de breuklijnen in het ‘sprookje’ zelf. Ze worden niet van buitenaf toegevoegd. In deze autobiografie zien we de voortekens van een ander genre: de tragedie. Het kasteel gaat instorten, de gevierde held weet diep van binnen dat hij eigenlijk een onware held is die gaat worden ontmaskerd. Arday wist dat wie hij was en wie hij leek te zijn, twee onverenigbare grootheden waren. Dat is de kern van de tragedie.
Hij wilde het zo graag, en hij heeft veel talenten, hij wordt zelfs erkend door anderen. En toch komt het niet goed. Eerst vermoedt hij dat het niet goed komt, en tegen het einde van het boek weet hij dat het niet goed komt. Hij zegt het niet letterlijk, maar het is absoluut terug te vinden in wat hij ons vertelt. Zijn leven is geen sprookje, zijn leven is een tragedie. En hij begint het te zien, vlak voor het einde van het boek.
In het derde deel schrijf ik over hoe zijn verhaal beslag legde op mensen, waarom het onweerstaanbaar was, en specifiek waarom Arday mensen zo wist aan te spreken te inspireren en te verleiden. Ik noemde hem eerder losjes een ‘sjamaan’, ik zal in dat stuk uitleggen hoe ‘sjamanen’ functioneren en wat hun maatschappelijke rol is.
Sjamanen zijn niet per se ‘goed’ of ‘slecht’. En ze bestaan ook niet op zichzelf. Er zijn ‘sjamanen’ omdat de samenleving die nodig heeft. Je bent sjamaan omdat mensen jou als zulks willen zien. Maar een sjamaan is ook ongrijpbaar. De sjamaan spreekt niet uit het hoofd maar uit het hart. En als je een sjamaan hoogleraar maakt, moet je er niet van staan te kijken dat het verkeerd afloopt. Sjamanen zijn zowel onweerstaanbaar als riskant. Ze zijn de warme, heerlijke vlammen waar de mot zich innig mee wil verenigen. Maar als we ons vervolgens verbranden, geven we de vlam de schuld.
Tenslotte in het vierde deel zal ik vanuit mijn eigen achtergrond, als product van de Britse onderwijskunde, proberen uit te leggen waarom juist deze academische motten vol overtuiging in de vuuroven vlogen. Hoe iemand als Jason Arday überhaupt kon promoveren. Waarom er waarschijnlijk vrijwel niks gelezen is van wat hij schreef, en hoe hij desondanks een razende carrière kon maken, juist aan universiteiten als Glasgow en Cambridge. Want ook dat is geen toeval.
Dat dit alles zo kon gebeuren is geen incident. Het is de uitkomst van een lang proces. De zaden zaten twintig jaar geleden al in de grond. En nu zijn ze opgebloeid.
Verkiest u vrije, onafhankelijke media boven DPG of NPO? Neem een betaald abonnement op Nijmans Nieuwsbriefje en volg verschillende auteurs, podcasts en columnisten voor maar één prijs! Bijna dagelijks iets nieuws, voor maar een paar cent per dag. Abonneer nu via deze link of met de knop hieronder en maak vrije geluiden groter!
Het collectebakje om de missie van NN mogelijk te maken staat daar.
Steun de missie: hou NN vrij en onafhankelijk
Nijmans Nieuwsbriefje is volledig onafhankelijk van uitgeverijen of bemoeienis van bovenaf en bestaat zonder reclames of subsidies, louter op basis van lezers en donateurs. Ik wil dat NN zowel onafhankelijkheid van geest als de vrijheid van meningsuiting hoger in het vaandel voert dan een vaste politieke positie of ideologische kleur.






