‘Nederland is geen Artis’, zei Máxima in 2007. Maar wel een zootje, in 2026
Wie is de Homo Vulgaris Neerlandicus eigenlijk (nog)?
In 2007 constateerde prinses Máxima dat ‘de Nederlandse identiteit’ niet bestaat. Toevalliger heeft Nederlands sinds dat jaar altijd een positief migratiesaldo gehad en sinds 2022 komt honderd procent van de netto bevolkingsgroei uit migratie. Terwijl Nederlanders meer dan ooit zoeken naar ‘onze’ identiteit, vragen Nederlanders met een migratieachtergrond zich anno 2026 juist af of ze nog wel bij Nederland mogen horen. Wat is Nederland, en van wie is ons land?
Dit artikel is alleen voor betalende abonnees. Lid worden kost slechts een dubbeltje per dag! Gebruik de kortingsknop:
‘’De’ Nederlandse identiteit? Nee, die heb ik niet gevonden’, sprak (destijds) prinses Máxima op 25 september 2007 bij de presentatie van een WRR-rapport met de titel Identificatie met Nederland. Ook zei ze: ‘’De’ Nederlander bestaat niet’. Bijna twee decennia later, zondag 31 mei 2026, vroeg journaliste Fidan Ekiz zich echter vertwijfeld af ‘of ze er nog wel bij hoort’. Bij WNL op Zondag zei ze: ‘Er groeien generaties op met de gedachte horen we hier nou wel, of horen we hier niet en ik had nooit gedacht dat ik dit zou moeten uitleggen.’
Eigenlijk kan het niet allebei waar zijn. Er kan niet géén ‘de’ Nederlander zijn, waar je dan vervolgens toch ‘niet bij kan horen’. Als er geen eensluidende Nederlandse (culturele) identiteit zou zijn, kun je daarvan immers ook niet buiten gesloten worden. Toch zit er zowel een kern van waarheid in wat Máxima zei, als in wat Fidan Ekiz verwoordde. En allebei hebben ze tevens ongelijk.
De uitspraken van Máxima leidden in 2007 tot behoorlijke verontwaardiging. Wie dacht die omhooggevallen Argentijnse Junta-dochter niet dat ze was? Nederlanders lézen immers graag de les, maar láten ‘m zich liever niet lezen. In het rumoer bleef vaak achterwege dat Máxima in haar toespraak ook zei: ‘Als troost kan ik u zeggen dat ‘de’ Argentijn ook niet bestaat.’
Waaraan ze toevoegde: ‘Ik vind het daarom heel interessant dat de titel van het rapport van de WRR niet is De Nederlandse Identiteit. Maar: Identificatie met Nederland. Dat laat ruimte voor ontwikkeling. En voor diversiteit.’
In 2007, op de valreep van een maatschappelijke omslag naar de massamigratie die we sindsdien hebben meegemaakt, was diversiteit nog geen de facto beleidsdogma waarmee autochtone Nederlanders achterin de bus worden gezet, en statushouders voorrang krijgen op sociale huurwoningen. Het was een term die paste in de liberale, tolerantie traditie van Nederland.
Fidan Ekiz identificeert zich overduidelijk met Nederland. Wie haar naam niet kent en haar verschijning niet zou zien maar louter haar stem zou horen, hoort een Rotterdamse parelketting-tongval en zou geen moment denken dat haar ouders van Turks-Griekse afkomst zijn. Ze is geboren en getogen in Nederland en heeft een zoon met Wierd Duk, die op zijn beurt bepaald geen onbekende pleitbezorger is voor de Nederlandse cultuur, geschiedenis en identiteit. Fidan ís Nederlands en tegelijkertijd een verpersoonlijking van die voornoemde diversiteit, in de betekenis van 2007.
In 2026 is diversiteit een dogma, een giftige term, en zo ziet de lezer al een beetje waar het heen gaat: het nationale debat over afkomst, cultuur, identiteit en samenleven in het met dijken omzoomde en door poldermolens droog gehouden Rijn-sediment dat zich Nederland noemt, is sinds de observaties van de toen zelf pas net ingeburgerde Máxima niet gezelliger geworden.




