‘De Belastingdienst, die moloch met hun kapotte leiding’ - Renske Leijten
Over spijt, strafrecht en een datakluis
Het was op 27 mei 2020 dat ik de grootste fout in mijn politieke carrière maakte. Natuurlijk is er behoorlijk wat aan te merken op verschillende debatten, optredens, moties met spelfouten of mediaoptredens. Als je bijna 17 jaar ergens meer dan fulltime werkt, doet iedereen wel eens iets ongelukkigs. Maar van de fout die ik op die woensdag maakte, lig ik nog geregeld wakker. Ik sla mezelf voor de kop. Hóe had ik zo stom kunnen zijn?
Een dag voordat het land op slot ging door de uitbraak van het coronavirus, presenteerden de staatssecretarissen Van Huffelen en Van Ark hoe de regering de schandvlek van het toeslagenschandaal wilde gaan rechtzetten. Een dag eerder verscheen het rapport van de adviescommissie uitvoering toeslagen, onder leiding van Piet Hein Donner. Je kunt je voorstellen dat Kamerleden, ouders, advocaten en journalisten op het puntje van hun stoel zaten over de analyse, maar vooral de oplossing.
Eindeloos veel kan ik graven en ingaan op wat er gebeurde in het rapport van Donner, maar één ding stond als paal boven water: er was institutioneel verkeerd opgetreden, onschuldige mensen waren gebrandmerkt en dit moest worden gecompenseerd. Ook voor mensen die door de harde regels in de knel waren gekomen, vond Donner dat iets moest gebeuren. Er moest een compensatieregeling komen die hij al behoorlijk helder omschreef. Op 13 maart ging de regering verder en kwam met een uitgebreide regeling. En toen ging het land op slot. Scholen dicht, iedereen thuis, het parlement op slot – alleen voor coronadebatten kwam ze terug.
Vergeef mij mijn oogkleppen over de tijd van de coronacrisis, maar ik was maniakaal bezig met de schande oplossen die gezinnen, onschuldige gezinnen, overkomen was. Ik leurde bij mijn fractievoorzitter dat parlementair werk wel door moest gaan! Ik zette honderden vragen op papier over de regeling. Ik maakte me grote zorgen dat de uitvoering nu al in de steigers zou komen, en dat er achteraf niets meer aan te doen was door de Kamer. Gelukkig besloot de hoge leiding van de Kamer eind april dat er naast de coronadebatten ook weer andere zaken behandeld moesten worden, en bovenaan stond het rapport van Donner over het toeslagenschandaal.
Spijt, oh spijt. Diepe, diepe spijt
In het debat als iedere deelnemer tot de tanden bewapend met argumenten en voorstellen. Waarom werd een belangrijke groep (‘opzet grove schuld’) uitgesloten? Waarom voerde de Belastingdienst de compensatieregeling uit? Waarom had Donner geen individuele dossiers bekeken? Waarom was de auditdienst Rijk op een dwaalspoor gezet toen zij moest toetsen of de Kamer alle informatie had gekregen? Als ik dit zo opsom, voelt het als de dag van gisteren. De vragen van zes jaar geleden zijn nog altijd zo pregnant.
Waarom de Belastingdienst dit moest gaan doen? Allereerst: ze waren al bezig, nu stoppen zou toch jammerlijke vertraging opleveren. Ten tweede: de uitvoeringsdienst werd gescheiden van Toeslagen en zou echt op een andere manier gaan werken. En ten derde: zou het niet goed zijn, mevrouw Leijten, als de Belastingdienst de kans kreeg om haar fout recht te zetten?
Daar wankelde ik dus, en staakte mijn eis. Want tja, ik kende tientallen mensen bij de Belastingdienst die zich de ogen uit de kop schaamden voor wat er bij Toeslagen was gebeurd. Wij kregen honderden mails van mensen binnen de Belastingdienst die graag wilden werken bij het compensatie-onderdeel, om bij te dragen aan de oplossing. En: iemand verdient een tweede kans. Waarom een overheidsinstantie dan niet?
Ik diende die dag de motie om de Belastingdienst uit de leiding van de oplossing te halen, niet in. 27 mei 2020.
Spijt, oh spijt. Diepe, diepe spijt. Mijn levenshouding is eigenlijk dat als iets jammerlijk misloopt, door schuld of door pech, je dan twee dingen te doen staan: herstellen of accepteren. Spijt is zonde van je tijd. Maar nu trek ik al zes jaar geregeld mijn eigen haren uit. Want in de zomer van 2020 werden we al bedrogen: achter de snel-snel-snel aangenomen spoedwet (anders krijgen ouders geen compensatie en dat wilt u toch niet op uw geweten hebben?) zat een organisatie die niet wist hoe ze haar doelstelling moest organiseren.
Knetterende ruzie met Van Huffelen
Nieuwe consultants marcheerden naar binnen, de zich vrijwillig aangemelde Belastingdienstambtenaren dropen diep teleurgesteld af. Er kwamen berichten dat de juristen die de rechtszaken tegen onschuldige ouders voerden, inclusief het achterhouden van stukken, nu aan de juridische knoppen draaiden van de compensatieregels. In het laatste gesprek met Van Huffelen op haar ministeriekantoor – augustus 2020 – stonden we bijna hoofd aan hoofd. “Gooi die juristen eruit, ze corrumperen de hele zaak.” - “Juristen eruit? Juristen eruit? Jij hebt makkelijk praten! Dan hou ik geen jurist meer over!” - “Van mij part huur je de halve Zuidas in, als ouders maar niet hun beulen tegenkomen als helpers!”
Van Huffelen en ik spraken elkaar nooit meer na deze knetterende ruzie. Ik dook het parlementaire onderzoek in en moest in die tijd mijn woordvoerderschap neerleggen. Volgens die eis kon ik van andere partijen meedoen aan dit onderzoek. Na Ongekend Onrecht, het rapport van deze ontluisterende hoorzittingen, trad het kabinet af. En daarna weer aan. Van Huffelen keerde natuurlijk ook terug, maar ging iets anders doen als regeringstaak.
Tegen de tijd dat ik dit dossier weer oppakte, was de Kamer vernieuwd, de staatssecretaris veranderd, maar was de Belastingdienst nog altijd de menner van het monster dat de compensatieregeling was geworden. De menner zat steviger in het zadel dan ooit. Mijn poging om te herstellen en de Belastingdienst van de taak te halen, sneuvelden helaas jammerlijk. Want we konden toch niet zomaar opnieuw beginnen? Er was al zoveel werk gedaan.
De Belastingdienst is niet te vertrouwen
En zo werd door mijn fout iedereen beetje bij beetje gecorrumpeerd. Door niet in te grijpen, corrumpeerde het ministerie. Door niet meer te berichten over wat voor klotezooi de uitvoering is, corrumpeerde de media. De Kamer corrumpeerde door machteloos toe te kijken – zich realiserende dat ieder voorstel dat met 150 – 0 wordt aangenomen, toch niet wordt uitgevoerd door de Belastingdienst.
Uiteindelijk is het natuurlijk die laatste die de boel werkelijk corrumpeert. Want als deze organisatie écht zijn leven had gebeterd, dan had ik deze wroeging niet op papier gezet.
Zegt Leijten nu dat de Belastingdienst niet te vertrouwen is? Ja. Deze moloch van een instituut, en hoe het wordt geleid, is niet te vertrouwen. Er werken heel veel goede mensen, er werken heel veel integere mensen. Maar hun leiding is kapot.
Twee weken geleden werd bekend dat er willens en wetens geen documenten naar de parlementaire enquêtecommissie zijn gestuurd uit een kluis vol data, die wel 64 miljoen documenten bevat. Daar tussen zitten de bestanden van de fraude-afdeling. De persoonlijke omgevingen van mensen die wel eens door het Openbaar Ministerie onderzocht zouden kunnen worden, zijn bevroren. Een ‘onafhankelijk’ onderzoek van BDO bevestigde wat al rondzong: het niet meewerken aan het verzoek van de parlementaire enquêtecommissie was bewust. Al schrijft BDO dat niet zo, en op vragen antwoorden deze ‘onafhankelijke’ onderzoekers dat ze aan geheimhouding zijn gebonden door de opdrachtgever.
De opdrachtgever? Precies: dat is precies de instantie die willens en wetens geen informatie gaf.
Het is alsof de verkrachter besluit naar welk spoor gezocht mag worden. Niet in het broekje van het slachtoffer kijken hoor. Dan kunnen ze het onderzoek altijd nog laten valideren op de door henzelf aangeleverde informatie.
Verslikt u zich nu ook in de koffie? Goed zo. Want dit is dus hoe ziek het is. Aan het niet meewerken aan een parlementaire enquête is een artikel in het wetboek van strafrecht gewijd. 192b, om precies te zijn: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een vordering van een parlementaire enquêtecommissie tot het verstrekken van schriftelijke inlichtingen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.”
Dat is niet voor niets. Iemand die onderzocht wordt, mag niet zelf bepalen wat onderzocht wordt. Dat gebeurde dus wel, en dat herhaalt zich nu met de datakluis.
Gaat onze regering toestaan dat een verdachte van een strafbaar feit aan de touwtjes gaat trekken bij het onderzoek naar het onderwerp van het strafbare feit? Hopelijk vindt de minister op 3 september een wakkere Kamer tegenover zich. Want dan spreekt Den Haag over de datakluis.
Het is te hopen dat niemand spijt krijgt achteraf.
N.B. Waar ‘Belastingdienst’ staat, hoort u ‘de verzameling van uitvoering onder auspiciën van het Ministerie van Financiën’ te lezen. Inclusief dat Ministerie. Want ook die ‘eigenaar’ zoals dat juridisch heet, krijgt de boel niet in het gareel, of wil dat niet…
Bent u al bekend met ons concept? Een afdrachtsregeling in de vorm van een abonnement houdt NN vrij, onafhankelijk, breed en kritisch:
Of doneer eenmalig:





