Tienduizend herinneringen aan de toekomst
Waarom ik blanco pagina’s vrees
Jarenlang heb ik een granieten werkpatroon gekend. Met de ogen aan het scherm van een MacBook gelijmd, aan mijn stoel gesoldeerd en me hooguit bewust van de vierkante meter fysieke ruimte die ik zelf vulde, tikte ik sinds 2011 zeven dagen per week, 350 dagen per jaar topics voor GeenStijl. Dat was ongetwijfeld ongezond maar ik mis het ritme, de snelheid en vooral de vanzelfsprekende onbevangenheid. Omdat alles zo onbeschreven leek. Op internet, en overal, terwijl de toekomst nu soms zo scherp lijkt te zijn uitgetekend.
In de eerste, beste en meest onbevangen jaren, toen Johnny Quid, Brusselmans, Bert Brussen en Mutsaerts in dezelfde ruimte, aan dezelfde lange redactietafel, op dezelfde peperdure bureaustoelen op dito MacBooks hun vierkante meters zwijgend vulden met het geratel van hun keyboards, was een onuitgesproken wedloop gaande wie de meeste topics kon tikken. Communiceren deden we weinig en voornamelijk via MSN Messenger, want er was nog geen Slack.
Het internet was een grote vijver en iedere keer als je je hengel ophaalde, had je beet. Alles is een topic, als je maar een haakje hebt. Dus iets af krijgen was geen probleem maar of en in welke volgorde het online kwam, deed er wel toe. Niet expliciet en niemand werd aangekeken of afgerekend op productie, maar er hing een prettige competitiedrift en een gezonde geldingsdrang in de lucht van de bijna steriele redactieruimte met de in grijs epoxy gegoten spiegelende vloer in Pand Noord.
We hadden allemaal wat in te brengen, iets te vertellen en een punt te bewijzen - al dan niet vanuit jeugdige overmoed of naïeve branie. Mutsaerts, de ironische droogkloot, misschien wat minder dan de competitieve sportgekken Quid (vlotste pen en de vrolijkste metaforen van het internet) en Brusselmans (snoeihard en een meester in het in één woord typeren van foute politici, oudmediale pijprokers en culturele snobs). Ik, omdat ik, zeker in het begin, het gevoel had dat ik me nog in moest vechten en niet wist of ik ooit goed genoeg zou zijn om opgenomen te worden in deze bijzondere club van schaamteloze schrijftalenten met een heerlijke online onverschilligheid over wie je vijanden zijn, of je vrienden willen worden.
Allemaal wilden we ons ook op onze eigen manier bewijzen aan Pritt Stift, het enigma van GS dat destijds stilistisch en literair onovertroffen was, sowieso online maar een tijd lang misschien wel in de gehele Nederlandse media. Weinigen konden in zo’n klein aantal uit de realiteit gekerfde woorden zo veel vertellen en verstoppen dan deze oude Propria Cures-querulant. Vooral over de onderwerpen die in dode bomen of op televee onbespreekbaar werden geacht, of gemaakt. En dat waren (toen) de beste onderwerpen.
Zwijgen deed hij zelf meestal ook. Het enige geluid dat hij maakte was dat van het inhaleren en uitblazen van sigarettenrook uit het dagelijkse pakje Marlboro’s, en het kraken van de plastic roerstaafjes waar hij de hele dag op kauwde. Taal kwam louter uit het toetsenbord.
Een van de weinige zinnetjes die wel eens hardop werd geuit, was dat er bij GS geen FNV-mentaliteit geduld werd. Wie een dienstrooster en een prikklok verlangde, had aan hem een verkeerde. Nieuws kan ook ’s avonds breken. Wie in het weekend te weinig present was, kon zonder pardon zijn biezen pakken. We sliepen allemaal met onze laptops op het nachtkastje, telefoongeluid aan voor eventuele ANP Persalarm-sms’jes.
Op zaterdag- en zondagmorgen tikte je, ongeacht wat er al in het CMS klaar stond, altijd eerst een stukje. Om te laten zien dat je online was. Als je vervolgens ging douchen of ontbijten, liet je de laptop open zodat het statusbolletje in MSN op groen bleef staan: online. Met die mentaliteit versloegen we wel jarenlang de kranten en de televisie op talloze onderwerpen in snelheid en scherpte, en ook Twitter wisten we lang voor te blijven.
Als een topic online kwam, wist je niet of dat was omdat het onderwerp prangend was of in de flow paste, of dat je domweg een goed stukkie getikt had. Een grinnik over een goed zinnetje was het beste waar je op kon hopen. Als een topic niet mee ging, had je alleen jezelf om te bevragen of het misschien niet goed genoeg was en waarom dan niet, of dat het gewoon net niet in het publicatie-ritme van die dag paste, waarin van ongeveer 09:00 uur ’s morgens tot een uur of tien, elf ’s avonds ieder uur iets online werd gezet. Handmatig, niet geprogrammeerd, door iemand die fysiek achter een laptop zat.
Je kon de klok er op gelijk zetten - je zou het nu een analoog algoritme kunnen noemen - en het is zonder twijfel een van de pijlers onder het succes van het roze weblog, omdat honderdduizenden lezers ieder uur wisten en wílden weten wat er volgens GS in dat uur van die dag het belangrijkste onderwerp van het moment was, en hoe het meest maatgevende medium van het Nederlandse internet dat onderwerp bekeek en belichtte, of wiens kop op het hakblok van de stijlloze hyperbolen werd gelegd.
Tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend, een ironisch wapenschild dat in combinatie met de noms de guerre van de redacteuren een polemisch strijdtoneel creëerde voor scherpe stijlvormen uit voor verbale oorlog geslepen toetsenborden, in topics die door velen gekoesterd werden en door anderen juist weer schuimbekkend (en opvallend minder stijlvol) werden gehekeld en gehaat. Het was een open polemisch banket waaraan iedereen kon aanzitten maar dat ieder moment kon ontaarden in een food fight.
Keep reading with a 7-day free trial
Subscribe to Nijmans Nieuwsbriefje to keep reading this post and get 7 days of free access to the full post archives.



