In juni schreef de Vlaamse filosoof Maarten Boudry een artikel over het jaar op jaar stijgende aantal Europese hittedoden door hittegolven en hete zomers. Het was geen klimaatbetoog maar een pragmatisch verhaal: Boudry schreef de stijgende sterfte toe aan een gebrek aan airconditioning en de Europese aversie tegen deze beproefde methode. Vanwege de alomtegenwoordigheid van airco in de Verenigde Staten en Japan, blijft het aantal hittedoden in die landen juist rond de nul. Nou, dat bracht toch een boel verhitte gemoederen met zich mee…
Voordeel voor Boudry: zijn standpunt dat Europa airco-avers is, werd in verschillende reacties luidkeels onderbouwd. Onder meer bij WNL, waar hijzelf - in korte broek - tegenover Lian Heinhuis zat, de Amsterdamse wethouder Buitenspelen (lol), Afval (gaat lekker) en Energietransitie. Daarover later meer, eerst even naar de bron voor dit stukje en het bruggetje naar Portugal. (Dit is een Portugal Post, immers).
Een deel van dit verkwikkende, verkoelende verhaal is alleen voor betalende abonnees. Lid worden kost slechts een dubbeltje per dag. Goedkoper dan airco! Gebruik deze kortingsknop:
Het artikel van Boudry heet ‘How Europe Became the World Champion of Heat Deaths’, hieronder het plaatje des doods bij die titel:
Maar luisteren? In Europa? Ho maar.
In zijn Notes postte Boudry deze week een Guardian-artikel waarin 25 tips voor verkoeling in de zomer worden gegeven, zónder airco daarin op te nemen. In plaats daarvan moet je gewoon een ventilator aan je plafond schroeven, opperde de Britse linkse tabloid kwaliteitskrant. Aldus vond ik mijn trigger voor dit stukje aan het plafond, want wij hebben ook zo’n ding (geprobeerd):

Het klopt op zich wel: verkoeling wordt geholpen door luchtverplaatsing, wat vocht (lees: zweet) helpt verdampen. Dus zo’n plafondwapper werkt. Wat er niet bij staat, is dat je ook de ramen en/of deuren open moet houden om dat vocht en die warmte beter af te voeren. En dat het meer een lapmiddel dan een oplossing is.
Stroop door een trechter en de haan van de buren
(oh, die fucking haan!)
Toen wij in september 2022 in ons Portugese huis trokken, zat daar geen airco in. De vorige bewoners hadden het huis wel gebouwd met alle voorbereidingen voor een installatie achteraf, maar wij besloten het eerst een paar zomers (en winters) aan te kijken. Dichtbij zee, dat dempt zowel winterse ‘kou’ (nogal relatief hier) als zomerse hitte (vrij absoluut). Bovendien zijn airco’s prijzig, lawaaierig en ontsierend, zeker de buitenunits. Dus eerst maar eens goed kennismaken met het lokale klimaat.
De winter is een verhaal apart maar het gaat nu over airco’s. De eerste zomer hielden we het wel uit. ‘s Nachts met alle ramen en deuren open was het, ondanks late buurthonden die regelmatig aanslaan, de vroege vogels en andere nachtelijke ruis, best redelijk te doen. Maar in augustus daalt de temperatuur ook ‘s nachts amper onder de dertig, dus is het binnen net zo warm en dat voelde als kamperen in moeizame omstandigheden. Sommige buren slapen letterlijk onder een doek op hun dak bij deze warmte.

Een jaar later hing ik dus zo’n ventilator op en hoewel ik vond dat het echt uitmaakte, was het voor de vrouw des huizes vooral een extra nachtelijk geluid erbij. We merkten beiden bovendien hoe de hitte overdag je brein laat smelten tot stroop, die door een trechter glijdt als je probeert te werken. Ventilatoren onder het bureau en een kleintje er bovenop (tegen zweethanden op het toetsenbord), geven meer herrie dan gemak.
‘s Avonds bekaf, ‘s nachts houden de krekels je uit een te lichte slaap. En de honden. En soms een auto. En bij het eerste licht ben je wakker, want alles staat open. Of eerder, want vele vogels beginnen vroeger, en de haan van de buren staat altijd op wintertijd dus die begint nóg eerder. Toch wilde ik nog steeds geen airco - duur, lelijk, en de hittepieken beperken zich slechts tot juni, juli en augustus, sprak de accountant in mijn hoofd.
Airconditioning is in Portugal minder alomtegenwoordig dan je in dit klimaat zou verwachten, maar zelfs in de warmste en relatief armste provincies ligt het gebruik alsnog fors hoger dan in het (financieel) veel rijkere Nederland:





